Emuna

  UP-DATE'S -- Hier vindt U de recente wijzigingen, toevoegingen en actuele publicaties

 

 

 

 

 

Start
Wie zijn wij?
English
Beth Midrash
Nadenkertjes
Joods?
Joods denken
Emuna
Mitswot
Beth HaMikdash
Messias
Thora leesrooster
Tenach
Gebeden
Zmirot
Kabbalah
Citaten
ISRAEL
Israel Photo's
Zionisme
Aliyah
Links
Artikelen
Noachidisch
Lectuur

 

 

 

aangevuld 16.06.2010

 

Emuna en Bitachon, Geloof en Vertrouwen vanuit Joods perspectief

 

Emuna, dat is geloof (spreek uit Emoena), vanuit Joods perspectief, is het fundament waar heel de Thora (en dus ook Tenach) op rust zo staat er in de Talmoed (Makot 23b-24a) geschreven en is dus ook het fundament van het Joodse denken en ook van het Joodse volk.  Emuna is het geloven van de Eeuwige, de Schepper en onderhouder van alles en het is de Eeuwige op Zijn Woord geloven.  Bitachon is het vertrouwen dat ons heden en onze toekomst in Gods hand is, dat alles dus onder Zijn controle is en dat er geen macht is dan Hem. In Alles. Het is geloven dat Hij een goede God is, die iedereen voorziet en dat Hij alle dingen doet ten goede en met alles een specifiek doel heeft. Iemand kan geloven zonder te vertrouwen op God, dus Emuna hebben zonder Bitachon. Het is echter onmogelijk Bitachon (in God) te hebben zonder Emuna.

Emuna en Bitachon worden opgebouwd aan de hand van wezenlijke, feitelijke ervaringen waarin de mens aantoonbaar ziet en ervaart dat God goed is. Het is  geen ongrijpbaar begrip gebaseerd op ongrijpbare gedachten of feiten die niet aantoonbaar zijn. Om een voorbeeld te geven. God zegt tegen Israel. Ik ben jullie God die jullie uit Egypte heeft gehaald als Hij vraagt dat ze in Hem zullen geloven en Hem te gehoorzamen (Deut 11:1-25) en niet Ik ben de God die de hemel en aarde heeft gemaakt. Dat is voor het Joodse volk op dat moment iets ongrijpbaars terwijl het uitleiden uit Egypte iets is wat ze zelf hebben ondervonden. Dat is een duidelijk referentiekader voor hen.  Als God hen verwijt dat ze geen vertrouwen in Hem hebben is dat op het moment nadat ze vele tekenen en bewijzen hebben gezien dat God te vertrouwen is en dat Hij voor hen zorgt.  Num 14:11  “En de Eeuwige zeide tot Mozes: Hoelang zal dit volk Mij versmaden, en hoelang zullen zij niet op Mij vertrouwen bij al de tekenen die Ik in zijn midden gedaan heb?” Tussen haakjes, door het gebrek aan vertrouwen bij deze 10 leiders van het volk konden ze de schoonheid van het land niet zien.

Ook Avraham werd dat geloof aan de hand van opgedane ervaringen opgebouwd. Als Avraham een test kreeg in z'n geloof had hij al gezien dat God inderdaad in een vorige gelegenheid betrouwbaar was gebleken. Ook David die in zijn psalmen oproept om op HaShem te vertrouwen had persoonlijk de ervaring dat HaShem hem had geholpen waarin HaShem had laten zijn dat hij op Hem kon vertrouwen.

Rabbijn Nachman schrijft n.a.v. Makkot 24a, wat verwijst naar Habakuk 2:4, dat alle voorschriften van de Thora gebaseerd zijn op een principe: De Rechtvaardige zal leven door zijn Emuna. Ook Rabbijn Meir Kahane schrijft in zijn boek 'The Jewish Idea' hetzefde. Met de woorden in Habakuk 2:4 verwijst de profeet Habakuk naar de woorden in Genesis 15:6, de woorden die de Eeuwige tot Avram sprak “En hij geloofde in de Eeuwige, en Hij rekende het hem toe als deugd (gerechtigheid).” Avram (later Avraham) is de stamvader van het volk Israel. Door zijn verdienste zal de Eeuwige zijn beloften waarmaken om het volk Israel tot hun God te zijn het land Israel als eeuwige erfenis te geven aan het volk Israël.

 

Zonder Emuna en Bitachon is het namelijk onmogelijk de Eeuwige te kennen. Het kennen wat hier bedoeld wordt is niet het kennen van iemand op een wetenschappelijke manier door het bestuderen van iemand van uitgeschriften zonder noodzakelijkerwijs contact met hem of haar te hebben. Met betrekking tot het kennen van de Eeuwige, wordt er hier niet bedoeld het wetenschappelijk kennen van God door het bestuderen van de Thora, Talmud en de andere geschriften. Het kennen wat hier bedoeld wordt is het kennen als het kennen van een vriend door persoonlijk wederzijds contact.  In het boek Hosea 2:22 staat "Ik zal je aan Mij verbinden door geloof; en je zal de Eeuwige kennen". Daaruit kunnen we leren, zo zegt Rabbijn Nachman (uit Breslow), dat ‘De enige manier om God te kennen is door Emuna’.

 

De grondregel van de Thora, zoals dat al op de pagina Joods Denken wordt genoemd, staat verwoord in Psalm 16:8 "Steeds houd ik de Eeuwige voor ogen". Zonder het hebben van Emuna is het onmogelijk de Eeuwige ‘steeds voor ogen te houden’.

 

 

 

Waarom werd Avram uitgekozen om stamvader te zijn van Gods ‘uitverkoren’ volk

 

Wat was de verdienste van Avraham. Wat maakte hem tot stamvader van het volk Israël als uitverkoren volk van de Eeuwige. Wat was het dat de Eeuwige Hem uitkoos om door hem en zijn nakomelingen Zijn Naam bekend te laten maken over heel de aarde? Het was niet de acceptatie van de instructies in de Thora. Die had hij niet uit de Hemel gekregen zoals het volk Israël bij de berg Sinaï. Dat was het dus niet wat hem tot stamvader maakte, Evenmin trouwens Yitschak en Ya’akov en al de zonen van Ya’akov. Wat was het dan wel. Het was omdat dat hij Emuna had in de Eeuwige. Nadrukkelijk wordt het vermeld in Genesis 15:6 dat de Eeuwige zijn geloof hem toerekende als deugd, als rechtvaardige daad. Rashi zegt bij dit vers ‘De Heilige, geloofd zij hij, rekende het Avram aan als verdienste en als deugd wegens het vertrouwen dat hij in Hem had gesteld’. Hij had geloof in God en God rekende het hem toe als een deugd zo staat er. Chazal (dat is een verzamelwoord voor de Joodse wijzen) zegt dat Avram’s geloof zo groot was dat hij geloofde dat God Zijn belofte zou vervullen zelfs al zou hij het niet verdienen. Hij geloofde dat God het zou vervullen als een ‘daad van genade en liefdadigheid’. Avram’s verdienste was dus zijn Emoena. Zijn Emoena maakte hem de stamvader van het volk Israel Isa 41:8  Maar gij, Israel, mijn knecht, Ya’akov , die Ik verkoren heb, nakroost van mijn vriend Avraham, Het volk Israël is daarmee een volk dat in zijn relatie met God leeft door geloof..

 

Nadat Avram tot de ‘ontdekking’ was gekomen dat de Eeuwige de enige echte God was, begon hij Zijn Naam bekend te maken in Zijn omgeving, begon hij zijn geloof in de Eeuwige uit te dragen. Op vele manieren deed hij dat. Een ervan is, zo zegt de Midrash, dat hij iedereen die langskwam uitnodigde om bij hem te komen eten. Hij had openingen in zijn tent naar vier kanten opdat hij geen voorbijganger zou missen. Als zijn gasten dan hadden gegeten zei hij: Dank de Eeuwige want alles komt van Hem. Als zijn gasten dat dan niet deden liet hij ze betalen voor het eten. Als ze de Eeuwige erkenden als gever niet.

 

Als we het verhaal van Avram (en later Avraham) in de Thora lezen valt de nadruk op zijn Emuna. Avram’s Emuna werd tot tienmaal toe getest, zo schrijft de Midrash (de overlevering). Eenmaal werd hij getest zo schrijft Rabbijn Hiyya in de Midrash toen Nimrod hem in een vurige oven wilde gooien als hij niet zijn afgod aanbad. Avraham deed dat niet omdat hij in de Eeuwige als enige en ware God geloofde. Hij wist niet of hij er levend weer uit zou komen. Hij bleef in de Eeuwige geloven ongeacht wat de consequenties zouden zijn. Dit vertrouwen op God maakte het dat hij ongeschonden uit de vurige oven kwam. De Midrash vertelt dat hij niet ook maar iets door het vuur werd aangetast. De Midrash vertelt hierbij verder dat zijn broer, toen hij dit wonder zag, vroeg om hem ook in de oven gegooid te worden. Hij ging er vanuit dat God ook hem eruit zou redden. Hij verbrandde echter wel. Hij geloofde namelijk allen in God voor een goede uitkomst. Avram geloofde in God ongeacht de uitkomst hiervan.

 

De laatste keer werd het getest met ‘de Akeida’, de binding van zijn enig geboren zoon Itschak door wie, zo had de Eeuwige beloofd een groot nageslacht zou krijgen. Ondanks het feit dat de Eeuwige hem toen opdroeg zijn zoon aan hem te gaan (slachten en) offeren op een altaar op de berg Moriah, bleef hij in de Eeuwige geloven, dat Hij door deze zoon een groot nageslacht zou krijgen. Terwijl bleef hij ook de Eeuwige gehoorzaam om uit te gaan voeren wat de Eeuwige hem vroeg te gaan doen (wat er logischerwijs in uit zou monden dat zijn zoon het leven zou verliezen). Tegen zijn knechten zegt hij, toen hij de berg opging in gehoorzaamheid aan Gods opdracht, dat hij met zijn zoon weer terug zal komen, gelovend dat God hem eventueel uit de dood zou opwekken. God had hem namelijk door deze zoon nakomelingen beloofd.

 

Zijn geloof in God maakte hem gehoorzaam aan God. Zijn geloof was de reden dat de Eeuwige het volk Israel uitkoos als volk in Zijn dienst. Het volk aan wie de Thora werd toevertrouwd. Het volk Israel kreeg, toen ze uit Egypte waren bevrijd, diverse ‘geloofsbeproevingen’ waarbij God liet zien dat Hij te vertrouwen is, dat Hij (voor hen) de betrouwbare God is in wie ze konden geloven. Toen waren ze pas klaar om de Thora te ontvangen. Als de Eeuwige de Thora geeft begint Hij dan ook met de woorden “Ik ben de Eeuwige die u uit Egypte hebt uitgeleid” de Eeuwige heeft hen uit Egypte bevrijd. Ze hebben reden om Emuna te in de Eeuwige. Isa 43:10  Gij zijt, luidt het woord van de Eeuwige, mijn getuigen, en mijn knecht, die Ik verkoren heb, opdat gij het weet en in Mij gelooft en inziet, dat Ik dezelfde ben; voor Mij is er geen God geformeerd en na Mij zal er geen zijn.

 

 

Avraham kende de instructies van de Eeuwige door zijn geloof

 

Avraham kende door zijn Emuna in God, zo zegt Chazal, de instructies van God van binnen uit. Zijn binnenste, zijn ingewanden ‘leerden en onderwezen’ hem de instructies van God. Door zijn Emuna kende Avraham de instructies van de Thora van de Eeuwige en hield hij zich er aan. Op dat moment was  de Thora nog niet op Sinaï gegeven. In Genesis 26:5 staat het: ‘omdat Avraham naar Mij geluisterd en mijn dienst in acht genomen heeft: mijn geboden, mijn inzettingen en mijn wetten’. Avraham hield zich aan de Thora die hij kende door zijn Emuna.

 

In Psalm 125 staat ‘Wie op de Eeuwige vertrouwen, zijn als de berg Sion, die niet wankelt, maar voor altoos blijft’. Waarom staat er dat degenen die op de Eeuwige vertrouwen als de berg Sion zijn? Rav Vidal HaTzarfat zegt hierover. Net zoals Gods Geest altijd op de berg Sion rust en er nooit van vandaan gaat, zo blijft de Geest van God  altijd op degene die op Hem vertrouwen. Door Gods Geest krijgen we de kennis van de Eeuwige. De wijsheid, het inzicht om Zijn geboden. Zo was het met Avram en zo zal het uiteindelijk  weer ten volle zijn ten tijde de periode van het ‘Nieuwe Verbond’ zoals dat wordt beschreven in Jer 31:31-34: ‘31 Zie, de dagen komen, luidt het woord van de Eeuwige, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal. 32  Niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden: mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ik heer over hen ben, luidt het woord van de Eeuwige. 33  Maar dit is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord van de Eeuwige: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. 34  Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren: Kent de Eeuwige: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord van de Eeuwige, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken.’ Ten tijde van het Nieuwe Verbond zal het geloof in de Eeuwige weer zo krachtig zijn dat de instructies weer van binnenuit zullen komen en dat het volk Israel net als Avraham op die manier zich aan de Thora zal houden.

 

Geloof en vertrouwen gaat vooraf aan het kennen en uitvoeren van Gods geboden in de Thora. Zonder geloof in God geen ontvangst van de geboden van God. Als de Thora in de synagoge uit de Ark word gehaald zeggen we (de meeste nusachs Ashkenaz Sefardisch en Sefard) een gedeelte uit de Zohar, Vayakel 369a waarin staat ‘Niet in enig mens stel ik mijn vertrouwen, niet in enige engel vertrouw ik, alleen  op de God van hemel die de God van waarheid is. ….In Hem geloof ik…’. Daarna wordt er pas uit de Thora gelezen.

 

Koning David leert ons het volgende in Ps 37: ‘3 Vertrouw (heb bitachon) op de Eeuwige en doe het goede, woon in het land en betracht getrouwheid; 4 verlustig u in de Eeuwige; dan zal Hij u geven de wensen van uw hart. 5  Wentel uw weg op de Eeuwige en vertrouw op Hem, en Hij zal het maken; 6 en Hij zal uw gerechtigheid doen opgaan als het licht, en uw recht als de middag…

Uit Davids woorden kunnen we leren het vertrouwen, geloof hebben in de Eeuwige voorafgaat aan het doen van het goede. We kunnen er uit leren dat door vertrouwen in de Eeuwige de beloften gerealiseerd worden. ‘Vertrouw op de Eeuwige en Hij zal het maken.  Wat we hier kunnen leren is dat door het geloof een toename is in rechtvaardigheid daar we vers 5 en 6 zo kunnen lezen “Vertrouw op Hem…. en Hij zal uw rechtvaardigheid doen opgaan.

Er staat verder ’7 Wees stil voor de Eeuwige en verwacht Hem; wees niet afgunstig op wie zijn weg voorspoedig maakt, op de man die boze plannen smeedt. 8  Sta af van toorn en laat de grimmigheid varen, wees niet afgunstig; dat sticht louter kwaad. 9  Want boosdoeners worden uitgeroeid, maar wie de Eeuwige verwachten, zij zullen het land beërven: 10  Immers nog een wijle, en de goddeloze is niet meer; als gij let op zijn plaats, dan is hij niet meer; 11 maar de ontmoedigen beërven het land en verlustigen zich in grote vrede. ……’  Wat we hier kunnen leren is dat door geloof in de Eeuwige zullen en kunnen we in het land Israël wonen en zullen we vrede hebben. Natuurlijk is het geloof in God onlosmakelijk gekoppeld aan het opvolgen van de Thora instructies maar duidelijk is dat het alleen opvolgen van de Thora instructies zonder het hebben van Emuna niet voldoende is. Even tussendoor. Rabbijn Nachman legt uit aan de hand van vers 10 wat hij betrekt op het goddeloze in een mens dat je als Godvrezend persoon je zelf altijd moet bezien als rechtvaardige. Er staat immers: ‘Immers nog een wijle, en het goddeloze is er niet meer; als gij let op zijn plaats, dan is het niet meer’. Door geloof in de Eeuwige verdwijnt het.

Dan schrijft koning David verder ‘29 De rechtvaardigen beërven het land en wonen daarin voor immer. 30  De mond van de rechtvaardige gewaagt van wijsheid, zijn tong spreekt het recht; 31 de wet van zijn God is in zijn hart, zijn schreden wankelen niet.’ ……

Aansluitend op het vorige en op het geloof van Avraham kunnen we uit dit gedeelte leren dat door Emuna, door geloof de wet, de Thora van de Eeuwige in het hart van de Godvrezende persoon is.

 

In Spreuken 3:5-6 staat “Vertrouw op de Eeuwige met uw hele hart, en vertrouw op uw verstand niet. Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken.”. Hieruit kunnen we leren dat als wij Emuna hebben in de Eeuwige hij ons persoonlijk en heel specifiek leert hoe we dingen moeten doen.

 

 

Onderhouden van Thora en Emuna/Bitachon horen bij elkaar en staan niet tegenover elkaar zoals het Christendom beweert:

In Ps 112 staat: 1 Halleluja. Welzalig de man, die de Eeuwige vreest, die van harte lust heeft in zijn geboden.2 Zijn nakroost zal machtig zijn op aarde, het geslacht der oprechten zal gezegend worden; 3 overvloed en rijkdom zijn in zijn huis, zijn gerechtigheid houdt voor immer stand. 4 Voor de oprechten gaat het Licht in de duisternis op, genadig en barmhartig en rechtvaardig. 5 Voorspoedig is de man die zich ontfermt en uitleent, die zijn zaken recht behartigt; 6 want hij zal nimmer wankelen, tot eeuwige gedachtenis zal de rechtvaardige zijn. 7 Voor een kwaad gerucht zal hij niet vrezen, zijn hart is gerust, vol vertrouwen op de Eeuwige; 8 zijn hart is standvastig, hij vreest niet, terwijl hij met vreugde op zijn vijanden ziet. 9 Hij deelt uit, hij geeft aan de armen, zijn gerechtigheid houdt voor immer stand, zijn hoorn verheft zich in ere. 10 De goddeloze ziet het en ergert zich, hij knarst met de tanden en wordt verteerd; de begeerte der goddelozen gaat teniet.
 

Uit deze psalm kunnen we leren dat Emuna en doen van Mitswes geen tegenovergestede dingen zijn maar bij elkaar horen. Door (in) HaShem te geloven en op Hem te vertrouwen doe je  als vanzelfsprekend de dingen die Hij voorschrijft dat ze goed zijn om te doen.

 

 

Zonder Emuna en Bitachon is er geen goed godvrezend leven mogelijk, met geloof is het leven goed

 

Rabbijn Nachman zegt ‘Iemand met geloof leeft echt en zijn dagen zijn altijd gevuld met het goede. Als dingen goed gaan is het zeker goed. Maar als zo iemand moeilijkheden heeft is het ook goed want zo iemand weet dat God hem genadig zal zijn en de uitkomst goed zal maken. Daar alles van God komt  zijn de omstandigheden zeker ten goede. Met geloof is het leven goed en fijn

 

In Jeremia 17:7-8 staat ‘Gezegend is de man die op de Eeuwige vertrouwt, wiens betrouwen op de Eeuwige is; hij toch zal zijn als een boom, aan het water geplant, die zijn wortels tot aan een beek uitslaat, en het niet merkt, als er hitte komt, maar welks loof groen blijft, die in een jaar van droogte geen zorg heeft en niet nalaat vrucht te dragen

 

Isa 50:10  Wie onder u vreest de Eeuwige, wie hoort naar de stem van zijn knecht? Wanneer hij in diepe duisternis wandelt, van licht beroofd, vertrouwe hij op de naam van de Eeuwige en steune op zijn God.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Start ] [ Inhoud ]

Voor vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan
webmaster@shalom-center.org
Laatst bijgewerkt: 17 July 2009