Nr19 - Tezavveh

  UP-DATE'S -- Hier vindt U de recente wijzigingen, toevoegingen en actuele publicaties

 

 

 

 

 

Start
Omhoog
English
עברית
EspaŮol
Wie zijn wij?
Activiteiten
Shabbath in Susya
Thora
Tenach
Emuna
Mitswot
Het Joodse vragertje
Messias
Beth HaMikdash
Joods denken
Jodendom
Kabbalah
ISRAEL
Zionisme
Aliyah
Gebeden
Zmirot
Citaten
Links
Noachidisch
Lectuur

 

 

 

Thora-gedeelte Tezavveh (je moet bevelen)

 

Tezavveh(je moet bevelen), Ex 27:20-30:10, Haftarah: Ezech. 43:10-27

 

Ex 27:20-30:10 20 Gij zult de IsraŽlieten bevelen,  dat zij u brengen zuivere olie, uit gestoten olijven, voor het licht, om voortdurend een lamp te kunnen laten branden.  21  In de tent der samenkomst buiten het voorhangsel dat voor de getuigenis is, zal Aharon met zijn zonen die verzorgen, van de avond tot de morgen, voor het aangezicht van de Eeuwige: een altoosdurende inzetting bij de IsraŽlieten voor hun geslachten.  28:1 Gij dan, doe tot u naderen uw broeder Aharon, en zijn zonen met hem, uit het midden der IsraŽlieten, om voor Mij het priesterambt te bekleden: Aharon, Nadab en Abihu, Eleazar en Itamar, de zonen van Aharon.  2  Gij zult heilige klederen maken voor uw broeder Aharon, tot een prachtig sieraad.  3  Gij zult zeggen tot allen die kunstvaardig zijn, welke Ik met een geest van wijsheid vervuld heb, dat zij de klederen van Aharon maken, om hem te heiligen, om voor Mij het priesterambt te bekleden.  4  Dit nu zijn de klederen die zij maken zullen : een borstschild, een efod, een opperkleed , een onderkleed van bewerkte stof, een tulband en een gordel. Zo zullen zij heilige klederen maken voor uw broeder Aharon, en voor zijn zonen, om voor Mij het priesterambt te bekleden.  5  Daartoe zullen zij nemen goud,  blauwpurper, roodpurper, scharlaken en fijn linnen.  6 Zij zullen de efod maken van goud,  blauwpurper, roodpurper, scharlaken en getweernd fijn linnen: kunstig werk. 7 Twee verbonden schouderstukken zal hij hebben, aan de beide einden moet hij verbonden worden.  8  De gordel aan de efod om die aan te binden, op dezelfde wijze vervaardigd, zal daarmee een geheel vormen, van goud, blauwpurper, roodpurper,  scharlaken en getweernd fijn linnen.  9 Gij zult twee chrysopraasstenen nemen en de namen der zonen van IsraŽl daarin graveren,  10  zes van hun namen op de ene steen en de zes overige namen op de andere steen, naar de volgorde van hun geboorte.  11  Als kunstwerk van een steensnijder, als zegelgraveerwerk, zult gij de twee stenen met de namen der zonen van IsraŽl graveren ; ingevat in gouden kassen zult gij ze maken.  12  Dan zult gij de twee stenen op de schouderstukken van de efod zetten als gedachtenisstenen voor de IsraŽlieten: Aharon zal hun namen ter gedachtenis voor het aangezicht van de Eeuwige op zijn beide schouderstukken dragen.  13  Gij zult kassen van goud maken 14  en twee kettinkjes van louter goud; als snoeren zult gij ze maken, vlechtwerk , en gij zult de gevlochten kettinkjes aan de kassen bevestigen.  15 Gij zult een borstschild der beslissing maken , kunstig werk. Op dezelfde wijze als de efod zult gij het maken: van goud,  blauwpurper, roodpurper, scharlaken en getweernd fijn linnen zult gij het maken.  16  Vierkant zal het zijn, dubbel , een span lang en een span breed.  17  Gij zult het vullen met een steenvulling,  vier rijen stenen: een rij rode jaspis,  chrysoliet en malachiet, de eerste rij;  18  de tweede rij: hematiet, lazuursteen en prasem;  19  de derde rij: barnsteen, agaat en amethist;  20  de vierde rij: turkoois, chrysopraas en nefriet. Met goud omgeven zullen zij in hun zettingen gevat zijn.  21  En de stenen zullen overeenkomstig de namen der zonen van IsraŽl twaalf in getal zijn, overeenkomstig hun namen; als zegelgraveerwerk zullen zij, elk met zijn naam, zijn voor de twaalf stammen.  22  Ook zult gij op het borstschild gedraaide kettinkjes maken, vlechtwerk, van louter goud. 23 Gij zult op het borstschild twee gouden ringen maken en de beide ringen aan de beide einden van het borstschild zetten .  24  Gij zult de beide gevlochten kettinkjes van goud in de beide ringen aan de einden van het borstschild doen.  25  De beide andere einden der beide gevlochten kettinkjes zult gij aan de beide kassen vastmaken en op de schouderstukken van de efod zetten, aan de voorkant.  26  Gij zult twee gouden ringen maken en ze aan de beide einden van het borstschild zetten, op de binnenrand, die naar de efod toegekeerd is.  27  Ook zult gij twee gouden ringen maken en ze op de beide schouderstukken van de efod zetten, onderaan, aan de voorkant, dicht bij de plaats waar hij verbonden is, boven de gordel van de efod.  28  Dan zal men het borstschild met zijn ringen aan de ringen van de efod vastbinden met een blauwpurperen snoer, zodat het op de gordel van de efod vastzit, en het borstschild niet van de efod kan afschuiven.  29  Zo zal Aharon de namen der zonen van IsraŽl in het borstschild der beslissing op zijn hart dragen, wanneer hij in het heiligdom komt, tot een voortdurende gedachtenis voor het aangezicht van de Eeuwige.  30  En gij zult in het borstschild der beslissing de Urim en de Tummim leggen; zij zullen op het hart van Aharon zijn, wanneer hij voor het aangezicht van de Eeuwige komt, en Aharon zal de beslissing voor de IsraŽlieten voortdurend op zijn hart dragen, voor het aangezicht van de Eeuwige.  31 Gij zult het opperkleed van de efod geheel van blauwpurper maken.  32  De halsopening zal in het midden ervan zijn : de halsopening zal rondom een rand hebben van weefsel als bij een pantser , opdat het niet scheure.   33  En gij zult op zijn zomen granaatappels in blauwpurper, roodpurper en scharlaken, rondom op zijn zomen, zetten, en gouden belletjes overal daartussen:  34  telkens een gouden belletje en een granaatappel , rondom op de zomen van het opperkleed.   35  Aharon nu zal dit aanhebben, als hij dienst doet, en het geluid ervan zal gehoord worden, wanneer hij in het heiligdom komt voor het aangezicht van de Eeuwige en wanneer hij naar buiten komt, opdat hij niet sterve.  36  Ook zult gij een plaat van louter goud maken en daarop graveren als zegelgraveerwerk : Voor de Eeuwige heilig.  37  Gij zult haar aan een blauwpurperen snoer bevestigen, en zij zal zich bevinden op de tulband, aan de voorkant van de tulband.  38  Zij zal op het voorhoofd van Aharon zijn , en Aharon zal de schuld dragen,  gelegen in de heilige dingen die de IsraŽlieten heiligen bij al de gaven van hun heilige dingen; ja, zij zal voortdurend op zijn voorhoofd wezen, zodat zij welgevallig zijn voor het aangezicht van de Eeuwige.  39  Gij zult het onderkleed van fijn linnen met ingeweven patroon weven, en een tulband maken van fijn linnen en een gordel zult gij maken van veelkleurig weefwerk.  40 Voor de zonen van Aharon zult gij onderklederen maken en gij zult voor hen gordels maken , en hoofddoeken zult gij voor hen maken tot een prachtig sieraad.  41  Dan zult gij daarmede uw broeder Aharon en zijn zonen bekleden en hen zalven,  wijden en heiligen, zodat zij voor Mij het priesterambt bekleden kunnen.  42  Maak voor hen linnen broeken, om hun schaamte te bedekken: van de heupen tot aan de dijen zullen zij reiken.  43  Aharon en zijn zonen zullen die dragen , wanneer zij komen naar de tent der samenkomst of wanneer zij naderen tot het altaar, om dienst te doen in het heiligdom,  opdat zij geen ongerechtigheid op zich laden en sterven. Het is een altoosdurende inzetting voor hem en voor zijn nakomelingschap.  29:1 Dit nu is wat gij hun doen zult, om hen te heiligen om voor Mij het priesterambt te bekleden: Neem een jonge stier , en twee gave rammen,  2  ongezuurd brood en ongezuurde koeken,  met olie aangemaakt, en ongezuurde, dunne koeken, met olie bestreken; van fijn tarwemeel zult gij ze maken.  3  Leg ze in een korf en draag ze in de korf naderbij, met de stier en de beide rammen.  4  Ook zult gij Aharon en zijn zonen doen naderen tot de ingang van de tent der samenkomst en gij zult hen met water wassen.  5  Dan zult gij de klederen nemen en Aharon bekleden met het onderkleed, het opperkleed van de efod, de efod en het borstschild; gij zult hem de gordel van de efod ombinden,  6 gij zult de tulband op zijn hoofd zetten en de heilige diadeem aan de tulband vastmaken.  7 Dan zult gij de zalfolie nemen en over zijn hoofd uitgieten, en hem zalven.  8  Gij zult zijn zonen doen naderen en hen met onderklederen bekleden.  9  Gij zult hen omgorden met een gordel, Aharon en zijn zonen, en hun de hoofddoeken ombinden, en zij zullen het priesterambt hebben tot een altoosdurende inzetting; zo zult gij Aharon en zijn zonen wijden.  10  Voorts zult gij de stier doen naderen voor de tent der samenkomst, en Aharon en zijn zonen zullen hun handen op de kop van de stier leggen.  11 Gij zult de stier slachten voor het aangezicht van de Eeuwige bij de ingang van de tent der samenkomst.  12  Gij zult van het bloed van de stier nemen en dat met uw vinger aan de hoornen van het altaar strijken, en al het bloed zult gij aan de voet van het altaar uitgieten.  13  Dan zult gij nemen al het vet dat de ingewanden bedekt, het aanhangsel aan de lever, de beide nieren en het vet dat daaraan zit, en gij zult het op het altaar in rook doen opgaan.  14  Maar het vlees van de stier, zijn huid en zijn mest zult gij met vuur buiten de legerplaats verbranden; het is een zondoffer.  15  Dan zult gij de ene ram nemen en Aharon en zijn zonen zullen hun handen op de kop van de ram leggen.  16  Gij zult de ram slachten en zijn bloed nemen en sprengen rondom op het altaar.  17 De ram zult gij in zijn delen verdelen,  zijn ingewanden en onderschenkels wassen en op zijn delen en zijn kop leggen.  18  Dan zult gij de gehele ram op het altaar in rook doen opgaan; het is een brandoffer voor de Eeuwige, met een liefelijke reuk; het is een vuuroffer voor de Eeuwige.  19  Dan zult gij de andere ram nemen, en Aharon en zijn zonen zullen hun handen op de kop van de ram leggen. 20 Gij zult de ram slachten, van zijn bloed nemen en het strijken aan de rechter oorlel van Aharon en aan die van zijn zonen, aan hun rechterduim en aan hun rechter grote teen, en gij zult de rest van het bloed rondom op het altaar sprengen. 21 Gij zult van het bloed, dat op het altaar is, en van de zalfolie nemen en sprenkelen op Aharon en op zijn klederen, en ook op zijn zonen en op de klederen van zijn zonen; en hij zal heilig zijn , hij en zijn klederen, en ook zijn zonen en de klederen van zijn zonen.  22  Gij zult van de ram nemen het vet,  de vetstaart, het vet dat de ingewanden bedekt, het aanhangsel aan de lever, de beide nieren, het vet dat daaraan zit, de rechterschenkel; het is een ram ter inwijding. 23 Een brood, een geoliede broodkoek en een dunne koek uit de korf met ongezuurde broden, die voor het aangezicht van de Eeuwige is. 24 Gij zult alles op de handen van Aharon en op die van zijn zonen leggen en gij zult dat bewegen als een beweegoffer voor het aangezicht van de Eeuwige.  25  Daarna zult gij het van hen aannemen en op het altaar op het brandoffer in rook doen opgaan tot een liefelijke reuk voor het aangezicht van de Eeuwige; het is een vuuroffer voor de Eeuwige.  26  Vervolgens zult gij de borst van de ram ter inwijding voor Aharon nemen en die bewegen als een beweegoffer voor het aangezicht van de Eeuwige, en zij zal u ten deel vallen.  27  Zo zult gij de beweegborst heiligen en de hefschenkel, die bewogen en geheven zijn van de ram der inwijding, die zowel voor Aharon als voor zijn zonen is.  28 Het zal ten behoeve van Aharon en ten behoeve van zijn zonen tot een altoosdurende verplichting zijn voor de IsraŽlieten, want dat is een heffing, en als zodanig zal zij geheven worden van de IsraŽlieten, van hun vredeoffers, hun heffing voor de Eeuwige. 29  De heilige klederen nu van Aharon zullen voor zijn zonen na hem zijn, om hen daarin te zalven en te wijden.  30  Zeven dagen zal de priester, die uit zijn zonen in zijn plaats komen zal naar de tent der samenkomst, om in het heiligdom dienst te doen, ze aantrekken.  31  De ram der inwijding zult gij nemen en zijn vlees koken op een heilige plaats.  32  Aharon en zijn zonen zullen het vlees van de ram en het brood dat in de korf is, eten bij de ingang van de tent der samenkomst.  33  Zij zullen dan eten die dingen, waarmede verzoening gedaan werd, om hen te wijden en te heiligen, maar een onbevoegde zal er niet van eten, want het is iets heiligs.  34  Indien er van het vlees der inwijding en van het brood overblijft tot de morgen, zult gij het overgeblevene met vuur verbranden, het zal niet gegeten worden,  want het is iets heiligs.  35  Gij zult voor Aharon en zijn zonen zo doen , naar alles wat Ik u geboden heb ; gedurende zeven dagen zult gij hen wijden.  36  Dagelijks zult gij een stier als zondoffer ter verzoening bereiden en het altaar ontzondigen, doordat gij er verzoening over doet; gij zult het zalven om het te heiligen.  37  Zeven dagen zult gij over het altaar verzoening doen; gij zult het heiligen en het altaar zal allerheiligst zijn;  ieder die het altaar aanraakt, zal heilig zijn.  38 Dit is, wat gij op het altaar zult bereiden: twee eenjarige lammeren,  geregeld elke dag.  39  Het ene lam zult gij in de morgen bereiden en het andere lam zult gij in de avondschemering bereiden,  40  benevens een tiende fijn meel aangemaakt met een vierde hin gestoten olie,  en een plengoffer van een vierde hin wijn voor het ene lam.  41  Het andere lam zult gij in de avondschemering bereiden; zoals het morgenspijsoffer en het daarbij behorende plengoffer zult gij het bereiden tot een liefelijke reuk, een vuuroffer voor de Eeuwige, 42 een dagelijks brandoffer voor uw geslachten bij de ingang van de tent der samenkomst voor het aangezicht van de Eeuwige, waar Ik met u zal samenkomen, om daar tot u te spreken. 43 Ik zal dan daar samenkomen met de IsraŽlieten, en zij zullen door mijn heerlijkheid geheiligd worden.  44  Ik zal de tent der samenkomst en het altaar heiligen, en Aharon en zijn zonen zal Ik heiligen om voor Mij het priesterambt te bekleden.  45  Ik zal in het midden van de IsraŽlieten wonen en Ik zal hun tot een God zijn.  46  En zij zullen weten, dat Ik, de Eeuwige,  hun God ben, die hen uit het land Egypte geleid heb, opdat Ik in hun midden wone ; Ik ben de Eeuwige, hun God.  30:1 Gij zult een altaar, een offerplaats voor reukwerk , maken; van acaciahout zult gij het maken;  2  een el lang en een el breed, zodat het vierkant is, en twee el zal zijn hoogte zijn; de hoornen zullen daarmee een geheel vormen.  3 Gij zult het overtrekken met louter goud , het bovenvlak en de zijvlakken rondom, en de hoornen. Gij zult er een gouden omlijsting omheen maken. 4 Twee gouden ringen zult gij ervoor maken onder de omlijsting, aan de beide zijkanten zult gij ze maken, op de beide zijden, en zij zullen dienen als houders voor draagstokken om het daarmede te dragen.  5  Gij zult dan de draagstokken van acaciahout maken en ze overtrekken met goud.  6  Gij zult het zetten voor het voorhangsel, dat voor de ark der getuigenis is voor het verzoendeksel, dat boven de getuigenis is, waar Ik met u zal samenkomen.  7 Aharon nu zal daarop welriekend reukwerk in rook doen opgaan; elke morgen, wanneer hij de lampen in orde maakt, zal hij het in rook doen opgaan. 8 Ook wanneer Aharon de lampen aansteekt in de avondschemering, zal hij het in rook doen opgaan voor het aangezicht van de Eeuwige als een bestendig reukwerk voor uw geslachten. 9  Gij zult daarop geen vreemd reukwerk brengen noch brandoffer noch spijsoffer , ook een plengoffer zult gij er niet op plengen.  10  Aharon zal met het bloed van het zondoffer der verzoening eenmaal per jaar op zijn hoornen verzoening doen; eenmaal per jaar zal hij er verzoening op doen voor uw geslachten; allerheiligst is het voor de Eeuwige. 

 

Ezech. 43:10-27  10 Gij nu, mensenkind, vertel het huis IsraŽls van de tempel (opdat zij zich schamen over hun ongerechtigheden) en laten zij het model nameten,  11  en als zij zich schamen over alles wat zij bedreven hebben, maak hun dan bekend de vorm van de tempel en zijn inrichting , zijn uitgangen en zijn ingangen, al zijn vormen, al zijn voorschriften, al zijn vormen en al zijn wetten, en schrijf die op voor hun ogen, opdat zij al de vormen en voorschriften ervan nauwgezet ten uitvoer brengen .  12  Dit is de wet voor het huis: op de top van de berg zal zijn gehele gebied aan alle kanten allerheiligst zijn. Zie, dit is de wet voor het huis.  13 Dit nu zijn de maten van het altaar in ellen , elk van een gewone el en een handbreedte: zijn goot is een el diep en een el breed en de opstaande rand langs de buitenkant eromheen is een span hoog. En dit is de onderbouw van het altaar:  14  van de goot in de grond tot de onderste omloop is het twee el, en de breedte een el. En van de kleine omloop tot de grote omloop is het vier el; en de breedte een el.  15  De vuurhaard is vier el en van de vuurhaard steken naar boven de vier horens uit.  16  En de vuurhaard is twaalf el lang bij twaalf el breed, vierkant naar zijn vier zijden.  17  De omloop is veertien el lang bij veertien el breed naar zijn vier zijden ; de opstaande rand eromheen is een halve el en zijn goot is een el in het rond, en zijn trappen zijn naar het oosten gekeerd.   18  Daarop zeide Hij tot mij: Mensenkind,  zo zegt de Adonai de Eeuwige: dit zijn de inzettingen van het altaar: ten dage dat het voltooid is om er het brandoffer op te offeren en er bloed op te sprengen,  19  zult gij aan de levitische priesters die behoren tot het nageslacht van Sadok, die Mij het naaste zijn (luidt het woord van de Adonai de Eeuwige) om Mij te dienen, een jonge stier tot een zondoffer geven;  20  en gij zult van zijn bloed iets nemen en het strijken aan de vier horens en aan de vier hoeken van de omloop en aan de opstaande rand rondom; zo zult gij het ontzondigen en er verzoening over doen.  21  Vervolgens zult gij de stier van het zondoffer nemen en men zal hem verbranden op de daartoe bestemde plaats van het huis, buiten het heiligdom.  22  Op de tweede dag zult gij een gave geitebok tot een zondoffer brengen en men zal het altaar ontzondigen, zoals men het met de stier ontzondigd heeft.  23  Wanneer gij de ontzondiging voleindigd hebt , dan zult gij een gave jonge stier en een gave ram uit het kleinvee brengen.  24  Gij zult ze voor het aangezicht van de Eeuwige brengen , en de priesters zullen zout op hen strooien en ze offeren als een brandoffer voor de Eeuwige.  25  Zeven dagen zult gij dagelijks een bok als zondoffer bereiden; ook zal men een jonge stier en een ram uit het kleinvee,  beide gaaf, bereiden.  26  Zeven dagen zal men over het altaar verzoening doen en het reinigen en wijden.  27  En wanneer men die dagen voleindigd heeft,  dan zullen de priesters op de achtste dag en daarna, op het altaar uw brandoffers en uw vredeoffers bereiden, en Ik zal een behagen in u hebben, luidt het woord van de Adonai de Eeuwige. 

 

 

Een paar gedachten

 

>Gij zult de IsraŽlieten bevelen (27:20). M.b.t. het onderhouden van de dienst aan HaShem heeft HaShem een aantal strikte voorwaarden gegeven. Het zijn voorwaarden om in de Tabernakel en later de Tempel de  aanwezigheid(shechinas) van Gíd aanwezig te laten zijn. Let wel het volk IsraŽl kreeg deze instructies in de woestijn op weg naar IsraŽl. Ze waren er nog niet maar wel onderweg.

 

>zuivere olie, uit gestoten olijven, voor het licht, om voortdurend een lamp te kunnen laten branden (27:20). Het voortduren laten branden van die lamp geeft je er een beeld van dat het dienen van Gíd iets is wat voortdurend gebeurt. Gedurende de hele dag. De olie ontstaat door de olijven te persen. Zo is het volk IsraŽl in de loop van de jaren geperst en komt er daardoor goede olie uit.

 

>zal Aharon met zijn zonen die verzorgen, van de avond tot de morgen, voor het aangezicht van de Eeuwige: een altoosdurende inzetting bij de IsraŽlieten voor hun geslachten (27:21b). De dienst van de cohaniem is een eeuwige instelling. Straks als de tempel er weer staat zullen de cohaniem hun taak weer uit gaan voeren. Let wel de dienst van het volk op zich is een priesterlijke dienst. (Exodus 19:6  En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk.) Dus ook het volk en ook de koning hadden een priesterlijke dienst. Daar wordt iets anders mee bedoeld dan de priesterlijke dienst van de hogepriester en de cohaniem (priesters).

 

>Gij zult heilige klederen  maken. (28:2) Het hebben van kleding is een van de symbolen dat we verschillen van dieren.

 

>maken voor uw broeder Aharon, tot een prachtig sieraad (28:2b). Daarmee wordt bedoeld: tot glorie en luister.

 

>Gij zult heilige klederen maken voor uw broeder Aharon, tot een prachtig sieraad (28:2). Zonder deze heilige kleding kunnen de priesters hun werk niet doen.

 

>Dan zult gij de twee stenen op de schouderstukken van de efod zetten als gedachtenisstenen voor de IsraŽlieten: Aharon zal hun namen ter gedachtenis voor het aangezicht van de Eeuwige. (28:12). Door de dienst aan Gíd wordt Gíd er iedere aan herinnert aan hen te denken.

 

>Dan zult gij daarmede uw broeder Aharon en zijn zonen bekleden en hen zalven,  wijden en heiligen, zodat zij voor Mij het priesterambt bekleden kunnen (28:41). Priesters in de priesterlijke dienst worden daadwerkelijk priesterlijk gekleed, gewijd, gezalft en geheiligt.

 

>Dit nu is wat gij hun doen zult, om hen te heiligen om voor Mij het priesterambt te bekleden: Neem een jonge stier, en twee gave rammen,  ongezuurd brood en ongezuurde koeken,  met olie aangemaakt, en ongezuurde, dunne koeken, met olie bestreken; van fijn tarwemeel zult gij ze maken.  Leg ze in een korf en draag ze in de korf naderbij, met de stier en de beide rammen. (29:1-3). Deze offers hebben te maken met het wijden van de priesters voor hun ambt. Straks als de tempel er weer staat zal het weer op deze wijze gebeuren.

 

>en zij zullen het priesterambt hebben tot een altoosdurende inzetting; zo zult gij Aharon en zijn zonen wijden (29:9b). Ook hier wordt aangegeven dat het aanstellen van de priesters een eeuwige inzetting is. Het houdt niet plotseling voorgoed op. Ook nu de Tempel er niet is kunnen we geloven dat alles toch weer hersteld wordt zoals Gíd het heeft ingesteld. Zie ook 29:28 (Het zal ten behoeve van Aharon en ten behoeve van zijn zonen tot een altoosdurende verplichting zijn voor de IsraŽlieten). Zie ook Ezech. 43.

 

>een dagelijks brandoffer voor uw geslachten bij de ingang van de tent der samenkomst voor het aangezicht van de Eeuwige, waar Ik met u zal samenkomen, om daar tot u te spreken.  Ik zal dan daar samenkomen met de IsraŽlieten, en zij zullen door mijn heerlijkheid geheiligd worden (29:42, 43). De tempel (op de berg Zion) is de plaats waar het volk IsraŽl straks in zijn compleetheid geheiligd wordt door de heerlijkheid van Gíd. Zo zullen de volken ook geheiligd worden. Zie. Jes. 2:2-5  En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis van de Eeuwige vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En alle volkeren zullen derwaarts heenstromen en vele natien zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg van de Eeuwige, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en het woord van de Eeuwige uit Jeruzalem. En Hij zal richten tussen volk en volk en rechtspreken over machtige natiŽn. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren. Huis van Jakob, komt, laten wij wandelen in het licht van de Eeuwige. Alsook Mal. 4:1,2 1 En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis van de Eeuwige vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En volkeren zullen derwaarts heenstromen, 2  en vele natiŽn zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg van de Eeuwige, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en het woord van de Eeuwige uit Jeruzalem.

 

>Ik zal dan daar samenkomen met de IsraŽlieten, en zij zullen door mijn heerlijkheid geheiligd worden. Ik zal de tent der samenkomst en het altaar heiligen (29:43,44) Zie ook Ezechiel 20:12  Ook gaf Ik hun mijn sabbatten als een teken tussen Mij en hen, opdat zij zouden weten, dat Ik, de Eeuwige, hen heilig.

 

 

 

 

Links voor bestudering van het  Thoragedeelte:

 

Nederlands:

http://www.joodsleven.nl/

http://www.nik.nl (onder Over Jodendom, Parasje van de week)

http://bethhamidrash.org/online/parashat-hashavua/

 

Engels:

http://ravkooktorah.org/

http://www.machonmeir.net/

http://www.torah.org/learning/torahportion.php3

http://www.chabad.org/parshah/default.asp

http://www.shemayisrael.co.il/parsha/eylevine/Archives.htm

http://israelvisit.co.il/top/previous.shtml

 

 

 

 

 

Start ] Omhoog ] Nr20 - Ki Tissa ] [ Inhoud ]

Voor vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan
webmaster@shalom-center.org
Laatst bijgewerkt: 29 november 2021