ISRAEL

  UP-DATE'S -- Hier vindt U de recente wijzigingen, toevoegingen en actuele publicaties

 

 

 

 

 

Start
English
עברית
Wie zijn wij?
EspaŮol
Beth Midrash
Het Joodse vragertje
Joods?
Thora
Tenach
Emuna
Mitswot
Messias
Beth HaMikdash
Joods denken
Jodendom
Kabbalah
ISRAEL
Zionisme
Aliyah
Gebeden
Zmirot
Citaten
Israel Photo's
Links
Noachidisch
Lectuur

 

 

 

IsraŽl Geschiedenis in filmfragmenten

Antisemitisme in de Europese geschiedenis

Waar Israelische producten kopen?

Tips voor een geslaagde IsraŽlreis

Aanhalingen uit de Tenach over IsraŽl als volk

Aanhalingen uit de Tenach over IsraŽl als land en Jeruzalem als stad van de Eeuwige

 

 

 

Op deze pagina vindt u allerlei informatie over het hedendaagse IsraŽl, de geschiedenis ervan, informatie en tips over het reizen naar IsraŽl. Informatie waar je (in Nederland) IsraŽlische produkten kunt kopen. Informatie over het doen van vrijwilligerswerk in IsraŽl (op een militaire basis, een zieken- of verpleeghuis of bij Magen David Adom). Informatie over een korte studie Jodendom in IsraŽl, Het laatste nieuws uit IsraŽl en tenslotte een lijst met aanhalingen uit de Tenach (Oude Testament over IsraŽl nu en in de toekomst.

 

 

Laatste nieuws uit IsraŽl

 

IsraŽl Geschiedenis

Interessante beelden uit de recente geschiedenis van IsraŽl, clips van Youtube en andere sites

 

 

Opnamen van de inname van de Oude Stad van Jeruzalem in 1967

Een van de meest indrukkende momenten in de wereldgeschiedenis van de 20e eeuw. Beelden hoe de stad wordt ingenomen, de Tempelberg in Joodse handen komt en hoe de soldaten de Kotel, de Westelijke muur bereiken.

 

 

A Letter to the World from Jerusalem, 1969

Een brief, geschreven door een inwoner uit Jeruzalem aan de wereld

 

 
 

Jewish History
Beelden uit de recente geschiedenis en ontwikkeling van het Joodse volk.

 

 

The Jews Took No One's Land

Filmpje waarin wordt aangetoond dat het Joodse volk het land niet heeft afgepakt van de Arabieren

 

 

 

Garden of Abraham

De geschiedenis van de Joodse aanwezigheid in Hebron. (In 5 delen)

 

deel 1

 

deel 2

 

deel 3

 

deel 4a

 

deel 4b

 

deel 5a

 

deel 5b

 

 

Hebron voor 1929

De geschiedenis in Hebron van de jaren voor 1929.

 

 

Massacre Hebron 1929

Het bloedbad onder de Joodse bevolking van Hebron, aangericht door de Arabieren

 

 

Hebron is Jewish !!!

Toelichting op het Joodse karakter van Hebron door de geschiedenis heen.

 

 

 

The Birth of Israel

Beelden van de oorlog die IsraŽl moest voeren bij de oprichting van de hedendaagse Staat IsraŽl

 

 

1967 6 day war  - Israel fight for her life and wins

Beelden van de zesdaagse oorlog (in 4 delen)

 

deel 1

(het zou kunnen zijn dat u uw leeftijd moet bevestigen om het te kunnen zien)

 

deel 2

 

deel 3

 

deel 4

 

 

Yom Kippur war - Israel fights for her life and wins war 

Beelden van de Yom Kippoer orlog (in 4 delen)

 

deel 1

 

deel 2

 

deel 3

 

deel 4

 

 

Een kijkje van buitenaf op Judaism

Een 5 delige serie over Judaisme

 

deel 1

 

deel 2

 

dee3

 

deel 4

 

deel 5

 

 

 

Een stukje Europese Geschiedenis van Antisemitisme:

 

Een paar punten uit de loop van de Europese geschiedenis m.b.t. anitsemitisme:

 

In de volgende jaren (van de Gewone Jaartelling) gebeurde o.a. het volgende:

175  

De term ĎOude Testamentí voor het eerst gebruikt door de bisschop van Sardis.

200   

Keizer Severus verbiedt toetreding tot het Jodendom. Kerkvader Origenus formuleert in een reactie voor de eerste maal de vervangingstheologie: ďWij mogen er vertrouwen in hebben dat de Joden niet naar hun eerdere situatie terugkeren, want zij hebben de meest verschrikkelijke van alle misdaden begaan, door een samenzwering te beginnen tegen de Redder van het menselijke ras. Daarom moest de stad waar Jezus' lijdde wel worden verwoest, moest de Joodse natie uit haar land worden verdreven en moest een ander volk door Gíd worden geroepen voor de gezegende uitverkiezingĒ. Ook de kinderdoop binnen christelijke jerken is hier uit voort gekomen.

306  

Op de Christelijke Synode van Elvira wordt het christenen verboden om samen met Joden te eten, te leven of hen te huwen.

312  

In navolging van zijn moeder Helena, Ďbekeertí de nieuw aantredende Romeinse keizer Constantijn zich tot het christendom maar blijft in werkelijkheid echter tot zijn overlijden ook een aanhanger van het veelgodendom en laat zelfs munten slaan ter ere van Apollo.

315  

Constantijn geeft een serie anti-Joodse edicten uit, waaronder een verbod op toetreding tot het Jodendom.

321  

Constantijn roept de zondag, de dag van de aanbidding van mitra de zonnegod, uit tot de officiŽle (christelijke) rustdag in plaats van de Shabbat uit anti-semitische overwegingen. Het decreet luidt als volgt: ďKeizer Constatijn aan A.Helpidius. Alle rechters, stadsbewoners en alle werknemers moeten rusten op de meest eerbiedwaardige dag van de ZON. Boeren mogen vrij en ongehinderd zijn in het bewerken van het landÖ.

325  

Tijdens het Concilie van Nicea worden maatregelen genomen tegen het groeiend aantal ketterijen. In Nicea wordt de Geloofsbelijdenis van Nicea aanvaard en worden belangrijke dogma's (o.a. Godheid van Jezus en leer van de Drie-eenheid) vastgelegd. Over de scheiding van (het Joodse) Pesach en sterfdag van Jezus werd toen gezegd, "want het zou buiten elke maatstaf ongepast zijn als wij op het heiligste van alle feesten de gewoonten van de Joden zouden volgen. Laten wij daarom niets gemeen hebben met dat afschuwelijke volk". (Eusebius de geschiedschrijver van die tijd heeft al de ontwikkelingen rond het ontjoodsen van de kerk duidelijk opgeschreven. ) Dit gedeelte staat in: Het leven van Constatijn 3.18-19 (Niceaanse en na-Niceaanse Vaders, Tweede serie, 1:524-525)

338  

De christelijke kerk vervangt de Joodse kalender door de zonnekalender.

387  

De in AntiochiŽ (SyriŽ) woonachtige kerkvader Johannes Chrysostomus begint een langdurige haat- en geweldcampagne tegen de Joden en de 'JehoedaÔzanten'.

388  

Opgehitst door hun bisschop steken christenen de synagoge van Callinicum (MesopotamiŽ) in brand. De Romeinse keizer Theodosius I eist vervolgens van de bisschop dat die het gebouw laat herstellen en de daders straft. In een bezwaarschrift aan de keizer schrijft de bisschop van Milaan, (Sint!) Ambrosius (339-397) daarop: "zij die synagoges beschermen zijn bondgenoten van de Joden en derhalve vijanden van Christus". Daarop trekt Theodosius zijn bevel weer in en heeft de kerk het laatste woord. De theoretische scheiding tussen de kerk en synagoge die in Nicea werd neergelegd is nu wet voor de christelijke machthebbers. Het incident in Callicium symboliseert de overwinning van het kerkelijk antisemitisme.

418  

Bisschop Severus van Majorca eist, op straffe des doods, dat de Joden op het eiland zich tot het christendom bekeren. Sommigen ontsnappen, anderen vechten zich dood en 540 zwichten De later heilig verklaarde Jerome, de vertaler van de Bijbel in het Latijn (de Vulgaat), schrijft over de synagoge: "Als je het een bordeel noemt, een hok van ontucht, de schuilplaats van de duivel, het fort van Satan, een afgrond met iedere voorstelbare catastrofe, of wat men ook wil; dan zegt men nog minder dan hetgeen het verdient".

576   

Christenen verwoesten de synagoges in de Franse stad Clermont-Ferrand. De plaatselijke bisschop dwingt ruim 500 Joden zich te laten dopen. De anderen vluchten naar Marseille.

582

De Frankische koning Chiperic wend, zonder veel succes, vrijwel alle middelen aan om de Joden in zijn rijk tot de christelijke doop te dwingen. Uiteindelijk laat hij de niet gevluchtte Joden kiezen tussen het uitsteken van hun ogen of de doop.

653

De Raad van Toledo geeft een reprimande aan het Spaanse koninklijke hof omdat het geen maatregelen treft tegen de Joodse religie, waarbij men specifiek doelt op heimelijke Joodse praktijken van Ďcrypto-Jodeníí Ė personen die zich uitsluitend voor de vorm hebben laten dopen. Volgens koning Recceswinth zijn alle bekeerde Joden echter loyale christenen. Wel kondigt de koning een verbod af op de besnijdenis en op het houden de sjabbat en de Joodse feestdagen.

1021

Nadat Rome op Goede Vrijdag is getroffen door een aardbeving worden groepen Joden gearresteerd en ervan beschuldigd een hostie met een spijker te hebben doorstoken. De arrestanten worden gemarteld waarna ze bekennen en vervolgens op de brandstapel worden gebracht. Het ontheiligen van de hostie wordt in de eeuwen hierna een veel voorkomende beschuldiging die uiteindelijk duizenden Joden het leven kost.

1190

In Engeland breken anti-Joodse rellen uit. In York leidt dat tot de collectieve zelfmoord van een groep in doodsnood verkerende Joden. De rest van de Joodse gemeenschap, circa 500 mensen, wordt vervolgens door de christenen gedood

1215

Het Vierde Lateraanse Concilie (onder paus Innocentus III) beslist dat Joden speciale kleding moeten dragen opdat zij zich van christenen onderscheiden. Tevens wordt het Joden verboden publieke functies te vervullen of aan universiteiten te studeren; mogen Joden geen zaken meer doen met christenen die zich niet aan de kerkregels houden en mogen Joodse bekeerlingen tot het christendom geen enkele Joodse rite meer handhaven. In dat jaar werd de dogma aanvaardt dat de hostie daadwerkelijk zou veranderen in het lichaam van Jezus. Deze dogma resulteerde er in dat duizenden joden werden vermoord. De joden zouden de nu getransformeerde hostie martelen en zo Jezus opnieuw kruisigen. Zo werden in 1243 alle joodse inwoners verbrand nadat ze ervan waren beschuldigd de hostie te hebben gemarteld.

1268

Vernietiging van de Joodse gemeenschap in het Italiaanse Trani (nabij Bari). Synagoges worden in kerken veranderd.

1270

Massamoord op de Joodse gemeenschappen in het Duitse Weissenberg, Magdeburg, Sinzig en Erfurt.

1285

De Joden van MŁnchen worden collectief beschuldigd van Ďrituele moordí op een christen, allemaal opgesloten in hun synagoge en daarin levend verbrand.

1290

Alle Engelse Joden worden uit hun land verbannen (deze maatregel duurt tot 1655) en hun bezittingen geconfisceerd.

1348-1349

De pest hield huis in Europa. De joden kregen de schuld (ondanks het feit dat de pest ook hen raakte). Ze zouden de waterbronnen hebben vergiftigd met een mengsel van spinnen, hagedissen en harten van christenen. Honderdduizenden Ďchristenení geloofden deze leugen en duizenden joden werden door woedende menigten afgeslacht.

1546

Martin Luther, teleurgesteld over het feit dat de Joden niet tot het door hem vormgegeven protestantisme willen overgaan, publiceert zijn rabiaat antisemitische 'Over de Joden en hun Leugens'. In het boek wordt onder andere gepleit voor het in brand steken van synagoges en Joodse woningen; het in beslag nemen van gebedenboeken en het verbieden van Joods religieus onderwijs. Hij schreef: ď Verbrandt hun synagogen en scholen, wat niet wil branden, begraaf dat in de grond zodat er geen stenen of rommel overblijft. Breek op dezelfde manier  in hun huizen en vernietig ze. Neem weg hun gebedsboeken en Talmoeds waarin niets anders dan goddeloosheid staat en leugens, vloeken en zweren. Verbied hun rabbiís te leren over pijn in lijf en leden. Verbied ze te reizen, wat ze ook zijn, landheer, hoogwaardigheidsbekleder of koopman ze moeten thuis blijvenĒ

1819

Na het verlenen van economische en burgerrechten aan Joden breken in Duitsland op grote schaal gewelddadige anti-Joodse rellen uit. De strijdkreet is 'HŤp! HŤp!', een slogan die ook door de kruisvaarders werd gebruikt, ontleend aan de eerste letters van de woorden Hierosolyma est perdita ('Jeruzalem is verloren')

1827

In een poging de Joden te de-JehoedaÔseren verplicht de Russische Tsaar Nicolaas I alle Joodse mannen in zijn rijk om 25 jaar in het leger te dienen. Joodse jongens vanaf twaalf jaar vallen onder de regeling. In de kazernes worden ze gedwongen varkensvlees te eten en het christendom te aanvaarden. De wet blijft van kracht tot 1874 en vernietigd twee hele Joodse generaties.

1939-1945

De Holocaust (Sjoa) kost het leven aan ruim zes miljoen Europese Joden, waarvan anderhalf miljoen kinderen. Het grootste deel van de Nederlandse-Joodse gemeenschap komt om. Hitler gebruikte geschriften van o.a. Luther om zijn werk te rechtvaardigen.

1945-46

In na-oorlogse pogroms vermoorden Poolse antisemieten bijna 500 Joden.

 

 

 

 

 

Waar (in Nederland) Israelische producten kopen?

 

Hieronder enkele adressen in Nederland van food en non-food artikelen, waar ook IsraŽlische producten verkocht worden.

bron: A Italiaander, Amsterdam, Immy Vlaming, Oosterend en J.Vermeulen

 

WIZO-Winkel, A. J. Ernststraat 735a, 1082 LJ Amsterdam Buitenveldert. 020-6466295. Website: www.wizo.nl e-mail giftshop@wizo.nl  .

WIZO-Winkel, Prinsestraat 16, 7513 AL  Enschede. Open op zondag en woensdag van 11.00 Ė 17.00 uur.

DE SNOGE WINKEL, Mr. Visserplein 1, Amsterdam. 020-6245351. Zie de website: www.esnoga.com, voor e-mail: m.dori@esnoga.com .

ít WINKELTJE ISRAňL KADOSHOP, Singelstraat 6, 4331 SV Middelburg. 0118-625778.*

ít WINKELTJE ISRAňL KADOSHOP, Kloosterlaan 27, 9251 MD Bergum. 0511-462486.*

* Productenlijst wordt op aanvraag toegezonden.

 

Supermarkten en verkoop adressen food:

C1000 SUPERMARKT Slot Kastelenstraat 60-70, Amsterdam Buitenveldert. 020-3012680. smo-slot@c1000.nl  Heeft naast de gewone supermarkt artikelen veel producten uit IsraŽl. Achter in de winkel een grote koelvitrine. Verder ook in schappen veel Isr. import o.a. van Osem, Elite en lekkere koekjes, wijnen.

LAROMME Isr. brood + banket Kastelenstraat 69, Amsterdam Buitenveldert. 020-6447567. Laromme importeert brood en banket uit IsraŽl en bakt het zonodig af. Heeft ook supermarkt producten, Laromme is recht tegenover de C1000 in Buitenveldert. Verder heeft Laromme een filiaal naast de NIK-shul in Den Haag. www.laromme.nl   info@laromme.nl

MOUWES, Kastelenstraat 261, AMSTERDAM Buitenveldert. 020-6610180. Diverse artikelen uit IsraŽl. info@mouwes.nl 

 

INTERVINS De Lairessestraat 63, Amsterdam. 020-6714666. Wijnhandel voor Kosjere wijnen uit IsraŽl (en Frankrijk). www.israelwijnen.nl 

 

ISRAňL PRODUCTEN CENTRUM, Patroonstraat 1, 3861 RN Nijkerk. 033-2458814. Zo wel voor food als non-food een uitgebreide sortering. www.ipc-nijkerk.nl    e-mail:  info@ipc-nijkerk.nl

 

JOSEPH PASTERNAK bezorging in heel Nederland. 036-5451829, en 0624679354. pasternak.joseph@gmail.com.   Mobiele winkel met kosjere en IsraŽlische producten.

 

HEMA heeft koosjere IsraŽlische matzes en wijn in de verkoop (rond Pesach).

 

LIDL verkoopt de volkorencrackers van Osem uit IsraŽl en tevens zijn de avocado's bij hen afkomstig uit Israel.

NESJOMME (nu nog) Kea Boumanlaan 4, 1183 VA Amstelveen.T 020-5451010
 

 

Een aantal toevoegingen voor het item Israelische producten

bron: S. Levy, SL Food & Projects BV, Hogewerf 215, 1082 ND Amsterdam, the Netherlands, T: 0031 (0)20 6154907, email: info -at- slfood.nl


Albert Heijn, Groot Gelderlandplein A'dam heeft een uitgebreid assortiment Israelische Koosjere (Badats) producten. Bijzonderheden: 14 verschillende koosjere mediterrane salades (w.o. houmous, babaganush en tehina), en verder o.a. Burekas, Jachnun, Malawach, Rogelach.

HEMA heeft per 1-3 Matses koosjer voor Pesach en de Natural Crackers van de HEMA zijn ook Koosjer (Badats)

Super de Boer (Benelux Baan), A'dam start 1 maart 2010 met een uitgebreid(er) assortiment Koosjere artikelen.

 

 

 

Koshere kaas bij kaasfabriek VEBO Leeuwarden In Nederland kun je goede rabbianale kaas( chalav yisrael) telefonisch bestellen bij kaasfabriek VEBO-Leeuwaren. Voorwaarde is dat je minimaal 8 kilo afneemt,wat inhoudt dat je 2 kazen besteld van 4 kilo per stuk. De verzendkosten worden verdisconteerd met de kaas. Er zijn verschillende kazen verkrijgbaar van jong belegen tot oude kaas.De goedkoopste is de Gouda 50+ jonge kaas (8,45 euro ). De bestellingen worden iedere maandag verstuurd,de klant heeft de kaas dan dinsdag in huis. Bij de bestelling wordt een factuur geleverd zodat de klant het bedrag zelf kan overmaken. Telefnr VEBO; 058-2124064, email; vebo@euronet.nl. http://www.euronet.nl/~vebo/ 



 

 

 

 

Wat tips voor het maken van een IsraŽlreis:

 

In de Orthodox-Joodse settlements Sussya (Judea) en Har Bracha (Samaria op de berg Gerizim) bestaat de mogelijkheid om relatief goedkoop te overnachten.

Sussya heeft een uitgebreide overnachtings accomodatie, Har Bracha een iets eenvoudiger. Het voordeel daar is wel dat je direct contact hebt met een Joodse familie in de settlement. Beide plaatsen zijn met auto en bus bereikbaar. In vergelijking met de Hotels in de steden zijn deze overnachtingsgelegenheden erg goedkoop. Mail hen even voor de actuele prijzen. Betaling gebeurt ter plaatse.


Susya Accomodation

Schitterende accomodatie; Caravans en huisjes  in de Orthodox-Joodse settlement Susya in het Hebron gebergte, ten zuiden van Hebron, aan de rand van de Negev woestijn. Een half uurtje ten Noorden van Beersheva en een uurtje rijden ten zuiden van Jeruzalem. Goede uitvalsbasis voor tochten naar de woestijn, maar ook naar Hebron, de archeologische plaats Susya, Yatir Forest, Arad, Massada etc.. Zwembad en supermarkt aanwezig in de settlement. Mail voor info moshe@susya.org.il.   http://www.susya.org.il/pictures.htm

In deze plaats kunt u tevens lessen Jodendom volgen aan de plaatselijke Beth Midrash. Er zijn speciaal lessen voor niet-Joden die zich in het Jodendom willen verdiepen. Mail voor info naar Shalom Center.


Grizim Tours

Bed & Breakfast Accomodatie. Doelstelling is om mensen te helpen de connectie met Israel te maken. Dat kan ook door bv in de Olijf of en wijngaard te werken en te studeren in de Bijbel en te zien dat de profetien uitkomen. Toeren door de vallei van Shichem en uitleg over deze bijzondere plaatsen. Er kunnen 3 maaltijden per dag worden voorzien tegen lage kosten.  Ook is er een koudwaterbron om af te koelen na het werken.  Diverse onderwerpen uit de Thora kunnen worden behandeld.  Als je erover spreekt, zie je het meteen voor je.  mail: grizim@bezeqint.net

http://www.grizimtour.com/index.htm


Een bezoek aan Shorashim of the Old City

In/naar Jeruzalem? Bezoek dan eens het Joods-Bijbelse leercentrum in de Cardo van de Oude Stad. Moshe praat graag met wie dat dan ook maar wil over teksten uit de Tenach (Oude Testament). Meer interesse om wat te weten over het Joods denken en/of de Joodse wortels van je geloof. Loop dan zekere even bij Moshe binnen.  Mail: shorashim@shorashim2u.net

http://www.shorashim.com/, http://www.jerusaleminsights.com/ 
 


Bezoek eens het Tempel instituut

Instituut wat zich bezich houdt met de voorbereidingen van de bouw en gebruik van de Derde Tempel. Diverse atributen zijn gemaakt en voorlichting wordt er gegeven. Bijzonder de moeite waard om eens te bezoeken.

http://www.templeinstitute.org   


Bezoek eens Gush Etzion informatiecentrum

Soort museum, even ten zuiden van Jeruzalem over de geschiedenis van het gebied met name rond de onafhankelijkheidsoorlog.

http://www.kfar-etzion.co.il/English_history_KE.htm  


Kibbuts Merom Golan op de Golan Hoogvlakte

Schittterende lokatie en uitvalsbasis voor tochten op de Golan, naar de Hermon, naar de bronnen van de Jordaan etc. Voor een redelijke prijs. Uitzicht op de Hermon.

http://www.meromgolantourism.co.il/main_e.html


Egged

Site over de IsraŽlische lijnbus diensten. Met prijzen en vertrektijden van busdiensten door het hele land.

http://www.egged.co.il/Eng/


Israelian Railways

Vernieuwde site van de IsraŽlische Spoorwegen. Treinen vertrekken nu ook vanaf Ben Gurion Arport.

http://www.rail.co.il/EN/Pages/HomePage.aspx


Vrijwilligerswerk in IsraŽl

Bron: A.Italiaander en http://www.haaretz.com.

 

*   SAR-EL

 

Zie de site: www.sar-el.org.il  e-mail in Nederland maxal@planet.nl  .
 

Vraag naar Max op telefoonnummer 020-4421807. Voor vrijwilligers werk op een militaire basis. Voor alle leeftijden. Er komen vrijwilligers uit verschillende landen. Er is een enorm saamhorigheids gevoel. Je werkt met met IsraŽli's, maar ook met artsen. Een kranten magnaat uit de VS kwam daar jaarlijks terug en ook een professor was een jaarlijkse vrijwilliger. Heus jaren later zal je nog met plezier op deze periode terug zien.)
 


HiP, Stichting Het IsraŽl Project

 

e-mail stichting.HiP@planet.nl  en volunteers4Israel@planet.nl ,
voor het helpen in de 'Zorg'. Het helpen van behoeftige mensen geeft je een bijzonder tevreden gevoel. In overleg met Chris 0182-617539 kan je naar een instelling in Jeruzalem, Tel Aviv of een andere plaats. In de bejaarden zorg of helpen met gehandicapten is beter dan 'eenvakantieophetstrandliggen', dat ben je al weer gauw vergeten.
 


MDA, Magen David Adom

 

Ook kan je meerijden op een ambulance auto, ga daarvoor naar MDA, Magen David Adom. Leeftijd van 18 Ė 25 jaar, kennis van het Engels is noodzakelijk, eerst krijg je een 1e hulp cursus van ca 42 uur met eindtoets, duur van de deelname 2 maanden. Alle info bij het MDA: jeugdvrijwilliger@mda-nederland.nl  , Verder dhr Van Baalen w.v.baalen@hetnet.nl  tel. secretariaat 010-5990202.
 

 

Kibbutz volunteering, als vrijwilliger werken op een kibbuts

 

Terug van weggeweest. Werken als vrijwilliger voor een paar maanden in een van de religieuze of seculiere Kibbutsiem verspreid over het hele land op basis van kost en inwoning (en soms een kleine extra vergoeding). Kennis van Engels is belangrijk. Voor info en aanmelden.

Kibbutz Program Center-Israel
kpc@volunteer.co.il 
Tel: 00972-3-524-6156
Fax: 00972-3-523-9966
http://www.kibbutz.org.il/eng/welcome.htm

 

of  in Nederland: Oppenheim Travel, Cronenburg 154, 1081 GN Amsterdam, Tel: 020-4042040, Fax: 020-4044055, Email: arjan@oppenheim.nl. en in BelgiŽ: Tal Harel, Ave. ducpetiauxlaan, 68, Brussel 1060, Mobile: 0475/89.13.24

 

WUJS, WORLD UNION JEWISH STUDENTS.
 

Een 1 jaar durend programma voor STUDENTEN. Bezoek hun site www.wujs.org.il,
e-mail
office@wujs.org.il .
 

 

TAGLIT, BIRTH RIGHT PROGRAM, GEBOORTERECHT.
 

Geheel gesponsorde (GRATIS) 10 daagse rondreis door IsraŽl. Voor de leeftijd van 18-26 jaar. Verzorgd door de EUROPEAN CENTER for JEWISH STUDENTS. Zie op internet hun site in het Nederlands: http://ecjs.axelnet.net/index_dutch.php , e-mail: birthright@ecjs.org .de EUROPEAN CENTER for JEWISH STUDENTS.

En kan je uit het bovenstaande nog niets van je keus vinden, dan ga je toch via een goed reisbureau (Oppenheim bijvoorbeeld www.oppenheim.nl) ,


 

Klik hier (op haar naam) voor een geluidsfragment van een toespraak van Margalith Bijleveld uit Kedumim IsraŽl over het verbonden zijn met IsraŽl.

 

 

 

 

 

 

-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-

 

 

 

 

 

Aanhalingen uit de Tenach over IsraŽl als volk

Hier volgen een groot aantal teksten uit de Tenach (het Oude Testament) die gaan over IsraŽl als volk en als land. ProfetieŽn over de toekomst van IsraŽl. ProfetieŽn die je nu in vervulling ziet gaan

 

 

 

Jesaja 49:3  Hij zeide tot mij: Gij zijt mijn knecht, IsraŽl, in wie Ik Mij zal verheerlijken.

Jes. 51:16   Ik heb mijn woorden in uw mond gelegd en met de schaduw mijner hand heb Ik u bedekt, Ik, die de hemel uitspan en de aarde grondvest en tot Sion zeg: Gij zijt mijn volk.

 

De Naam van de Eeuwige wordt geheiligd als de beloften voor IsraŽl vervuld worden.

Ezech. 36:17-36  Mensenkind, toen het huis IsraŽls nog in zijn land woonde, heeft het dat verontreinigd door zijn handel en wandel. Als de maandelijkse onreinheid, zo was hun wandel in mijn ogen. Daarom stortte Ik mijn grimmigheid over hen uit vanwege het bloed dat zij in het land vergoten hadden, en omdat zij het verontreinigd hadden door hun afgoden. Ik verstrooide hen onder de volken, zodat zij over de landen verspreid raakten; naar hun handel en wandel richtte Ik hen. En bij alle volken waar zij kwamen, ontheiligden zij mijn heilige naam, doordat men van hen zeide: Dezen zijn het volk van de Eeuwige, maar toch moesten zij weg uit zijn land. Dit deed Mij leed om mijn heilige naam, die het huis IsraŽls ontheiligd had onder de volken in wier gebied zij gekomen waren. Daarom, zeg tot het huis IsraŽls: Zo zegt de Eeuwige de Heer: niet om uwentwil doe Ik het, o huis IsraŽls, maar om mijn heilige naam, die gij ontheiligd hebt onder de volken in wier gebied gij gekomen zijt. Ik zal mijn grote naam die onder de volken ontheiligd is, die gij te midden van hen ontheiligd hebt, heiligen; en de volken zullen weten, dat Ik de Eeuwige (ik ben die ik ben) ben, luidt het woord van de Eeuwige de Heer, wanneer Ik Mij voor hun ogen aan u de Heilige zal betonen. Ik zal u weghalen uit de volken en u bijeenvergaderen uit alle landen, en Ik zal u brengen naar uw eigen land; Ik zal rein water over u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen; een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven. Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt. Gij zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb; gij zult Mij tot een volk zijn en Ik zal u tot een Gíd zijn. Ik zal u van al uw onreinheden verlossen, Ik zal het koren roepen en het vermeerderen, en geen hongersnood over u brengen. Ja, Ik zal de vrucht van het geboomte en de opbrengst van het veld vermeerderen, opdat gij niet meer de smaad van hongersnood te dragen krijgt onder de volken. Dan zult gij terugdenken aan uw boze wandel en aan uw handelwijze, die niet goed was, en gij zult van uzelf walgen om uw ongerechtigheden en uw gruwelen. Niet om uwentwil doe Ik het, luidt het woord van de Eeuwige de Heer; weet dat wel! Schaamt u en wordt schaamrood over uw wandel, huis IsraŽls. Zo spreekt de Eeuwige de Heer: Wanneer Ik u reinig van al uw ongerechtigheden, zal Ik de steden weer bevolken en zullen de puinhopen herbouwd worden; het verwoeste land zal weer worden bewerkt, in plaats van een woestenij te zijn voor het oog van iedere voorbijganger. En men zal zeggen: Dit land dat verwoest was, is geworden als de hof van Eden; de steden die, verwoest en vernield, in puin lagen, zijn weer versterkt en bewoond. Dan zullen de volken die om u heen overgebleven zijn, weten, dat Ik, de Eeuwige, herbouwd heb wat vernield was en beplant heb wat verwoest was. Ik, de Eeuwige, heb het gesproken en Ik zal het doen.

 

Gíds verbond met IsraŽl is nooit beŽindigd.

Jesaja 44:23  Jubelt, gij hemelen, want de Eeuwige heeft het gedaan; juicht, gij diepten der aarde, breekt uit in gejubel, gij bergen, gij woud met alle geboomte daarin, want de Eeuwige heeft Yaíakov verlost en Hij verheerlijkt Zichzelf in IsraŽl.

EzechiŽl 39:25-29  Daarom, zo zegt de Eeuwige de Heer, nu zal Ik een keer brengen in het lot van Yaíakov en Mij ontfermen over het gehele huis IsraŽls, en ijveren voor mijn heilige naam. Zij zullen de smaad en al de ontrouw, waarmee zij Mij ontrouw geweest zijn, vergeten, wanneer zij weer in hun land wonen, veilig, zonder dat iemand hen opschrikt. Als Ik hen uit het gebied der volken terugbreng en hen uit de landen van hun vijanden verzamel, dan zal Ik Mij voor het oog der talrijke volken aan hen de Heilige betonen. En zij zullen weten, dat Ik de Eeuwige hun Gíd ben, zowel wanneer Ik hen in ballingschap wegvoer onder de volken, als wanneer Ik hen weer in hun eigen land verzamel, zonder dat Ik iemand van hen daarginds achterlaat. En Ik zal mijn aangezicht niet meer voor hen verbergen, wanneer Ik mijn Geest over het huis IsraŽls heb uitgestort, luidt het woord van de Eeuwige de Heer.

-         Zach. 2:8b  want wie u aanraakt, raakt zijn oogappel aan.

-         Ps 33:12  Welzalig het volk, welks Gíd de Eeuwige is, de natie, die Hij Zich ten erfdeel koos.

-         Ps. 72:18  Geloofd zij de Eeuwige Gíd, de Gíd van IsraŽl, die alleen wonderen doet.

-         Ps 147:19, 20  Hij heeft Yaíakov zijn woorden bekendgemaakt, IsraŽl zijn inzettingen en zijn verordeningen. Aldus heeft Hij aan geen enkel volk gedaan, en zijn verordeningen kennen zij niet. Halleluja.

-         Zach. 8:8  En Ik zal hen hierheen brengen, dat zij in het midden van Jerusalem wonen zullen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een Gíd zijn, in waarheid en in gerechtigheid.

-         Jesaja 41:8  Maar gij, IsraŽl, mijn knecht, Yaíakov, die Ik verkoren heb, nakroost van mijn vriend Avraham. 

-         Jesaja 46:13   Ik breng mijn gerechtigheid nabij, zij is niet ver, en mijn heil zal niet vertoeven; Ik geef in Sion heil, aan IsraŽl mijn luister.

-         Jesaja 48:12  Hoor naar Mij, Yaíakov, IsraŽl, mijn geroepene. Ik ben dezelfde, Ik ben de eerste, ook ben Ik de laatste.

 

Gíds beloften voor IsraŽl liggen voor eeuwig vast en gelden tot in eeuwigheid.

Ps 105:3-11  Beroemt u in zijn heilige naam; het hart van wie de Eeuwige zoeken, verheuge zich.   Vraagt naar de Eeuwige en zijn sterkte, zoekt zijn aangezicht bestendig. Gedenkt aan de wonderen, die Hij heeft gedaan, zijn tekenen en de oordelen van zijn mond, gij nakroost van Avraham, zijn knecht, gij kinderen van Yaíakov, zijn uitverkorenen. Hij, de Eeuwige, is onze Gíd, zijn oordelen gaan over de ganse aarde; Hij gedenkt voor eeuwig aan zijn verbond, (het woord, dat Hij gebood aan duizend geslachten) dat Hij met Avraham sloot, en aan zijn eed aan Itschak; ook stelde Hij het voor Yaíakov tot een inzetting, voor IsraŽl tot een eeuwig verbond, toen Hij zeide: U zal Ik het land Kanašn geven als het u toegemeten erfdeel.

Jer. 32:37-44  Zie, Ik verzamel hen uit al de landen, waarheen Ik hen in mijn toorn en gramschap en grote verbolgenheid zal verdreven hebben, en Ik zal hen naar deze plaats terugbrengen en hen veilig doen wonen; zij zullen Mij tot een volk zijn en Ik zal hun tot een Gíd zijn; Ik zal hun een hart en een weg geven, zodat zij Mij vrezen al de dagen, hun en hun kinderen na hen ten goede; ja, Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten, dat Ik Mij niet van achter hen afwenden zal en dat Ik hun wel zal doen, en mijn vrees zal Ik in hun hart leggen, zodat zij niet van Mij afwijken; Ik zal Mij over hen verblijden en hun weldoen en Ik zal hen voorgoed in dit land planten met heel mijn hart en heel mijn ziel. Want zo zegt de Eeuwige: Zoals Ik al deze zware rampspoed over dit volk gebracht heb, zo breng Ik over hen al het heil, dat Ik over hen verkondig. Er zullen akkers gekocht worden in dit land, waarvan gij zegt: Een wildernis is het, zonder mens en dier, het is in de macht der Chaldeeen gegeven; akkers zal men voor geld kopen en koopbrieven schrijven, deze verzegelen en door getuigen doen bekrachtigen in het land van Benjamin, in de omstreken van Jerusalem, in de steden van Jehoeda, van het Gebergte, van de Laagte en van het Zuiderland; want Ik zal in hun lot een keer brengen, luidt het woord van de Eeuwige.

 

-         Jer. 31:10-12  Hoort het woord des Heren, o volken, verkondigt het in verre kustlanden en zegt: Hij, die IsraŽl verstrooide, zal het verzamelen en het behoeden als een herder zijn kudde. Want de Eeuwige maakt Yaíakov vrij en verlost hem uit de macht van wie sterker is dan hij. Zo komen zij jubelend op de hoogte van Sion en stromen toe naar het goede van de Eeuwige, naar koren, most en olie, naar schapen en runderen; hun ziel zal zijn als een besproeide hof, zij zullen nooit meer versmachten.

-         Jesaja 54:1-10  Jubel, gij onvruchtbare, die niet gebaard hebt; breek uit in gejubel en juich, gij die geen weeŽn gekend hebt, want de kinderen der eenzame zijn talrijker dan de kinderen der gehuwde, zegt de Eeuwige. Maak de plaats voor uw tent wijd, en men spanne de kleden uwer woningen uit, wees er niet karig mee, maak uw touwen lang en sla uw pinnen vast.  Want naar rechts en links zult gij uitbreiden en uw nageslacht zal de volken in bezit nemen en de verwoeste steden bevolken. Vrees niet, want gij zult niet beschaamd staan; word niet schaamrood, want gij zult niet te schande worden; ja, gij zult de schande van uw jeugd vergeten en aan de smaad van uw weduwschap niet meer denken. Want uw man is uw Maker, de Eeuwige der heerscharen is zijn naam; en uw losser is de Heilige IsraŽls, Gíd der ganse aarde zal Hij genoemd worden. Want als een verlaten en diep bedroefde vrouw heeft u de Eeuwige geroepen, als een vrouw uit de jeugdtijd, nadat zij versmaad werd, zegt uw Gíd. Een kort ogenblik heb Ik u verlaten, maar met groot erbarmen zal Ik u tot Mij nemen;  in een uitstorting van toorn heb Ik mijn aangezicht een ogenblik voor u verborgen, maar met eeuwige goedertierenheid ontferm Ik Mij over u, zegt uw Losser, de Eeuwige. Dit is Mij als in de dagen van Noach: zoals Ik gezworen heb, dat de wateren van Noach niet meer over de aarde zouden komen, zo heb Ik gezworen, dat Ik niet meer toornig op u zal zijn noch u zal dreigen. Want bergen mogen wijken en heuvelen wankelen, maar mijn goedertierenheid zal van u niet wijken en mijn vredesverbond zal niet wankelen, zegt uw Ontfermer, de Eeuwige.

-         Jesaja 29:18-23  Te dien dage zullen de doven Schriftwoorden horen, en van donkerheid en duisternis verlost, zullen de ogen der blinden zien. En ootmoedigen zullen steeds meer vreugde hebben in de Eeuwige, en de armsten onder de mensen zullen juichen in de Heilige IsraŽls. Want het zal gedaan zijn met de geweldenaar, en de spotter zal vergaan en allen die op boosheid zinnen, zullen uitgeroeid worden, zij die een mens om een woord schuldig verklaren en valstrikken leggen in de poort voor wie opkomt voor het recht, en die met ijdele beweringen terzijde dringen wie het recht aan zijn zijde heeft. Daarom, zo zegt de Eeuwige, die Avraham verloste, tot het huis van Yaíakov : Yaíakov zal nu niet meer beschaamd staan en zijn aangezicht zal niet meer verbleken. Want wanneer hij en zijn kinderen het werk mijner handen in hun midden zien, dan zullen zij mijn naam heiligen en zij zullen de Heilige Yaíakovs heiligen en voor de Gíd van IsraŽl ontzag hebben. 

-         Jer. 23:3-8  En Ik zal het overblijfsel van Mijn schapen Zelf vergaderen  uit al de landen, waarheen Ik ze verdreven heb; en Ik zal ze terugbrengen tot hun kooien, en zij zullen vruchtbaar zijn, en vermenigvuldigen. En Ik zal herders over hen verwekken die ze weiden zullen; en zij zullen niet vrezen, noch verschrikt worden, noch gemist worden, spreekt de Eeuwige. Ziet, de dagen komen dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; Die zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen op de aarde. In Zijn dagen zal Jehoeda verlost worden, en IsraŽl zeker wonen; en dit zal Zijn naam zijn, waarmee men Hem zal noemen: de Eeuwige Onze Gerechtigheid. Daarom, ziet de dagen komen, spreekt de Eeuwige, dat zij niet meer zullen zeggen: Zo waarachtig als de Eeuwige leeft, Die de kinderen IsraŽls uit Egypteland heeft opgevoerd. Maar: Zo waarachtig als de Eeuwige leeft, Die het zaad van het huis IsraŽls heeft opgevoerd, en Die het aangebracht heeft uit het land van het noorden, en uit al de landen, waarheen Ik ze gedreven had! want zij zullen wonen in hun land.

-         Jes. 3:5, 6  Vreest niet, want Ik ben met u; Ik zal u w zaad van de opgang brengen, en Ik zal u verzamelen van de ondergang. Ik zal zeggen tot het noorden: Geef; en to het zuiden: Houd niet terug; breng Mijn zonen van verre, en Mijn dochters van het einde der aarde.

 

Zo zeker als er oordelen over hen gekomen zijn, zal de Eeuwige weer goed aan hen doen.

Zacharia 8:13-23  Gelijk gij onder de volken een vervloeking geweest zijt, o huis van Jehoeda en huis van IsraŽl, zo zult gij, doordat Ik u heil schenk, een zegen worden; vreest niet, laten uw handen sterk zijn. Want zo zegt de Eeuwige der heerscharen: Zoals Ik Mij voorgenomen had u kwaad te doen, toen uw vaderen Mij vertoornden, zegt de Eeuwige der heerscharen, en het Mij niet berouwde, zo heb Ik in deze dagen Mij weer voorgenomen Jerusalem en het huis van Jehoeda wel te doen; vreest niet! Dit moet gij doen: spreekt waarheid onder elkander, oefent eerlijke en heilzame rechtspraak uit in uw poorten; beraamt in uw hart elkanders onheil niet, en hebt geen valse eed lief, want dit alles haat Ik, luidt het woord des Heren. Ook kwam het woord van de Eeuwige der heerscharen tot mij: Zo zegt de Eeuwige der heerscharen: Het vasten der vierde, vijfde, zevende en tiende maand zal voor het huis van Jehoeda worden tot vrolijkheid en vreugde, ja tot blijde feesten; hebt dan de waarheid en de vrede lief. Zo zegt de Eeuwige der heerscharen: Wederom zullen er volken komen en inwoners van vele steden, en de inwoners van de ene zullen zich begeven naar die van de andere, en zeggen: Laten wij toch heengaan om de gunst van de Eeuwige af te smeken en om de Eeuwige der heerscharen te zoeken; ook ik wil gaan. Ja, vele natiŽn en machtige volken zullen komen om de Eeuwige der heerscharen te Jerusalem te zoeken en de gunst des Heren af te smeken. Zo zegt de Eeuwige der heerscharen: In die dagen zullen tien mannen uit volken van allerlei taal vastgrijpen, ja vastgrijpen de slip van een Judeese man, en zeggen: wij willen met u gaan, want wij hebben gehoord, dat Gíd met u is. (zie ook verderop)                                      

Jes. 30:18, 19  Daarom verlangt de Eeuwige ernaar u genadig te zijn, en daarom zal Hij Zich verheffen om Zich over u te ontfermen, want de Eeuwige is een Gíd van recht; welzalig allen die op Hem wachten. Want gij volk, dat op Sion, in Jerusalem, woont, gij zult niet blijven wenen. Hij zal u zeker genadig zijn op uw luid geroep; zodra Hij dat hoort, zal Hij u antwoorden.

Psalm 102:12, 13  Maar Gij, o de Eeuwige, troont voor eeuwig, uw naam blijft van geslacht tot geslacht. Gij zult opstaan, U over Sion erbarmen, want het is tijd haar genadig te zijn, want de bepaalde tijd is gekomen.

Zacharia 10:6-10  Zo zal Ik het huis van Jehoeda sterken en het huis van Jozef verlossen; ja, Ik zal hen terugbrengen, omdat Ik Mij over hen ontferm, en zij zullen worden, alsof Ik hen niet verworpen had. Want Ik ben de Eeuwige, hun Gíd, en Ik zal hen verhoren. Dan zullen zij zijn als een held van Efraim, en hun hart zal zich verheugen als van wijn; ook zullen hun zonen het aanschouwen en zich verheugen, hun hart zal jubelen in de Eeuwige. Ik zal hen tot Mij fluiten en hen vergaderen, want Ik bevrijd hen, en zij zullen even talrijk worden als zij waren. Wel zaai Ik hen onder de volken, maar in verre streken zullen zij aan Mij denken; zo zullen zij leven met hun kinderen, en terugkeren. Ja, Ik zal hen terugbrengen uit het land Egypte, en hen uit Assur vergaderen; Ik zal hen brengen naar het land Gilead en de Libanon; doch dit zal voor hen niet toereikend zijn.

-         Leviticus 26:13-21  Ik ben de Eeuwige, uw Gíd, die u uit het land Egypte heb geleid, opdat gij hun niet meer tot slaven zoudt zijn; Ik heb de stangen van uw juk verbroken en u rechtop doen gaan. Maar indien gij naar Mij niet luistert en al deze geboden niet doet, indien gij mijn inzettingen versmaadt en van mijn verordeningen een afkeer hebt, zodat gij geen van mijn geboden doet en mijn verbond verbreekt, dan zal Ik ook aldus met u doen en met verschrikking u bezoeken: tering en koorts, die de ogen verteren en het leven doen verkwijnen; dan zult gij tevergeefs uw zaad zaaien, want uw vijanden zullen het eten . Ik zal mijn aangezicht tegen u keren, zodat gij voor uw vijanden geslagen zult worden, en die u haten, zullen over u heersen, en gij zult vluchten, zonder dat iemand u vervolgt. En indien gij desniettegenstaande niet naar Mij luistert, dan zal Ik u blijven tuchtigen wegens uw zonden, tot zevenmaal toe,  en uw trotse macht zal Ik breken en uw hemel maken als ijzer en uw land als koper.  Dan zal uw kracht tevergeefs verbruikt worden ; uw land zal zijn opbrengst niet geven en het geboomte des lands zal zijn vrucht niet dragen.   Indien gij u tegen Mij verzet en naar Mij niet wilt luisteren, dan zal Ik u nog zevenmaal harder slaan, naar uw zonden ;Ö 38  En gij zult onder de volken te gronde gaan, en het land uwer vijanden zal u verteren.  Ö.. 40 Maar belijden zij hun ongerechtigheid en die hunner vaderen, in de ontrouw waarmede zij tegen Mij ontrouw zijn geweest, en ook dat zij zich tegen Mij verzet hebben, Ö.. 42-45  dan zal Ik mijn verbond met Yaíakov gedenken ; ook mijn verbond met Itschak en ook mijn verbond met Avraham zal Ik gedenken, en Ik zal het land gedenken.  Maar het land zal door hen verlaten worden en het zal zijn sabbatsjaren vergoed krijgen, terwijl het verwoest ligt zonder hen, en zij zullen hun ongerechtigheid boeten, omdat, ja, omdat zij mijn verordeningen versmaadden en van mijn inzettingen een afkeer hadden. Maar ook zelfs, wanneer zij in het land hunner vijanden zijn, versmaad Ik hen niet en heb Ik geen afkeer van hen, zodat Ik hen zou vernietigen en mijn verbond met hen verbreken: want Ik ben de Eeuwige, hun Gíd. Maar Ik zal hun ten goede gedenken het verbond met hun voorvaderen, die Ik voor de ogen der volken uit het land Egypte heb geleid , om hun tot een Gíd te zijn. Ik ben de Eeuwige. 

-         Jes. 49:3-19  En Hij zeide tot mij: Gij zijt mijn knecht, IsraŽl, in wie Ik Mij zal verheerlijken. Doch ik zeide: Tevergeefs heb ik mij afgemat, voor niets en vruchteloos mijn kracht verbruikt. Evenwel, mijn recht is bij de Eeuwige  en mijn vergelding is bij mijn Gíd. Maar nu zegt de Eeuwige, die mij van de moederschoot aan vormde tot zijn knecht, om Yaíakov tot Hem terug te brengen en om IsraŽl tot Hem vergaderd te doen worden (en ik werd geŽerd in de ogen des Heren en mijn Gíd was mijn sterkte) Hij zegt dan: Het is te gering, dat gij Mij tot een knecht zoudt zijn om de stammen van Yaíakov weder op te richten en de bewaarden van IsraŽl terug te brengen; Ik stel u tot een licht der volken, opdat mijn heil reike tot het einde der aarde. Zo zegt de Eeuwige, IsraŽls Verlosser, zijn Heilige, tot de diep verachte, de bij het volk verafschuwde, de knecht van heersers: Koningen zullen dit zien en opstaan; vorsten, en zich nederbuigen, ter wille van de Eeuwige, die getrouw is, de Heilige IsraŽls, die u verkoren heeft. Zo zegt de Eeuwige: Ten tijde des welbehagens heb Ik u verhoord, en ten dage des heils heb Ik u geholpen; Ik zal u behoeden en u stellen tot een verbond voor het volk om het land weder te herstellen, om verwoeste eigendommen weer tot een erfdeel te maken,  om tot de gevangenen te zeggen: Gaat uit! tot hen die in de duisternis zijn: Komt te voorschijn! Aan de wegen zullen zij weiden, op alle kale heuvels zal hun weide zijn; zij zullen hongeren noch dorsten, woestijngloed noch zonnesteek zal hen treffen, want hun Ontfermer zal hen leiden en hen voeren aan waterbronnen. En Ik zal al mijn bergen tot een weg maken en mijn heerbanen zullen opgehoogd worden. Zie, dezen komen uit de verte, genen uit het noorden en het westen, weer anderen uit het land Sinim. Jubelt, gij hemelen, en juich, gij aarde, breekt uit in gejubel, gij bergen, want de Eeuwige heeft zijn volk getroost en Zich over zijn ellendigen ontfermd. Maar Sion zegt: de Eeuwige heeft mij verlaten en de Eeuwige heeft mij vergeten. Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten, dat zij zich niet ontfermen zou over het kind van haar schoot? Al zouden zij die vergeten, toch vergeet Ik u niet. Zie, Ik heb u in mijn handpalmen gegrift, uw muren zijn bestendig voor Mij. Uw zonen snellen toe, uw vernielers en uw verwoesters trekken van u weg. Hef uw ogen op naar rondom en zie hen allen; zij vergaderen, zij komen tot u. Zo waar Ik leef, luidt het woord des Heren, gij zult hen allen aandoen als een sieraad, en hen ombinden, zoals een bruid.  Want uw puinhopen en uw verwoeste plaatsen en uw vernield land. Voorwaar, nu zult gij te eng zijn voor de bewoners, en uw verdervers zullen verre zijn.

-         Ezech. 28:25  Alzo zegt de Eeuwige de Heere: Als ik het huis IsraŽls zal vergaderd hebben uit de volken, onder welke zij verstrooid zijn, en Ik onder hen voor de ogen der heidenen zal geheiligd zijn, dan zullen zij in hun land wonen, dat ik aan mijn knecht, aan Yaíakov, gegeven heb..... en zij zullen weten dat Ik de Eeuwige hun Gíd ben.

-         1 Sam. 12:22  Want de Eeuwige zal zijn volk niet verstoten, om der wille van zijn grote naam. de Eeuwige heeft immers verkozen u tot zijn volk te maken.

-         Maleachi 3:6  Voorwaar, Ik, de Eeuwige , ben niet veranderd, en gij kinderen van Yaíakov, zijt niet verteerd.

 

IsraŽl, nog steeds het uitverkoren volk.

1 Kronieken 16:13  gij nakroost van IsraŽl, zijn knecht, gij kinderen van Yaíakov, zijn uitverkorenen.

-         Jesaja 45:4  Ter wille van mijn knecht Yaíakov en van IsraŽl , mijn uitverkorene, riep Ik u bij uw naam , gaf u een erenaam, hoewel gij Mij niet kendet.  

-         Psalm 105:6  gij nakroost van Avraham, zijn knecht, gij kinderen van Yaíakov, zijn uitverkorenen.  

 

Door wonderen heen volvoert Gíd Zijn plan met IsraŽl.

Jeremia 32:20  die tekenen en wonderen gedaan hebt in het land Egypte tot op deze dag, zowel in IsraŽl als onder de mensen, en Uzelf een naam hebt gemaakt, gelijk heden blijkt.

Psalmen 77:14  Gij zijt de Gíd, die wonderen werkt, Gij hebt onder de volken uw macht doen kennen.

-         Psalm 135:9  die tekenen en wonderen in uw midden zond, Egypte, tegen Farao en al zijn knechten.

-         Psalm 105:1-45  Looft de Eeuwige, roept zijn naam aan, maakt onder de volken zijn daden bekend; zingt Hem, psalmzingt Hem, gewaagt van al zijn wonderen. Beroemt u in zijn heilige naam; het hart van wie de Eeuwige zoeken, verheuge zich. Vraagt naar de Eeuwige en zijn sterkte, zoekt zijn aangezicht bestendig. Gedenkt aan de wonderen, die Hij heeft gedaan, zijn tekenen en de oordelen van zijn mond, gij nakroost van Avraham, zijn knecht, gij kinderen van Yaíakov, zijn uitverkorenen. Hij, de Eeuwige, is onze Gíd, zijn oordelen gaan over de ganse aarde; Hij gedenkt voor eeuwig aan zijn verbond, (het woord, dat Hij gebood aan duizend geslachten) dat Hij met Avraham sloot, en aan zijn eed aan Itschak; ook stelde Hij het voor Yaíakov tot een inzetting, voor IsraŽl tot een eeuwig verbond, toen Hij zeide: U zal Ik het land Kanašn geven als het u toegemeten erfdeel. Toen zij weinige mensen in getal waren, een kleine schare en vreemdelingen daarin, en van volk tot volk trokken, van het ene koninkrijk tot de andere natie, gedoogde Hij niet, dat enig mens hen verdrukte, en bestrafte Hij koningen om hunnentwil: Raakt mijn gezalfden niet aan, en doet mijn profeten geen kwaad.  Toen Hij hongersnood opriep over het land en alle staf des broods verbrak, zond Hij een man voor hen uit: Jozef werd als slaaf verkocht; men knelde zijn voeten in boeien, hij kwam in de ijzers tot de tijd, dat zijn woord uitkwam, de uitspraak des Heren hem in het gelijk stelde. De koning zond heen en liet hem los, de heerser der volken maakte hem vrij; hij stelde hem tot heer over zijn huis, tot heerser over al zijn bezit, om zijn vorsten te binden naar zijn goeddunken, en zijn oudsten leerde hij wijsheid. Toen IsraŽl naar Egypte gekomen was, en Yaíakov als vreemdeling vertoefde in het land van Cham, maakte Hij zijn volk zeer vruchtbaar en machtiger dan zijn tegenstanders. Hij veranderde hun harten, zodat zij zijn volk haatten en listig handelden tegen zijn knechten. Hij zond Mozes, zijn knecht, en Aaron, die Hij Zich verkoren had. Zij deden onder hen zijn aangekondigde tekenen en wonderen in het land van Cham. Hij zond duisternis, maakte het duister; en zij waren tegen zijn woorden niet weerspannig. Hij veranderde hun wateren in bloed en deed hun vissen sterven; hun land wemelde van kikvorsen, zelfs in de kamers van hun koningen. Hij sprak, en er kwamen steekvliegen, muggen over hun ganse gebied. Hij maakte hun regens tot hagel, gaf laaiend vuur over hun land; Hij sloeg hun wijnstok en hun vijgeboom en verbrak het geboomte in hun gebied. Hij sprak, en er kwamen sprinkhanen, verslinders zonder tal; zij aten al het groene kruid in hun land en aten de vrucht van hun akker. Hij sloeg alle eerstgeborenen in hun land, de eerstelingen van hun ganse kracht. Hij voerde hen uit met zilver en goud, en er was in hun stammen niemand die struikelde. Egypte verheugde zich, toen zij uittrokken, want vrees voor hen was op hen gevallen. Hij breidde een wolk uit tot bedekking, en vuur om de nacht te verlichten. Zij vroegen, en Hij deed kwakkelen komen, met brood uit de hemel verzadigde Hij hen. Hij opende de rots, en wateren vloeiden, zij stroomden door de dorre streken als een rivier; want Hij gedacht aan zijn heilig woord, aan Avraham, zijn knecht. Hij voerde zijn volk uit met blijdschap, zijn uitverkorenen met gejubel. Hij gaf hun de landen der volken, zodat zij de arbeid der natien beerfden, opdat zij zijn inzettingen zouden onderhouden, en zijn wetten bewaren. Halleluja.

-         Jesaja 29:14  daarom, zie, Ik ga voort wonderlijk met dit volk te handelen, wonderlijk en wonderbaar: de wijsheid van zijn wijzen zal tenietgaan en het verstand van zijn verstandigen zal schuilgaan.

-         Micha 7:7  Maar ik zal uitzien naar de Eeuwige, ik zal wachten op de Gíd mijns heils; mijn Gíd zal mij horen.Ö 15-20  Evenals in de dagen, toen gij uittoogt uit het land Egypte, zal Ik hem wonderen doen zien. De volken zullen het zien en beschaamd worden, beroofd van al hun kracht; zij zullen de hand op de mond leggen, hun oren zullen doof worden. Zij zullen stof lekken als een slang, als kruipende dieren der aarde; zij zullen bevend uit hun burchten komen, sidderend zullen zij komen tot de Eeuwige, onze Gíd, en zij zullen voor U vrezen. Wie is een Gíd als Gij, die de ongerechtigheid vergeeft en de overtreding van het overblijfsel van zijn erfdeel voorbijgaat, die zijn toorn niet voor eeuwig behoudt, maar een welbehagen heeft in goedertierenheid! Hij zal Zich wederom over ons ontfermen, Hij zal onze ongerechtigheden vertreden. Ja, Gij zult al onze zonden werpen in de diepten der zee. Gij zult trouw bewijzen aan Yaíakov, goedertierenheid aan Avraham, gelijk Gij van oude dagen af aan onze vaderen hebt gezworenĒ.

-         JoŽl 2:30  Ik zal wonderen geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen.

 

Alle 12 stammen zullen weer bij elkaar komen. Dit is bij de eerste terugkeer uit Babel niet gebeurd.

EzechiŽl 37:19  zeg dan tot hen: Zo zegt de Eeuwige de Heer: zie, Ik neem het stuk hout van Jozef (dat aan Efraim toebehoort) en van de stammen IsraŽls die daarbij behoren en Ik voeg het bij het stuk van Jehoeda en maak ze tot een stuk hout, zodat zij een zijn in mijn hand.

-         Jeremia 3:18 In die dagen zal het huis van Jehoeda naar het huis van IsraŽl gaan, en zij zullen tezamen uit het Noorderland komen naar het land dat Ik aan uw vaderen ten erfdeel gegeven heb.

-         Jesaja 11:10-13  En het zal te dien dage geschieden, dat de volken de wortel van Isai zullen zoeken, die zal staan als een banier der natiŽn, en zijn rustplaats zal heerlijk zijn. En het zal te dien dage geschieden, dat de Eeuwige wederom zijn hand opheffen zal om los te kopen de rest van zijn volk, die overblijft in Assur, Egypte, Patros, Ethiopie, Elam, Sinear, Hamat en in de kustlanden der zee. En Hij zal een banier opheffen voor de volken, en de verdrevenen van IsraŽl verzamelen en de verstrooide dochters van Jehoeda vergaderen van de vier einden der aarde. Dan zal de afgunst van EfraÔm verdwijnen en zij die Jehoeda benauwen, zullen uitgeroeid worden; EfraÔm zal niet afgunstig zijn op Jehoeda en Jehoeda zal EfraÔm niet benauwen.

-         Hosea 1:10, 11  Eens echter zullen de kinderen IsraŽls talrijk wezen als het zand der zee, dat niet te meten of te tellen is. En ter plaatse waar tot hen gezegd wordt: Gij zijt mijn volk niet, zullen zij genoemd worden kinderen van de levende Gíd. Dan zullen de kinderen van Jehoeda en de kinderen van IsraŽl zich bijeenscharen, een hoofd over zich stellen, en optrekken uit het land; want groot zal de dag van Jizreel zijn. 

 

De volkeren horen zich aan te sluiten bij IsraŽl (en aan hen aan te passen) als ze G'd willen dienen en niet andersom.

Jesaja 14:1-3  Want de Eeuwige zal Zich over Yaíakov ontfermen en nog zal Hij IsraŽl verkiezen en ze op hun eigen bodem doen wonen; dan zal de vreemdeling zich bij hen aansluiten en men zal zich voegen bij het huis van Yaíakov. En de volken zullen het met zich nemen en het naar zijn eigen plaats brengen en het huis IsraŽls zal ze als erfelijk bezit verkrijgen op de grond des Heren, tot slaven en tot slavinnen. Zo zullen zij degenen die hen gevangen namen, gevangen nemen en heersen over hun drijvers. En het zal geschieden ten dage, wanneer de Eeuwige u rust geeft van uw smart en van uw onrust en van de harde dienst die men u heeft laten verrichten.

 

-         Ruth 1:16b  want waar gij zult heengaan, zal ik heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten: uw volk is mijn volk en uw Gíd is mijn Gíd;.

-         Zach.14:4a, 9, 11 en 16  En Zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die voor Jerusalem ligt, tegen het oosten.... en de Eeuwige zal tot koning over de ganse aarde zijn; te dien dage zal de Eeuwige ťťn zijn, en Zijn naam ťťnÖ.En zijn zullen daarin wonen, en er zal geen vebanning meer zijn; want Jerusalem zal zeker wonenÖen het zal geschieden, dat al de overgeblevenen van alle heidenen, die tegen Jerusalem zullen gekomen zijn, die zullen van jaar tot jaar optrekken om te aanbidden de Koning, de Eeuwige der heerscharen, en om te vieren het feest der loofhutten.

-         Zacharia 8:23  Zo zegt de Eeuwige der heerscharen: In die dagen zullen tien mannen uit volken van allerlei taal vastgrijpen, ja vastgrijpen de slip van een Judeese man, en zeggen: wij willen met u gaan, want wij hebben gehoord, dat Gíd met u is.

ß         Numeri 15:38-40  Spreek tot de IsraŽlieten en zeg tot hen, dat zij zich gedenkkwasten maken aan de hoeken van hun klederen, van geslacht tot geslacht, en dat zij in de gedenkkwasten aan de hoeken een blauwpurperen draad verwerken. Dat zal u dan tot een gedenkkwast zijn; als gij daarnaar ziet, dan zult gij al de geboden van de Eeuwige gedenken en die volbrengen zonder uw hart of uw ogen te volgen, dat gij u daardoor tot overspel zoudt laten verleiden, opdat gij gedenkt en volbrengt al mijn geboden en heilig zijt voor uw Gíd.

ß         EzechiŽl 36:25-28  Ik zal rein water over u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen; een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven. Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt. Gij zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb; gij zult Mij tot een volk zijn en Ik zal u tot een Gíd zijn.

ß         Maleachi 4:2  Maar voor u, die mijn naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder haar vleugelen; gij zult uitgaan en springen als kalveren uit de stal.

ß         Psalmen 91:4  Met zijn vlerken beschermt Hij u, en onder zijn vleugelen vindt gij een toevlucht; zijn trouw is schild en pantser. 

 

 

Het ĎNieuweí Verbond gaat over de relatie G'd-IsraŽl in ťťn lijn met het Ďoudeí verbond (wat eigelijk helemaal niet oud is) Het gaat niet over een nieuwe Thora.

Jeremia 31:33-37  Maar dit is het verbond, dat Ik met het huis van IsraŽl sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des Heren: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een Gíd zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren: Kent de Eeuwige: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord des Heren, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken. Zo zegt de Eeuwige, die de zon overdag tot een licht geeft, die de maan en de sterren verordent tot een licht des nachts, die de zee opzweept, dat haar golven bruisen, wiens naam is de Eeuwige der heerscharen: Als deze verordeningen voor mijn ogen zullen wankelen, luidt het woord van de Eeuwige, dan zal ook het nageslacht van IsraŽl ophouden al de dagen een volk te zijn voor mijn ogen. Zo zegt de de Eeuwige: Als de hemel boven te meten is en de fundamenten der aarde beneden na te speuren zijn, dan zal Ik heel het nageslacht van IsraŽl verwerpen om al hetgeen zij gedaan hebben, luidt het woord van de Eeuwige

 

Zegenen van IsraŽl is en blijft belangrijk.

Genesis 12:3  Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken, en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden.

-         Genesis 27:29  Volken zullen u dienen, en natiŽn zich voor u nederwerpen; wees heerser over uw broederen, en de zonen uwer moeder zullen zich voor u neerbuigen. Wie u vervloekt, zij vervloekt, en wie u zegent, zij gezegend.

-         Numeri 24:9  Hij kromt zich, en legt zich neder als een leeuw, en als een leeuwin; wie zal hem doen opstaan? Gezegend, die u zegenen; en die u vervloeken, vervloekt!

-         Zach. 12:3  En het zal te dien dage geschieden, dat ik Jerusalem stellen zal tot een lastige steen voor alle volken; allen die zich daarmee beladen, zullen gewis doorsneden worden; en al de volken der aarde zullen zich er tegen verzamelen.

Ezech. 36:23-28  Ik zal mijn grote naam die onder de volken ontheiligd is, die gij te midden van hen ontheiligd hebt, heiligen; en de volken zullen weten, dat Ik de Eeuwige (ik ben die ik ben) ben, luidt het woord van de Eeuwige de Heer, wanneer Ik Mij voor hun ogen aan u de Heilige zal betonen. Ik zal u weghalen uit de volken en u bijeenvergaderen uit alle landen, en Ik zal u brengen naar uw eigen land; Ik zal rein water over u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen; een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven. Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt. Gij zult wonen in het land (van Nijl tot Eufraat) dat Ik uw vaderen gegeven heb; gij zult Mij tot een volk zijn en Ik zal u tot een Gíd zijn.

 

 

 

Jeruzalem en IsraŽl in de Tenach

Hier volgen een groot aantal teksten uit de Tenach (het Oude Testament) die gaan over Jeruzalem IsraŽl als stad en als land door de Eeuwige uitgekozen.

 

IsraŽl is het land van de Eeuwige.

Lev. 25:23-28   En het land zal niet voor altijd verkocht worden, want het land is van Mij, en gij zijt vreemdelingen en bijwoners bij Mij. In het gehele land, dat gij in bezit hebt, zult gij lossing voor het land toestaan. Wanneer uw broeder verarmd is en iets van zijn bezitting heeft moeten verkopen, dan zal zijn naaste bloedverwant als losser optreden, en hij zal loskopen wat zijn broeder heeft moeten verkopen. Wanneer iemand geen losser heeft, maar zijn vermogen wordt toereikend, zodat hij verwerft, wat hij voor lossing nodig heeft, dan zal hij de jaren sinds de verkoop in rekening brengen, en wat nog overblijft de man terugbetalen aan wie hij het verkocht heeft, opdat hij zijn bezitting terugkrijgt. Maar indien hij niet verwerft wat nodig is, om hem terug te betalen, dan blijft wat hij verkocht heeft, in het bezit van hem die het gekocht heeft, tot het jubeljaar: maar in het jubeljaar zal het vrijkomen, en hij zal zijn bezitting terugkrijgen.

Er is een bijbelse Ďroadmapí naar vrede. Eťn van de onderdelen ervan is de door Gíd ingestelde grenzen te accepteren en te handhaven. Geen vrede zonder bijbelse Ďroadmapí. 

 

Landsbelofte voor IsraŽl door Gíd gegeven.

In de bijbel wordt de landsbelofte 47 maal onvoorwaardelijk door Gíd onder ede gegeven tot in eeuwigheid. Er zijn 700 tekstgedeelten in de Bijbel die spreken over de terugkeer van het Joodse volk naar IsraŽl.

ō     Bij Sichem

Gen 12:6, 7  En Avram trok het land door tot de plek bij Sichem, tot de terebint More ; en de Kanašnieten waren toen in het land. Toen verscheen de Eeuwige aan Avram en zeide: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven. En hij bouwde daar een altaar voor de Eeuwige, die hem verschenen was. 

ō     Bij Hebron

Gen. 13:18  Daarna sloeg Avram zijn tenten op en ging wonen bij de terebinten van Mamre bij Hebron , en hij bouwde daar een altaar voor de Eeuwige.  Ö 15:18 Te dien dage sloot de Eeuwige een verbond met Avram, zeggende: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven, van de rivier van Egypte tot de grote rivier, de rivier de Eufraat:  Ö. 17:1-14 Toen Avram negenennegentig jaar oud was, verscheen de Eeuwige aan Avram en zeide tot hem: Ik ben Gíd, de Almachtige, wandel voor mijn aangezicht, en wees onberispelijk; Ik zal mijn verbond tussen Mij en u stellen, en u uitermate talrijk maken. Toen wierp Avram zich op zijn aangezicht en Gíd sprak tot hem: Wat Mij aangaat, zie, mijn verbond is met u, en gij zult de vader van een menigte volken worden;  en gij zult niet meer Avram genoemd worden, maar uw naam zal zijn Avraham, omdat Ik u tot een vader van een menigte volken gesteld heb. Ik zal u uitermate vruchtbaar maken en u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen. Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u en uw nageslacht tot een Gíd te zijn. Ik zal aan u en uw nageslacht het land, waarin gij als vreemdeling vertoeft het ganse land Kanašn, tot een altoosdurende bezitting geven,  en Ik zal hun tot een Gíd zijn.  en Ik zal hun tot een Gíd zijn (nieuwe verbond gekoppeld aan landsbelofte). Voorts zeide Gíd tot Avraham: En wat u aangaat, gij zult mijn verbond houden,  gij en uw nageslacht, in hun geslachten. Dit is mijn verbond, dat gij zult houden tussen Mij en u en uw nageslacht: dat bij u al wat mannelijk is besneden worde; gij zult het vlees van uw voorhuid laten besnijden, en dat zal tot een teken van het verbond zijn tussen Mij en u. Wie acht dagen oud is, zal bij u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: zowel wie in uw huis geboren is, als wie van enige vreemdeling voor geld is gekocht, doch niet van uw nageslacht is. Wie in uw huis geboren is en wie door u voor geld gekocht is, moet voorzeker besneden worden; zo zal mijn verbond in uw vlees zijn tot een eeuwig verbond. En de onbesnedene, de man namelijk, die het vlees van zijn voorhuid niet laat besnijden, die mens zal uitgeroeid worden uit zijn volksgenoten: hij heeft mijn verbond verbroken.

ō     Bij Jeruzalem

Gen. 22:2  En Hij zeide: Neem toch uw zoon , uw enige, die gij liefhebt, Itschak , en ga naar het land Moria, en offer hem daar tot een brandoffer op een der bergen die Ik u noemen zal.  Ö..  17 zal Ik u rijkelijk zegenen, en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren des hemels en als het zand aan de oever der zee, en uw nageslacht zal de poort zijner vijanden in bezit nemen. 

ō     Bij Bethel

Gen. 13:2-4  Avram nu was zeer rijk aan vee, aan zilver en aan goud. En hij ging van de ene pleisterplaats naar de andere, uit het Zuiderland tot bij Betel, de plaats, waar zijn tent in het eerst gestaan had, tussen Betel en Ai, naar de plaats van het altaar, dat hij daar vroeger gemaakt had, en Avram riep daar de naam van de Eeuwige aanÖÖ.14-17 En de Eeuwige zeide tot Avram, nadat Lot zich van hem gescheiden had: Sla toch uw ogen op, en zie van de plaats, waar gij zijt, naar het noorden, zuiden, oosten en westen, want het gehele land, dat gij ziet, zal Ik u en uw nageslacht voor altoos geven. En Ik zal uw nageslacht maken als het stof der aarde, zodat, indien iemand het stof der aarde zou kunnen tellen,  ook uw nageslacht te tellen zou zijn. Sta op, doorwandel het land in zijn lengte en breedte, want u zal Ik het geven .

ō     Bij Gaza

Genesis 26:1-6  Eens kwam er een hongersnood in het land, behalve de eerste hongersnood, die er geweest was in de dagen van Avraham; en Itschak ging naar Abimelek, de koning der Filistijnen, naar Gerar. Toen verscheen hem de Eeuwige en zeide: Trek niet naar Egypte, woon in het land, dat Ik u zeggen zal, vertoef in dit land als een vreemdeling, dan zal Ik met u zijn en u zegenen, want u en uw nageslacht zal Ik al die landen geven, en Ik zal de eed gestand doen, die Ik uw vader Avraham gezworen heb. En Ik zal uw nageslacht vermenigvuldigen als de sterren des hemels, en Ik zal uw nageslacht al die landen geven, en met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat Avraham naar Mij geluisterd en mijn dienst in acht genomen heeft: mijn geboden, mijn inzettingen en mijn wetten. Dus bleef Itschak in Gerar.

 

Verder:

-         Genesis 28:10-15  Yaíakov vertrok uit Berseba en ging naar Haran. En hij bereikte een plaats, waar hij bleef overnachten, omdat de zon ondergegaan was. En hij nam een van de stenen der plaats, legde die onder zijn hoofd en ging op die plaats slapen. Toen droomde hij, en zie, op de aarde was een ladder opgericht, waarvan de top tot aan de hemel reikte, en zie, engelen Gíds klommen daarlangs op en daalden daarlangs neder. En zie, de Eeuwige stond bovenaan en zeide: Ik ben de Eeuwige, de Gíd van uw vader Avraham en de Gíd van Itschak; het land, waarop gij ligt, zal Ik aan u en aan uw nageslacht geven. En uw nageslacht zal zijn als het stof der aarde, en gij zult u uitbreiden naar het westen, oosten, noorden en zuiden, en met u en met uw nageslacht zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden. En zie, Ik ben met u en Ik zal u behoeden overal waar gij gaat, en Ik zal u wederbrengen naar dit land, want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik gedaan heb wat Ik u heb toegezegd.

-         Genesis 35:10-15  en Gíd zeide tot hem: Gij heet Yaíakov; gij zult niet meer Yaíakov heten, maar IsraŽl zal uw naam zijn. En Hij noemde hem IsraŽl. En Gíd zeide tot hem: Ik ben Gíd, de Almachtige, wees vruchtbaar en word talrijk; een volk, ja een menigte van volken, zal uit u ontstaan, en koningen zullen uit uw lendenen voortkomen. En dit land, dat Ik Avraham en Itschak gegeven heb, zal Ik u geven; en uw nageslacht zal Ik dit land geven. En Gíd voer op van hem ter plaatse, waar Hij met hem gesproken had. En Yaíakov zette een opgerichte steen ter plaatse, waar Hij met hem gesproken had, een stenen zuil, en hij stortte een plengoffer erover uit en goot er olie op. En Yaíakov noemde de plaats, waar Gíd met hem gesproken had, Betel.

-         Numeri 34:2-13  Gebied de IsraŽlieten en zeg tot hen: Wanneer gij in het land Kanašn komt, dan zal dit het land zijn, dat u ten erfdeel toevallen zal, het land Kanašn naar zijn grenzen. De zuidkant dan zal zijn van de woestijn Sin langs Edom, en uw zuidelijke grens zal zijn van het einde der Zoutzee in het oosten. Dan zal de grens zich ombuigen van het zuiden naar de Schorpioenenpas en verder lopen tot Sin, en haar eindpunt zal ten zuiden van Kades-barnea zijn en zij zal gaan naar Chasar-addar en verder lopen tot Asmon. Dan zal de grens zich van Asmon ombuigen naar de Beek van Egypte en haar eindpunt zal zijn bij de zee. En uw westelijke grens zal zijn de grote zee en de kust; dit zal uw westelijke grens zijn. En dit zal uw noordelijke grens zijn: van de grote zee af zult gij die trekken naar de berg Hor, van de berg Hor zult gij die trekken tot de weg naar Hamat, en het eindpunt der grens zal bij Sedad zijn. Dan gaat de grens naar Zifron en haar eindpunt zal zijn bij Chasar-enan; dit zal uw noordelijke grens zijn. En als de grens in het oosten zult gij een afbakening maken van Chasar-enan naar Sefam. En van Sefam zal de grens afdalen naar Ribla, ten oosten van Ain; vervolgens zal de grens afdalen en langs de oever  van het meer van Kinneret lopen aan de oostzijde. Dan zal de grens naar de Jordaan afdalen en haar eindpunt zal de Zoutzee zijn. Dit zal uw land zijn naar zijn grenzen rondom. En Mozes gebood de IsraŽlieten: Dit is het land, dat gij elkander door het lot als erfdeel zult toewijzen, hetwelk de Eeuwige geboden heeft aan negen en een halve stam te geven.

 

 Ook de landsgrens van IsraŽl heeft Gíd bepaald.

Exodus 23:25-32  Maar gij zult de Eeuwige, uw Gíd, dienen; dan zal Hij uw brood en uw water zegenen en Ik zal ziekte uit uw midden verwijderen. Geen vrouw in uw land zal een misgeboorte hebben of onvruchtbaar zijn. Het getal uwer dagen zal Ik vol maken. De schrik voor Mij zal Ik voor u uit zenden; Ik zal in verwarring brengen elk volk, waarmee gij in aanraking komt, en Ik zal al uw vijanden voor u doen vluchten. Ook zal Ik hoornaars voor u uit zenden, opdat zij de Chiwwiet, de Kanašniet en de Hethiet voor u uit verdrijven. Ik zal hen niet in een jaar voor u uit verdrijven, opdat het land geen woestenij worde en het wild gedierte u niet te veel worde. Langzamerhand zal ik hen voor u uit verdrijven, totdat gij zo vruchtbaar wordt, dat gij het land in bezit kunt nemen. En Ik zal u het gebied geven van de Schelfzee tot de Zee der Filistijnen en van de woestijn tot de Rivier, want Ik zal de inwoners van het land in uw macht geven, zodat gij hen voor u uit verdrijft. Gij zult noch met hen noch met hun goden een verbond sluiten. Zij zullen in uw land niet blijven wonen, opdat zij u niet tegen Mij doen zondigen, doordat gij hun goden gaat dienen, want dit zou u tot een valstrik zijn.

-         Deuteronomium 1:6-10  de Eeuwige, onze Gíd, heeft tot ons bij Horev gesproken: gij zijt lang genoeg bij deze berg gebleven; begeeft u op weg, breekt op, trekt naar het gebergte der Amorieten en naar al hun naburen, in de Vlakte, op het  gebergte, in de Laagte, in het Zuiderland en aan de zeekust, het land der Kanašnieten, en de Libanon tot aan de grote rivier, de Eufraat. Zie, Ik heb dat land tot uw beschikking gesteld; trekt er binnen en neemt bezit van het land, waarvan de Eeuwige aan uw vaderen, Avraham, Isašk en Yaíakov gezworen heeft, dat Hij het hun en hun nakroost geven zou. Toentertijd zeide ik tot u: ik alleen zal de zorg voor u niet kunnen dragen. de Eeuwige, uw Gíd, heeft u vermenigvuldigd en zie, heden zijt gij zo talrijk als de sterren des hemels. de Eeuwige, de Gíd uwer vaderen, voege er aan u nog duizendmaal zoveel toe als gij nu telt en zegene u, zoals Hij u beloofd heeft.

-         Deut. 11:18-32  Maar gij zult deze mijn woorden in uw hart en in uw ziel leggen; gij zult ze tot een teken op uw hand binden en zij zullen een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn. Gij zult ze uw kinderen leren en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit en wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij nederligt en wanneer gij opstaat; gij zult ze schrijven op de deurposten van uw huis en aan uw poorten, opdat gij en uw kinderen in het land, waarvan de Eeuwige uw vaderen gezworen heeft, dat Hij het hun zou geven, zo lang leeft, als de hemel boven de aarde staat. Want indien gij heel dit gebod, dat ik u heden opleg, zeer naarstig onderhoudt, de Eeuwige, uw Gíd, liefhebt, in al zijn wegen gaat en Hem aanhangt, dan zal de Eeuwige al deze volken voor u wegdrijven, zodat gij het gebied van volken, groter en machtiger dan gij, in bezit zult nemen. Elke plaats die uw voetzool betreedt, zal van u zijn; van de woestijn af tot de Libanon, van de rivier af, de rivier de Eufraat, tot de westelijke zee toe zal uw gebied zich uitstrekken. Niemand zal voor u standhouden; de Eeuwige, uw Gíd, zal schrik en vrees voor u leggen op het gehele land dat gij betreedt, zoals Hij u heeft toegezegd. Zie, ik houd u heden zegen en vloek voor: zegen, wanneer gij luistert naar de geboden van de Eeuwige, uw Gíd, die ik u heden opleg; maar vloek, indien gij naar de geboden van de Eeuwige, uw Gíd, niet luistert en afwijkt van de weg die ik u heden gebied, door het achterna lopen van andere goden, die gij niet gekend hebt. Wanneer nu de Eeuwige, uw Gíd, u gebracht zal hebben in het land, dat gij in bezit gaat nemen, dan zult gij de zegen uitspreken op de berg Gerizzim en de vloek op de berg Eval; liggen zij niet aan de overzijde van de Jordaan achter de westelijke heerbaan, in het land der Kanašnieten, die in de vlakte wonen, tegenover Gilgal bij de terebinten van More? Want gij staat op het punt de Jordaan over te trekken om het land in bezit te gaan nemen, dat de Eeuwige, uw Gíd, u geven zal, en gij zult het in bezit nemen en daarin wonen; dan zult gij naarstig onderhouden al de inzettingen en de verordeningen, die ik u heden voorhoud.

-         Deut. 34:1-4  Toen beklom Mozes uit de velden van Moav de berg Nebo, de top van de Pisga, die tegenover Jericho ligt, en de Eeuwige liet hem het gehele land zien: Gilead tot Dan toe, het gehele Naftali, het land van EfraÔm en Manasse, het gehele land van Juda tot aan de achterste zee, het Zuiderland en de Streek, het dal van Jericho, de Palmstad, tot Soar toe. En de Eeuwige zeide tot hem: Dit is het land, dat Ik Avraham, Itschak en Yaíakov onder ede beloofd heb met deze woorden: aan uw nageslacht zal Ik het geven. Ik heb het u met uw ogen laten zien, maar gij zult daarheen niet overtrekken.

-         Nehemia 9:7, 8  Gij toch zijt de Eeuwige, de Gíd, die Avram verkoren, hem uit Ur der Chaldeeen geleid en hem de naam Avraham gegeven hebt. Gij hebt zijn hart getrouw bevonden voor uw aangezicht en met hem een verbond gesloten, om het land van de Kanašnieten, de Hethieten, de Amorieten, de Perizzieten, de Jebusieten en de Girgasieten te geven aan zijn nageslacht. En Gij hebt uw woorden gestand gedaan, want Gij zijt rechtvaardig.

-         Jesaja 27:12  Maar het zal te dien dage geschieden, dat de Eeuwige de aren zal dorsen van de Rivier af tot de Beek van Egypte toe, en gij zult ingezameld worden een voor een, kinderen IsraŽls. En het zal te dien dage geschieden, dat er op een grote bazuin geblazen zal worden, en zij die verloren waren in het land Assur en die verdreven waren in het land Egypte, zullen komen en zich nederbuigen voor de Eeuwige op de heilige berg te Jeruzalem.

-         Jozua 1:1-7  Het geschiedde na de dood van Mozes, de knecht van de Eeuwige, dat de Eeuwige tot Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van Mozes, zeide: Mijn knecht Mozes is gestorven; welnu, maak u gereed, trek over de Jordaan hier, gij en dit gehele volk, naar het land, dat Ik hun, de IsraŽlieten, geven zal. Elke plaats die uw voetzool betreden zal, geef Ik ulieden, zoals Ik tot Mozes gesproken heb. Van de woestijn en de Libanon ginds tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat, het gehele land der Hethieten, en tot aan de Grote Zee in het westen zal uw gebied zijn. Niemand zal voor u standhouden al de dagen van uw leven; zoals Ik met Mozes geweest ben,  zal Ik met u zijn;  Ik zal u niet begeven en u niet verlaten. Wees sterk en moedig, want gij zult dit volk het land doen beerven, dat Ik hun vaderen gezworen heb hun te zullen geven. Alleen, wees zeer sterk en moedig en handel nauwgezet overeenkomstig de gehele wet die mijn knecht Mozes u geboden heeft; wijk daarvan niet af naar rechts noch naar links, opdat gij voorspoedig zijt, overal waar gij gaat.

-         Ps. 108:1-12  Een lied. Een psalm van David. Mijn hart is gerust, o Gíd, ik wil zingen, psalmzingen, ja van harte. Waak op, harp en citer, ik wil het morgenrood wekken. Ik zal U loven, o Here, onder de volken, U psalmzingen onder de natien, want hoger dan de hemel is uw goedertierenheid, tot aan de wolken reikt uw trouw. Verhef U boven de hemelen, o Gíd, uw heerlijkheid zij over de ganse aarde. Opdat uw geliefden ten strijde toegerust zijn, geef overwinning door uw rechterhand en antwoord mij. Gíd heeft gesproken in zijn heiligdom. Ik wil juichen, ik wil Sichem (Nablus) verdelen, het dal van Sukkot uitmeten. Mij behoort Gilead, mij behoort Manasse, Efraim (Samaria/Westbank) is de schutse van mijn hoofd, Juda (Judea) is mijn heersersstaf; Moab (JordaniŽ) is mijn wasbekken, op Edom werp ik mijn schoen, over Filistea (Gazastrook) zal ik juichen. Wie zal mij naar de versterkte veste brengen, wie zal mij naar Edom (Irak) geleiden? Zijt Gij het niet, o Gíd, die ons verstoten hadt, zult Gij, o Gíd, niet uittrekken met onze heerscharen? Bied ons hulp tegen de tegenstander, want mensenhulp is ijdel. Met Gíd zullen wij kloeke daden doen, want Hij zelf zal onze tegenstanders vertreden.

 

Landsgrenzen van Nijl tot Eufraat zijn ook de historische grenzen.

1 Kon. 4:21  En Salomo was heerser over al de koninkrijken van de Rivier af tot het land der Filistijnen, tot de grens van Egypte; zij brachten geschenken en dienden Salomo, zijn leven lang.

-         2 Kron.9:25  Voorts had Salomo vierduizend stallingen voor de paarden en de wagens, en twaalfduizend ruiters; hij legde ze in de wagensteden en bij de koning te Jeruzalem. Hij heerste over al de koningen, van de Rivier af tot aan het land der Filistijnen en de grens van Egypte.

 

 

Belofte van herstel geldt ook voor het land.

Jeremia 32:40 ja, Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten, dat Ik Mij niet van achter hen afwenden zal en dat Ik hun wel zal doen, en mijn vrees zal Ik in hun hart leggen, zodat zij niet van Mij afwijken; 41  Ik zal Mij over hen verblijden en hun weldoen en Ik zal hen voorgoed in dit land planten met heel mijn hart en heel mijn ziel.

 

 

Landsbelofte geldt tot in eeuwigheid.

Psalm 105:6-11  gij nakroost van Avraham, zijn knecht, gij kinderen van Yaíakov, zijn uitverkorenen.   Hij, de Eeuwige, is onze Gíd, zijn oordelen gaan over de ganse aarde; Hij gedenkt voor eeuwig aan zijn verbond, (het woord, dat Hij gebood aan duizend geslachten)  dat Hij met Avraham sloot, en aan zijn eed aan Isašk; ook stelde  Hij het  voor Yaíakov tot een inzetting, voor IsraŽl tot een eeuwig verbond, toen Hij zeide: U zal Ik het land Kanašn geven als het u toegemeten erfdeel.                                                                         

-         Ezech. 35:1-12  Gij nu, mensenkind, profeteer over de bergen van IsraŽl en zeg: Bergen van IsraŽl, hoort het woord van de Eeuwige. Zo zegt de Eeuwige de Here: omdat de vijand van u gezegd heeft: ha,  eeuwige hoogten zijn in ons bezit gekomen , daarom profeteer en zeg: zo zegt de Eeuwige de Here: juist omdat men u van alle kanten verwoest en vertreden heeft, opdat gij het bezit zoudt worden van het overblijfsel der volken, en omdat gij in opspraak gebracht en belasterd zijt door de mensen; daarom, bergen van IsraŽl, hoort het woord van de Eeuwige de Here. Zo zegt de Eeuwige de Here tot de bergen,  de heuvels,  de beekbeddingen en de dalen,  tot de woeste puinhopen en de ontvolkte steden,  die  voor het overblijfsel der omwonende volken tot buit en tot een voorwerp van spot geworden zijn , daarom, zo zegt de Eeuwige de Here,  voorwaar, in het vuur van mijn naijver heb Ik gesproken tot het overblijfsel der volken en tot geheel Edom, die met hartgrondige vreugde en diepe minachting mijn land voor zichzelf ten erfdeel hadden bestemd om het volkomen uit te plunderen; daarom, profeteer over het land van IsraŽl en zeg tot de bergen en de heuvels , tot de beekbeddingen en de dalen: zo zegt de Eeuwige de Here: zie, Ik spreek in mijn naijver en in mijn grimmigheid: omdat gij de smaad der volken gedragen hebt, daarom, zo zegt de Eeuwige de Here,  zweer Ik: voorwaar, de volken die rondom u wonen, zullen zelf hun smaad dragen. Maar gij, bergen van IsraŽl, zult uw takken voortbrengen en uw vruchten dragen voor mijn volk IsraŽl, want nabij is zijn komst. Want zie, Ik kom bij u en keer Mij tot u, gij zult bewerkt en bezaaid worden. Ik zal de mensen op u talrijk maken: het ganse huis IsraŽls; de steden zullen weer bewoond en de puinhopen herbouwd worden. Ja, Ik zal mensen en dieren op u talrijk maken , zij zullen zich vermenigvuldigen en vruchtbaar zijn; Ik zal u bevolken als vanouds en u weldoen meer dan vroeger; en gij zult weten, dat Ik de Eeuwige ben. Ik zal mensen op u doen verkeren, en wel mijn volk IsraŽl, die zullen u in bezit krijgen ; gij zult hun tot een erfdeel zijn en hen niet langer van kinderen beroven . 

-         Psalm 37:29  De rechtvaardigen beŽrven het land en wonen daarin voor immer.

 

Jesaja 62:1-7  Om Sions wil zal ik niet zwijgen en om Jeruzalems wil zal ik niet rusten , totdat zijn heil opgaat als een lichtglans en zijn verlossing als een brandende fakkel. Volken zullen uw heil zien, alle koningen uw heerlijkheid en men zal u noemen met een nieuwe naam, die de mond van de Eeuwige zal bepalen; gij zult een sierlijke kroon in de hand van de Eeuwige zijn, een koninklijke tulband in de hand van uw Gíd. Men zal u niet meer noemen: Verlatene , en men zal uw land niet meer noemen : Woestenij; maar gij zult genoemd worden : Mijn Welgevallen, en uw land: Gehuwde . Want de Eeuwige heeft een welgevallen aan u, en uw land wordt ten huwelijk genomen. Want zoals een jongeling een maagd huwt , zullen uw zonen u huwen, en zoals de bruidegom zich over de bruid verblijdt, zal uw Gíd Zich over u verblijden. Op uw muren, o Jeruzalem, heb Ik wachters aangesteld, die de ganse dag en de ganse nacht nimmer zullen zwijgen.  Gij, die de Eeuwige indachtig maakt, gunt u geen rust. En laat Hem geen rust, totdat Hij Jeruzalem grondvest en het stelt tot een lof op aarde. 

  

Oordeel over degene die Zijn land verdelen. Geen verbond sluiten met de inwoners van het land.

JoŽl 3:1, 2  Want zie, in die dagen en te dien tijde, wanneer Ik een keer zal brengen in het lot van Juda en van Jeruzalem, zal Ik alle volken verzamelen en afvoeren naar het dal van Josafat, en Ik zal aldaar met hen in het gericht treden ter oorzake van mijn volk en van mijn erfdeel IsraŽl, dat zij onder de volken verstrooid hebben, terwijl zij mijn land verdeelden,

-        Exodus 34:12  Neem u in acht, dat gij geen verbond sluit met de inwoners van het land, waarheen gij gaat, opdat zij niet tot een valstrik in uw midden worden.

-        Exodus 34:15  Sluit toch geen verbond met de inwoners van het land; wanneer zij hun goden overspelig nalopen en aan hun goden offeren, dan zouden zij u uitnodigen en gij zoudt van hun slachtoffer eten.

-        1 Koningen 21:2, 3  En Achab sprak tot Navot: Geef mij toch uw wijngaard, opdat hij mij tot moestuin zij, want hij ligt vlak naast mijn huis; dan zal ik u een betere wijngaard daarvoor in de plaats geven, of, indien gij dit liever hebt, wil ik u het geld van de koopprijs geven. Doch Nabot zeide tot Achab: Daarvoor beware mij de Eeuwige, dat ik de erfenis van mijn vaderen aan u zou geven.                                                

-        Ps 120:6, 7  Te lang reeds woon ik bij wie de vrede haten; ik ben een en al vrede, maar als ik spreek, dan zijn zij uit op strijd.

-        Hand. 6:4, 5  Toen vertrok hij uit het land der Chaldeeen en vestigde zich in Haran. En nadat zijn vader gestorven was, bracht Hij hem vandaar over naar dit land , waar gij nu woont; en Hij gaf hem geen erfdeel daarin, zelfs niet een voet, maar Hij beloofde het hem en zijn nakomelingschap tot een bezitting te geven, ofschoon hij geen kinderen had . 

 

Als IsraŽl gaat erkennen en proclameren dat het land IsraŽl door de Eeuwige aan hen is gegeven, zullen de heidenen dat aanvaarden.

Ps 111:6 Hij deed zijn volk de kracht van zijn werken kennen door hun de erve der heidenen te geven.

-         Ps. 122:1-9  Een bedevaartslied. Van David. Ik was verheugd, toen men mij zeide: Laten wij naar het huis van de Eeuwige gaan. Onze voeten staan in uw poorten, o Jeruzalem. Jeruzalem is gebouwd als een stad, die wel samengevoegd is; waarheen de stammen opgaan, de stammen van de Eeuwige. Een voorschrift voor IsraŽl is het de naam van de Eeuwige te loven. Want daar staan de zetels ten gerichte, de zetels van het huis van David. Bidt Jeruzalem vrede toe: mogen wie u liefhebben, rust genieten; vrede zij binnen uw muur, rust in uw burchten. Om mijn broeders en mijn vrienden wil ik zeggen: vrede zij in u; om het huis van de Eeuwige, onze Gíd, wil ik het goede voor u zoeken.

 

 

 Yerushalayim:

Jeruzalem = Jeruzalem

De teksten in de bijbel over Jeruzalem of (berg) Sion verwijzen in de eerste plaats naar de fysieke stad Jeruzalem c.q. de berg Sion (waar de Tempel heeft gestaan en dus weer komt te staan) (of evt. de bewoners van de stad)!!!. Jeruzalem is de naam van de stad en Sion is de berg (Tempelberg) waar de Tempel (en een gedeelte van de stad) op ligt.

Zacharia 1:7-17  Op de vierentwintigste dag van de elfde maand, dat is de maand Sebat, in het tweede jaar van Darius, kwam het woord van de Eeuwige tot de profeet Zacharia, de zoon van Berechja, de zoon van Iddo:  Deze nacht heb ik een gezicht gehad: zie,  een man, gezeten op een rood paard,  en staande tussen de mirten in de diepte , en achter hem rode, voskleurige en witte paarden. Toen vroeg ik: Wat betekent dit, mijn heer ? en de engel die met mij sprak, zeide tot mij: Ik zal u tonen, wat dit betekent. Hierop antwoordde de man die tussen de mirten stond, en zeide: Dit zijn zij die de Eeuwige heeft gezonden om de aarde te doorkruisen. En zij antwoordden de Engel van de Eeuwige,  die tussen de mirten stond, en zeiden: Wij hebben de aarde doorkruist en zie, de gehele aarde verkeert in volkomen rust. Toen nam de Engel van de Eeuwige het woord en zeide: de Eeuwige der heerscharen, hoelang nog zult Gij zonder erbarmen zijn over Jeruzalem en over de steden van Juda, waarop Gij nu reeds zeventig jaren toornig zijt? de Eeuwige antwoordde daarop de engel die met mij sprak, met goede woorden,  troostrijke woorden. Vervolgens zeide tot mij de engel die met mij sprak: Predik: zo zegt de Eeuwige der heerscharen: Ik ben voor Jeruzalem en voor Sion in grote ijver ontbrand, maar Ik ben zeer toornig op de overmoedige volken, die, terwijl Ik maar een weinig vertoornd was, meehielpen ten kwade. Daarom, zo zegt de Eeuwige: Ik keer in erbarming tot Jeruzalem weder; mijn huis zal daarin gebouwd worden, luidt het woord van de Eeuwige der heerscharen en het meetsnoer zal over Jeruzalem gespannen worden. Predik verder: Zo zegt de Eeuwige der heerscharen: Wederom zullen mijn steden overvloeien van het goede; nog zal de Eeuwige Sion troosten, Jeruzalem nog verkiezen. 

Zacharia 8:2,3  Zo zegt de Eeuwige der heerscharen: Ik ben voor Sion in grote ijver ontbrand;  in gloeiende ijver ben Ik ervoor ontbrand.  Zo zegt de Eeuwige: Ik keer weder tot Sion en Ik woon binnen Jeruzalem ; Jeruzalem zal de stad der trouw, en de berg van de Eeuwige der heerscharen zal de berg der heiligheid genoemd wordenÖ..7  Zo zegt de Eeuwige der heerscharen: Zie , Ik verlos mijn volk uit het land van de opgang en uit dat van de ondergang der zon;ÖÖÖ.8   Ik breng hen terug en zij zullen binnen Jeruzalem wonen. Zij zullen Mij tot een volk en Ik zal hun tot een Gíd zijn, in trouw en in gerechtigheidÖÖ 13  Gelijk gij onder de volken een vervloeking geweest zijt, o huis van Juda en huis van IsraŽl, zo zult gij, doordat Ik u heil schenk, een zegen worden;  vreest niet, laten uw handen sterk zijn ÖÖ.14, 15  Want zo zegt de Eeuwige der heerscharen : Zoals Ik Mij voorgenomen had u kwaad te doen , toen uw vaderen Mij vertoornden, zegt de Eeuwige der heerscharen, en het Mij niet berouwde, zo heb Ik in deze dagen Mij weer voorgenomen Jeruzalem en het huis van Juda wel te doen; vreest niet! 

 

door Gíd uitgekozen.

Psalm 78:68  Maar Hij verkoos de stam van Juda, de berg Sion, die Hij liefheeft;

Zefanja 3:16-20  Te dien dage zal tot Jeruzalem gezegd worden: Vrees niet, Sion, laten uw handen niet slap worden. de Eeuwige, uw Gíd, is in uw midden, een held, die verlost. Hij zal Zich over u met vreugde verblijden; Hij zal zwijgen in zijn liefde; Hij zal over u juichen met gejubel. Wie bedroefd zijn, ver van de feestvergadering, zal Ik samenbrengen; zij behoren toch bij u. Als een last drukt de smaad op hen. Zie, Ik zal te dien tijde afrekenen met al uw verdrukkers, maar Ik zal het hinkende verlossen en het verstrooide zal Ik verzamelen; Ik zal tot een lof en tot een naam stellen hen, wier schande was over de gehele aarde. Te dien tijde zal Ik u doen komen, namelijk ten tijde dat Ik u verzamelen zal. Want Ik zal u stellen tot een naam en tot een lof onder alle volken der aarde, wanneer Ik voor uw ogen een keer zal gebracht hebben in uw lot, zegt de Eeuwige.

Psalm 48:12  Gaat rondom Sion en trekt eromheen, telt haar torens,

      Psalm 137:5  Indien ik u vergete, o Jeruzalem, zo vergete mij mijn rechterhand; 6 mijn tong kleve aan mijn verhemelte, als ik uwer niet gedenk, als ik Jeruzalem niet verhef boven mijn hoogste vreugde.

 

Eeuwige instelling / verbond.

Psalm 125:1  Een bedevaartslied. Wie op de Eeuwige vertrouwen, zijn als de berg Sion, die niet wankelt, maar voor altoos blijft.

-         EzechiŽl 16: en zeg: zo spreekt de Eeuwige de Here tot Jeruzalem: gij zijt naar afkomst en geboorte uit het land der Kanašnieten; uw vader was een Amoriet en uw moeder een Hethitische. Ö. 8  Toen kwam Ik voorbij u en zag u,  en zie, de tijd der liefde was voor u gekomen; Ik spreidde de slip van mijn kleed over u en bedekte uw naaktheid, Ik ging onder ede een verbond met u aan, luidt het woord van de Eeuwige de Here; zo werdt gij de mijneÖ. 53  En Ik zal een keer brengen in haar lot , het lot van Sodom en haar dochters en het lot van Samaria en haar dochters ; en tevens zal Ik een keer brengen in uw lot, Ö.. 60-62   Maar ik zal mijn verbond met u uit de dagen van uw jeugd gedenken, en een eeuwig verbond met u oprichten. Dan zult gij terugdenken aan uw gedrag en u schamen, wanneer gij zowel uw grote als uw kleine zusters zult ontvangen, en Ik u die tot dochters geven zal, hoewel niet op grond van het met u gesloten verbond. Ik zal mijn verbond met u oprichten;  en gij zult weten, dat Ik de Eeuwige ben,

-         Jesaja 49:14-22  Maar Sion zegt: de Eeuwige heeft mij verlaten en de Eeuwige heeft mij vergeten. Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten , dat zij zich niet ontfermen zou over het kind van haar schoot? Al zouden zij die vergeten, toch vergeet Ik u niet. Zie, Ik heb u in mijn handpalmen gegrift , uw muren zijn bestendig voor Mij. Uw zonen snellen toe, uw vernielers en uw verwoesters trekken van u weg. Hef uw ogen op naar rondom en zie hen allen; zij vergaderen, zij komen tot u. Zo waar Ik leef, luidt het woord van de Eeuwige, gij zult hen allen aandoen als een sieraad, en hen ombinden, zoals een bruid. Want uw puinhopen en uw verwoeste plaatsen en uw vernield land. Voorwaar, nu zult gij te eng zijn voor de bewoners,  en uw verdervers zullen verre zijn. Ook zullen de kinderen, van welke gij beroofd waart, te uwen aanhoren zeggen: De plaats is mij te eng, maak mij ruimte, dat ik wonen kan. En gij zult bij uzelf zeggen: Wie heeft mij dezen gebaard, daar ik toch van kinderen beroofd en onvruchtbaar was, verbannen en verdreven; wie bracht dezen dan groot? Zie, ik was alleen overgebleven , waar waren dan dezen? Zo zegt de Eeuwige de Here: Zie, Ik zal mijn hand opheffen tot de volken en mijn banier omhoog heffen voor de natiŽn ; in hun armen zullen zij uw zonen brengen , en uw dochters zullen op de schouder gedragen worden

-         Jesaja 51:3-6  Want de Eeuwige troost Sion, Hij troost al haar puinhopen; Hij maakt haar woestijn als Eden en haar wildernis als de hof van de Eeuwige; blijdschap en vreugde zullen er gevonden worden, loflied en geklank van gezang. Luistert naar Mij,  mijn volk,  en mijn natie,  neig uw oor tot Mij.  Want een wet zal van Mij uitgaan en mijn recht zal  Ik stellen tot een licht der volken. Mijn zege is nabij, mijn heil treedt te voorschijn, en mijn armen zullen de volken richten; op Mij zullen de kustlanden wachten en op mijn arm zullen zij hopen. Heft uw ogen op naar de hemel en aanschouwt de aarde beneden; want de hemel verdwijnt als rook, de aarde vergaat als een kleed en haar bewoners sterven als muggen, maar mijn heil duurt eeuwig en mijn gerechtigheid wordt niet verbroken

-         Jesaja 52:7, 8  Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede aankondigt, die goede boodschap brengt, die heil verkondigt, die tot Sion spreekt: Uw Gíd is Koning. Hoor, uw wachters verheffen de stem, zij jubelen tezamen, want met eigen ogen zien zij, hoe de Eeuwige naar Sion wederkeert.

-         Jeremia 33:16-21  In die dagen zal Juda verlost worden en Jeruzalem veilig wonen, en zo zal men het noemen: de Eeuwige onze gerechtigheid.  Want zo zegt de Eeuwige: Nimmer zal het David ontbreken aan een man, die op de troon van het huis IsraŽls gezeten is; en de levitische priesters zal het nimmer ontbreken voor mijn aangezicht aan een man die brandoffers offert, spijsoffers ontsteekt en slachtoffers brengt al de dagen. Het woord van de Eeuwige kwam tot Jeremia: Zo zegt de Eeuwige: Indien gij mijn verbond aangaande de dag en de nacht kunt verbreken, zodat er geen dag en nacht meer zou zijn op hun tijd, dan zal ook mijn verbond met mijn knecht David verbroken worden, dat hij geen zoon meer hebben zal, die koning is op zijn troon, en met de Levieten, de priesters,  mijn dienaren. 

-         Jesaja 66:8  Wie heeft zo iets gehoord, wie heeft iets dergelijks gezien? Wordt een land op een dag voortgebracht of een volk op eenmaal geboren? Maar Sion  heeft nauwelijks barensweeŽn gekregen, of zij baarde haar kinderen.

-         Jesaja 46:13  Ik breng mijn gerechtigheid nabij, zij is niet ver, en mijn heil zal niet vertoeven; Ik geef in Sion heil, aan IsraŽl mijn luister.

-         Jesaja 33:20  Aanschouw Sion, de stad onzer feestelijke bijeenkomsten. Uw ogen zullen Jeruzalem zien als een veilige woonstede, als een tent die niet verplaatst wordt, waarvan de pinnen nimmermeer uitgerukt worden en geen van de koorden ooit losgerukt wordt.

 

 

Zegen voor degene die Jeruzalem liefhebben.

Psalm 122:3  Jeruzalem is gebouwd als een stad, die wel samengevoegd is; 6  Bidt Jeruzalem vrede toe: mogen wie u liefhebben, rust genieten;

-         Psalm 128:5  de Eeuwige zegene u uit Sion, opdat gij het goede van Jeruzalem moogt zien al uw levensdagen,

-         Jesaja 66:10  Verheugt u met Jeruzalem en juicht over haar, gij allen die haar liefhebt. Verblijdt u over haar met blijdschap, gij allen die over haar treurt, opdat gij zuigt en u laaft aan haar vertroostende borst.

 

 Alle gelovigen in de G'd van IsraŽl 'hebben wat' met Jeruzalem.

Ps 87:1-7  Van de Korachieten. Een psalm. Een lied.  Zijn stichting ligt op heilige bergen; de Eeuwige heeft Sions poorten lief boven alle woningen van Yaíakov. Heerlijke dingen zijn van u te zeggen, o gij stad Gíds! Sela. Rahab en Babel vermeld Ik als degenen die Mij kennen; zie, Filistea en Tyrus met EthiopiŽ: deze is daar geboren. Ja, van Sion wordt gezegd: Ieder van hen is in haar geboren, Hij, de Allerhoogste , bevestigt haar. de Eeuwige telt bij het opschrijven der volken: deze is daar geboren. Sela. En zij zingen bij reidans: Al mijn bronnen zijn in u! 

 

 

De oordelen over Jeruzalem zijn in vervulling gegaan. De beloften zullen ook in vervulling gaan.

Dan. 9:24-27  Zeventig (jaar)weken zijn bepaald over uw volk en uw heilige stad, om de overtreding te voleindigen, de zonde af te sluiten, de ongerechtigheid te verzoenen , en om eeuwige gerechtigheid te brengen, gezicht en profeet te bezegelen en iets allerheiligst te zalven. Weet dan en versta: vanaf het ogenblik, dat het woord uitging om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen tot op de Messias, de vorst, zijn zeven weken; en tweeenzestig weken lang zal het hersteld en herbouwd blijven, met plein en gracht, maar in de druk der tijden. En na de tweeenzestig weken zal de Messias worden uitgeroeid, maar niet voor hemzelf; en het volk van een vorst die komen zal , zal de stad en het heiligdom te gronde richten, maar zijn einde zal zijn in de overstroming; en tot het einde toe zal er strijd zijn: verwoestingen, waartoe vast besloten is. En hij zal het verbond voor velen zwaar maken , een week lang; in de helft van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden ; en op een vleugel van gruwelen zal een verwoester komen, en wel tot aan de voleinding toe, en waartoe vast besloten is, dat zal zich uitstorten over wat woest is .

-         Ezech 16:2  Mensenkind, doe Jeruzalem haar gruwelen kennenÖ. 8b, 9  Ik spreidde de slip van mijn kleed over u en bedekte uw naaktheid, Ik ging onder ede een verbond met u aan, luidt het woord van de Eeuwige de Here; zo werdt gij de mijne. Toen wies Ik u met water, spoelde het bloed van u af en zalfde u met olieÖ..15  Maar gij hebt op uw schoonheid vertrouwd en ontucht gepleegd, trots op uw faam, en gij hebt aan iedere voorbijganger uw ontucht opgedrongen: het zou voor hem zijnÖ..25  Op elk kruispunt hebt gij uw verhevenheid gebouwd, uw schoonheid weggeschonken, u aan iedere voorbijganger schaamteloos aangeboden en veel ontucht gepleegd. Ö.27  Maar zie, Ik heb mijn hand tegen u uitgestrekt, het u toegewezen deel verkleind en u overgegeven aan het goeddunken van wie u haten: de dochters der Filistijnen,  die zich schamen over uw schandelijke levenswijzeÖ..39  Ik zal u in hun macht overgeven, zij zullen uw verhoging neerhalen en uw verheven plaatsen slechten, zij zullen u uw klederen uittrekken, uw sieraden wegnemen en u naakt en bloot doen staan.  40  Zij zullen een menigte tegen u doen optrekken, die u zal stenigen en met zwaarden neerhouwen,  42  Daardoor zal Ik mijn grimmigheid tegen u tot bedaren doen komen en mijn naijver zal van u wijken ; dan zal Ik tot rust komen en niet langer vertoornd zijnÖÖ.60-62  Maar ik zal mijn verbond met u uit de dagen van uw jeugd gedenken, en een eeuwig verbond met u oprichten. Dan zult gij terugdenken aan uw gedrag en u schamen, wanneer gij zowel uw grote als uw kleine zusters zult ontvangen, en Ik u die tot dochters geven zal, hoewel niet op grond van het met u gesloten verbond. Ik zal mijn verbond met u oprichten; en gij zult weten, dat Ik de Eeuwige ben, 

-         Jesaja 4:2-4  Te dien dage zal wat de Eeuwige doet uitspruiten tot sieraad en heerlijkheid zijn, en de vrucht des lands tot glorie en luister voor de ontkomenen van IsraŽl. En het zal geschieden, dat wie overgebleven is in Sion, overgelaten in Jeruzalem,  heilig zal heten; ieder die in Jeruzalem ten leven is opgeschreven, wanneer de Here het vuil der dochters van Sion zal hebben afgewassen en de bloedvlekken van Jeruzalem daaruit zal hebben weggespoeld door de Geest van gericht en van uitdelging.

-         Jesaja 30:17-26  Duizend zullen er vluchten voor het dreigen van een, voor het dreigen van vijf zult gij vluchten, totdat gij overblijft als een seinpaal op een bergtop en als een banier op een heuvel. Daarom verlangt de Eeuwige ernaar u genadig te zijn,  en daarom zal Hij Zich verheffen om Zich over u te ontfermen, want de Eeuwige is een Gíd van recht; welzalig allen die op Hem wachten. Want gij volk, dat op Sion, in Jeruzalem , woont, gij zult niet blijven wenen. Hij zal u zeker genadig zijn op uw luid geroep;  zodra Hij dat hoort, zal Hij u antwoorden.  De Here heeft  u wel brood der benauwdheid en water der verdrukking gegeven, maar uw leraars zullen zich niet meer verbergen, doch uw ogen zullen uw leraars zien; en wanneer gij rechts of wanneer gij links zoudt willen gaan, zullen uw oren achter u het woord horen: Dit is de weg, wandelt daarop. Dan zult gij het zilveren overtrek van uw gesneden beelden en het gouden bekleedsel van uw gegoten beelden onrein achten; gij zult ze als iets onreins wegwerpen. Weg! zult gij ertegen zeggen. Dan zal Hij regen geven voor het zaad,  waarmee gij uw akker bezaait, en brood als opbrengst van de akker, dat smakelijk en voedzaam zal wezen. Uw vee zal te dien dage op uitgestrekte weiden grazen; en de runderen en ezels, die de akker bewerken , zullen gezouten voeder eten, dat gezeefd is met wan en zeef. En op elke hoge berg en op elke verheven heuvel zullen beken, waterstromen, zijn ten dage van de grote slachting, wanneer de torens zullen vallen. Dan zal het licht der blanke maan zijn als het licht van de gloeiende zon en het licht van de gloeiende zon zevenvoudig als het licht van zeven dagen; op de dag, waarop de Eeuwige de breuk van zijn volk verbindt en de toegebrachte wonde geneest

 

Gíd zal Jeruzalem verlossen en beschermen.

Jesaja 33:19-22  Het onbeschaamde volk zult gij niet meer zien, het volk met een duistere,  onverstaanbare spraak, met een barbaarse, onbegrijpelijke taal. Aanschouw Sion, de stad onzer feestelijke bijeenkomsten. Uw ogen zullen Jeruzalem zien als een veilige woonstede, als een tent die niet verplaatst wordt, waarvan de pinnen nimmermeer uitgerukt worden en geen van de koorden ooit losgerukt wordt. Daar echter is de Eeuwige heerlijk voor ons: een plaats van rivieren en van brede stromen; geen roeiboot zal daarop varen en geen sierlijk jacht ze doorklieven. Want de Eeuwige, onze Rechter, de Eeuwige , onze Wetgever, de Eeuwige, onze Koning,  Hij zal ons verlossen. 

Psalm 69:35  Want Gíd zal Sion verlossen en de steden van Juda bouwen, opdat zij daar wonen en het bezitten;

-         Jesaja 60:14  De zonen uwer verdrukkers zullen deemoedig tot u komen, aan uw voeten zullen al uw versmaders zich neerwerpen en zij zullen u noemen: De stad van de Eeuwige, het Sion van de Heilige IsraŽls.

-         Zacharia 1:14  Vervolgens zeide tot mij de engel die met mij sprak: Predik: zo zegt de Eeuwige der heerscharen: Ik ben voor Jeruzalem en voor Sion in grote ijver ontbrand, ÖÖ 16, 17  Daarom, zo zegt de Eeuwige: Ik keer in erbarming tot Jeruzalem weder; mijn huis zal daarin gebouwd worden, luidt het woord van de Eeuwige der heerscharen en het meetsnoer zal over Jeruzalem gespannen worden. Predik verder: Zo zegt de Eeuwige der heerscharen: Wederom zullen mijn steden overvloeien van het goede; nog zal de Eeuwige Sion troosten, Jeruzalem nog verkiezenÖÖ2:12  En de Eeuwige zal Juda op de heilige bodem als zijn erfdeel in bezit nemen en Hij zal Jeruzalem nog verkiezenÖÖ.3:2  de Eeuwige echter zeide tot de satan: de Eeuwige bestraffe u,  satan,  ja de Eeuwige, die Jeruzalem verkiest,  bestraffe u; is deze niet  een  brandhout uit het vuur gerukt? ÖÖ.8:2  Zo zegt de Eeuwige der heerscharen: Ik ben voor Sion in grote ijver ontbrand; in gloeiende ijver ben Ik ervoor ontbrand. Zo zegt de Eeuwige: Ik keer weder tot Sion en Ik woon binnen Jeruzalem; Jeruzalem zal de stad der trouw, en de berg van de Eeuwige der heerscharen zal de berg der heiligheid genoemd worden.

-         Jesaja 31:5  als vliegende vogels, zo zal de Eeuwige der heerscharen Jeruzalem beschutten , beschuttend redden en sparend bevrijden. 

 

Lastige steen voor de volken.

Zacharia 12:2,3  Zie, Ik maak Jeruzalem tot een schaal der bedwelming voor alle volken in het rond; ja ook tegen Juda zal het gaan bij de belegering van Jeruzalem. Te dien dage zal Ik Jeruzalem maken tot een steen, die alle natien moeten heffen; allen die hem heffen, zullen zich deerlijk verwonden. En alle volkeren der aarde zullen zich daarheen verzamelen Ö.6, 7  Te dien dage zal Ik de stamhoofden van Juda maken als een vuurbekken tussen het hout, en als een vuurfakkel tussen de garven; dan zullen zij rechts en links alle natien in het rond verteren; en Jeruzalem zal blijven voortbestaan op zijn eigen plaats, te Jeruzalem. Ook zal de Eeuwige de tenten van Juda allereerst verlossen, opdat de trots van het huis van David en van de inwoners van Jeruzalem zich niet verheffe tegen JudaÖ..9  Te dien dage zal Ik zoeken te verdelgen alle volken die tegen Jeruzalem oprukken. 

-         Psalm 129:5  Beschaamd zullen worden en terugdeinzen allen die Sion haten;

-         Jeremia 51:24  Maar Ik zal voor uw ogen aan Babel en alle inwoners van Chaldea al het kwaad vergelden dat zij Sion hebben aangedaan, luidt het woord van de Eeuwige.

-         Jesaja 31:4  Want zo zegt de Eeuwige tot mij: Zoals een leeuw of een leeuwejong over zijn prooi gromt (de ganse schare der herders wordt tegen hem samengeroepen, maar hij schrikt niet voor hun stem en vreest niet voor hun getier) zo zal de Eeuwige der heerscharen ten strijde nederdalen op de berg Sion en op diens heuvel;

 

 Gegeven aan het joodse volk als eeuwige ondeelbare hoofdstad van IsraŽl en de wereld.

EzechiŽl 43:7a en Hij zeide tot mij: Mensenkind, dit is de plaats van mijn troon en de plaats mijner voetzolen, waar Ik wonen zal onder de IsraŽlieten tot in eeuwigheid; het huis IsraŽls zal mijn heilige naam niet meer verontreinigen

-         Zacharia 8:8  Ik breng hen terug en zij zullen binnen Jeruzalem wonen. Zij zullen Mij tot een volk en Ik zal hun tot een Gíd zijn, in trouw en in gerechtigheid.

-         Jesaja 27:13  En het zal te dien dage geschieden, dat er op een grote bazuin geblazen zal worden, en zij die verloren waren in het land Assur en die verdreven waren in het land Egypte, zullen komen en zich nederbuigen voor de Eeuwige op de heilige berg te Jeruzalem.

-         Jesaja 14:32  Wat zal men dan de gezanten des volks antwoorden? Dat de Eeuwige Sion gegrondvest heeft en dat daarin de ellendigen van zijn volk zullen schuilen.

-         Jesaja 51:16  Ik heb mijn woorden in uw mond gelegd en met de schaduw mijner hand heb Ik u bedekt, Ik, die de hemel uitspan en de aarde grondvest en tot Sion zeg: Gij zijt mijn volk.

-         Jesaja 66:20  En zij zullen al uw broeders brengen uit alle volken als een offer voor de Eeuwige; op paarden en op wagens, op draagstoelen; op muildieren en op snelle kamelen, naar mijn heilige berg, naar Jeruzalem, zegt de Eeuwige, zoals de IsraŽlieten het offer in rein vaatwerk naar het huis van de Eeuwige brengen.

-         Obadja 1:17  Maar op de berg Sion zal er ontkoming zijn, en die zal een heiligdom wezen; en het huis van Yaíakov zal zijn bezittingen weer in bezit nemen.

 

 

Jeruzalem, stad van de Eeuwige, uitgekozen om er als Koning de aarde te besturen.

Psalm 2:6-8  Ik heb immers mijn koning gesteld over Sion, mijn heilige berg. Ik wil gewagen van het besluit Van de Eeuwige : Hij sprak tot mij: Mijn zoon zijt gij ; Ik heb u heden verwekt. Vraag Mij en Ik zal volken geven tot uw erfdeel, de einden der aarde tot uw bezit.  

Jesaja 65:18, 19  Maar gij zult u verblijden en juichen voor eeuwig over hetgeen Ik schep, want zie, Ik schep Jeruzalem tot jubel en zijn volk tot blijdschap En Ik zal juichen over Jeruzalem en Mij verblijden over mijn volk. En daarin zal niet meer gehoord worden het geluid van geween of van geschreeuw.

-         Jesaja 24:23  Dan zal de blanke maan schaamrood worden, en de gloeiende zon zal zich schamen, want de Eeuwige der heerscharen zal Koning zijn op de berg Sion  en in Jeruzalem, en er zal heerlijkheid zijn ten aanschouwen van zijn oudsten.

-         Psalm 132:13-18  Want de Eeuwige heeft Sion verkoren,  Hij heeft het Zich ter woning begeerd: Dit is mijn rustplaats voor immer,  hier zal  Ik  wonen, want haar heb Ik begeerd.  Haar voedsel zal Ik rijkelijk zegenen ,  haar armen zal Ik met brood verzadigen, haar priesters zal Ik met heil bekleden , haar vromen zullen vrolijk juichen. Daar zal ik voor David een hoorn doen uitspruiten, Ik zal voor mijn gezalfde een lamp bereiden; zijn vijanden zal Ik met schaamte bekleden , maar op hem zal zijn kroon blinken

-         Obadja 1:21  Verlossers zullen de berg Sion bestijgen om over het gebergte van Esau gericht te oefenen, en het koningschap zal zijn aan de Eeuwige.

-         Jeremia 3:17, 18  Te dien tijde zal men Jeruzalem noemen de troon van de Eeuwige, en alle volken zullen zich daarheen verzamelen om de naam van de Eeuwige te  Jeruzalem, en zij zullen niet meer wandelen naar de verstoktheid van hun boos hart. In die dagen zal het huis van Juda naar het huis van IsraŽl gaan, en zij zullen tezamen uit het Noorderland komen naar het land dat Ik aan uw vaderen ten erfdeel gegeven heb.

-         Psalm 9:11  Psalmzingt de Eeuwige, die op Sion woont, verkondigt onder de volken zijn daden.

-         Psalm 135:21  Geprezen zij de Eeuwige uit Sion, Hij, die te Jeruzalem woont. Halleluja.

-         Psalm 78:68  Maar Hij verkoos de stam van Juda, de berg Sion, die Hij liefheeft;

-         JoŽl 3:16, 17  En de Eeuwige brult uit Sion en verheft zijn stem uit Jeruzalem, zodat hemel en aarde beven. Maar de Eeuwige is een schuilplaats voor zijn volk en een veste voor de kinderen IsraŽls. En gij zult weten, dat Ik, de Eeuwige, uw Gíd ben, die woon op Sion, mijn heilige berg, en Jeruzalem zal een heiligdom zijn, en vreemdelingen zullen er niet meer doortrekken.

-         Joel 3:21  En Ik zal hun bloed onschuldig verklaren, dat Ik niet onschuldig verklaard had. En de Eeuwige zal blijven wonen op Sion.

-         Jeremia 31:6  Want de dag is daar, dat de wachters roepen op het gebergte van Efraim: Komt, laat ons opgaan naar Sion, tot de Eeuwige, onze Gíd!

-         Jesaja 65:18-24  Maar gij zult u verblijden en juichen voor eeuwig over hetgeen Ik schep, want zie, Ik schep Jeruzalem tot jubel en zijn volk tot blijdschap. En Ik zal juichen over Jeruzalem en Mij verblijden over mijn volk. En daarin zal niet meer gehoord worden het geluid van geween of van geschreeuw. Daar zal niet langer een zuigeling zijn, die slechts weinige dagen leeft, noch een grijsaard, die zijn dagen niet voleindigt, want de jongeling zal als honderdjarige sterven, zelfs de zondaar zal eerst als honderdjarige door de vloek getroffen worden. Zij zullen huizen bouwen en die bewonen, wijngaarden planten en de vrucht daarvan eten; zij zullen niet bouwen, opdat een ander er wone; zij zullen niet planten, opdat een ander het ete, want als de levensduur der bomen zal de leeftijd van mijn volk zijn en van het werk hunner handen zullen mijn uitverkorenen genieten. Zij zullen niet tevergeefs zwoegen en geen kinderen voortbrengen tot een vroegtijdige dood, want zij zullen een door de Eeuwige gezegend geslacht zijn, en hun nakomelingen met hen. En het zal geschieden, dat Ik antwoorden zal, voordat zij roepen; terwijl zij nog spreken, zal Ik verhoren.

-         Psalm 99:2  de Eeuwige is groot in Sion, Hij is verheven boven alle volken.

-         Psalm 147:2  de Eeuwige bouwt Jeruzalem, Hij verzamelt IsraŽls verdrevenen;

-         Joel 2:23  En gij, kinderen van Sion, juicht en verheugt u in de Eeuwige, uw Gíd, want Hij geeft u de leraar ter gerechtigheid; ja, regenstromen laat Hij voor u nederdalen, vroege regen en late regen, zoals voorheen.

-         Micha 4:7  En Ik zal het kreupele stellen tot een overblijfsel en het verdrevene tot een machtig volk, en de Eeuwige zal Koning over hen zijn op de berg Sion, van nu aan tot in eeuwigheid.

-         Jeremia 51:10  de Eeuwige heeft ons recht aan het licht gebracht; komt en laten wij in Sion het werk van de Eeuwige, onze Gíd, verhalen.

-         Jesaja 52:9  Breekt uit in gejuich, jubelt eenparig, puinhopen van Jeruzalem, want de Eeuwige heeft zijn volk getroost, Hij heeft Jeruzalem verlost.

-         Psalm 84:7  Zij gaan voort van kracht tot kracht en verschijnen voor Gíd in Sion.

-         Psalm 48:1-3  Een lied; een psalm van de zonen van Kore. Groot is de Eeuwige, hoog geprezen In de stad van onzen Gíd! Lieflijk verheft zich zijn heilige berg, Voor heel de aarde een vreugde. Zo ook de berg Sion, de Spits van het Noorden, De stad van een machtigen Koning;

-         Psalm 134:3  de Eeuwige zegene u uit Sion, Hij, die hemel en aarde gemaakt heeft.

-         Jesaja 35:10  de vrijgekochten van de Eeuwige zullen wederkeren en met gejubel in Sion komen; eeuwige vreugde zal op hun hoofd zijn, blijdschap en vreugde zullen zij verkrijgen, maar kommer en zuchten zullen wegvlieden.

-         Jesaja 51:3  Want de Eeuwige troost Sion, Hij troost al haar puinhopen; Hij maakt haar woestijn als Eden en haar wildernis als de hof van de Eeuwige; blijdschap en vreugde zullen er gevonden worden, loflied en geklank van gezang.

-         Jesaja 51:11  De vrijgekochten van de Eeuwige zullen wederkeren en met gejubel in Sion komen; eeuwige vreugde zal op hun hoofd wezen, blijdschap en vreugde zullen zij verwerven, kommer en gezucht zullen wegvluchten.

-         Jesaja 62:6, 7  Op uw muren, o Jeruzalem, heb Ik wachters aangesteld, die de ganse dag en de ganse nacht nimmer zullen zwijgen. Gij, die de Eeuwige indachtig maakt, gunt u geen rust. En laat Hem geen rust, totdat Hij Jeruzalem grondvest en het stelt tot een lof op aarde.

 

De gouden poortJesaja 4:5  Dan zal de Eeuwige over het gehele gebied van de berg Sion en over de samenkomsten die daar gehouden worden, des daags een wolk scheppen en des nachts een schijnsel van vlammend vuur, want over al wat heerlijk is, zal een beschutting zijn.

-         Jes. 11:9-11  Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van kennis van de Eeuwige, zoals de wateren de bodem der zee bedekken. En het zal te dien dage geschieden, dat de volken de wortel van Isai zullen zoeken, die zal staan als een banier der natien, en zijn rustplaats zal heerlijk zijn. En het zal te dien dage geschieden, dat de Eeuwige wederom zijn hand opheffen zal om los te kopen de rest van zijn volk.

-         Psalm 50:2  Uit Sion, de volkomen schoonheid, verschijnt Gíd in lichtglans.

-         Jesaja 12:6  Juicht en jubelt, inwoners van Sion, want groot in uw midden is de Heilige IsraŽls.

-         Jesaja 66:13  Zoals iemands moeder hem troost, zo zal Ik u troosten, ja, in Jeruzalem zult gij getroost worden.

-         Jeremia 31:12  Zo komen zij jubelend op de hoogte van Sion en stromen toe naar het goede van de Eeuwige, naar koren, most en olie, naar schapen en runderen; hun ziel zal zijn als een besproeide hof, zij zullen nooit meer versmachten.

 

Psalm 132:13  Want de Eeuwige heeft Sion verkoren, Hij heeft het Zich ter woning begeerd:

-         Psalm 74:2  Gedenk uw gemeente, die Gij van ouds hebt verworven, die Gij verlost hebt als de stam van uw erfdeel, de berg Sion, waarop Gij uw woning hebt gevestigd.

 

De tempel zal er weer komen, het staat in een lijn met de terugkeer van het volk naar het land.

Ezechiel 37:28  En de volken zullen weten, dat Ik,  de Eeuwige, het ben die IsraŽl heilig, doordat mijn heiligdom voor eeuwig te midden van hen staat.  ÖÖ.39:7  Ik zal mijn heilige naam bekendmaken onder mijn volk IsraŽl; Ik zal mijn heilige naam niet meer laten ontheiligen; en de volken zullen weten, dat Ik de Eeuwige ben, heilig in IsraŽl.  ÖÖ..40:4  De man sprak tot mij: Mensenkind,  zie met uw ogen en hoor met uw oren en richt uw opmerkzaamheid op alles wat ik u zal laten zien; want opdat ik u dit zou laten zien, zijt gij hierheen gebracht. Verkondig alles wat gij zien zult, aan het huis IsraŽls. 

Ezech. 42:13, 14  En hij zeide tot mij: De vertrekken aan de noordzijde en de vertrekken aan de zuidzijde,  die langs het plein liggen, dat zijn de heilige vertrekken, waar de priesters die de Eeuwige het naaste staan, het allerheiligste zullen eten; men zal het allerheiligste daarheen brengen, het spijsoffer, het zondoffer en het schuldoffer, want die plaats is heilig. Wanneer de priesters binnenkomen, dan zullen zij niet uit het heiligdom naar de buitenste voorhof ÖÖÖ

Ezech. 43:6, 7  Toen hoorde ik Hem uit de tempel tot mij spreken, terwijl de man naast mij stond ,  en Hij zeide tot mij: Mensenkind, dit is de plaats van mijn troon en de plaats mijner voetzolen, waar Ik wonen zal onder de IsraŽlieten tot in eeuwigheid; het huis IsraŽls zal mijn heilige naam niet meer verontreinigen, zij noch hun koningen,  met hun ontucht en met de lijken van hun koningen na hun dood. 11, 12  en als zij zich schamen over alles wat zij bedreven hebben, maak hun dan bekend de vorm van de tempel en zijn inrichting , zijn uitgangen en zijn ingangen, al zijn vormen, al zijn voorschriften, al zijn vormen en al zijn wetten, en schrijf die op voor hun ogen, opdat zij al de vormen en voorschriften ervan nauwgezet ten uitvoer brengen. Dit is de wet voor het huis: op de top van de berg zal zijn gehele gebied aan alle kanten allerheiligst zijn. Zie, dit is de wet voor het huisÖÖÖÖ  44:5-9  Toen zeide de Eeuwige tot mij: Mensenkind , let aandachtig op, zie met uw ogen en hoor met uw oren alles wat Ik tot u spreek aangaande al de inzettingen en wetten van het huis van de Eeuwige; let aandachtig op het betreden van het huis door al de toegangen van het heiligdom, en zeg dan tot de weerspannigen, tot het huis IsraŽls: Zo zegt de Eeuwige Here: gij hebt meer dan genoeg gruwelen bedreven,  huis IsraŽls, doordat gij vreemdelingen, onbesnedenen van hart en onbesnedenen van lichaam, hebt binnengebracht om in mijn heiligdom te zijn , om mijn huis te ontheiligen, terwijl gij de voor Mij bestemde spijze, vet en bloed,  bracht, zodat zij mijn verbond schonden , boven al uw gruwelen. En gij hebt zelf voor mijn heilige dingen geen zorg gedragen, maar gij hebt hen aangesteld om voor u mijn dienst in mijn heiligdom waar te nemen. Zo zegt de Eeuwige Here: Geen vreemdeling, onbesneden van hart en onbesneden van lichaam, zal mijn heiligdom binnengaan, geen vreemdeling onder de IsraŽlieten.  ÖÖÖ.. 44:15  Maar de levitische priesters, de zonen van Sadok, die de dienst in mijn heiligdom in acht genomen hebben, toen de IsraŽlieten van Mij afdwaalden, die zullen tot Mij naderen om Mij te dienen, ÖÖÖ.  23, 24  En zij zullen mijn volk het onderscheid leren tussen heilig en niet heilig en het onderscheid doen kennen tussen onrein en rein . Ook bij een geschil zullen zij optreden om recht te spreken; naar mijn verordeningen zullen zij dat beslechten; mijn wet en mijn inzettingen zullen zij op al mijn feesttijden onderhouden en mijn sabbatten zullen zij heiligen

 

Jesaja 66:18  Want Ik ken hun werken en hun gedachten;  de tijd komt om alle volken en talen te vergaderen; zij zullen komen en mijn heerlijkheid zien  ÖÖ.21  En ook uit hen zal Ik er nemen tot priesters, tot Levieten, zegt de Eeuwige.

 

 Instructies van Gíd zullen vanuit Sion uitgaan.

Micha 4:2  en vele natien zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg van de Eeuwige, naar het huis van de Gíd Yaíakovs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en het woord van de Eeuwige uit Jeruzalem.

 

-         Jesaja 2:3  en vele natien zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg van de Eeuwige, naar het huis van de Gíd Yaíakovs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en het woord van de Eeuwige uit Jeruzalem.

-         Psalm 86:9  Alle volken, die Gij gemaakt hebt,  zullen komen en zich voor U nederbuigen,  o de Eeuwige, en uw naam eren;  10  want Gij zijt groot en doet wonderen, Gij, o Gíd, alleen. 

Mal. 3:6-18  Voorwaar, Ik, de Eeuwige, ben niet veranderd , en gij kinderen van Yaíakov, zijt niet verteerd. Van de dagen uwer vaderen af zijt gij afgeweken van mijn inzettingen en hebt ze niet onderhouden. Keert terug tot Mij, dan zal Ik tot u terugkeren, zegt de Eeuwige der heerscharen. En dan zegt gij: In welk opzicht moeten wij terugkeren? Mag een mens Gíd beroven? Toch berooft gij Mij. En dan zegt gij: Waarin beroven wij U? In de tienden en de heffing. Met de vloek zijt gij vervloekt, en Mij berooft gij, gij volk in zijn geheel. Breng de gehele tiende naar de voorraadkamer, (word in kerken nog steeds gebruikt)  opdat er spijze zij in mijn huis; beproeft Mij toch daarmede, zegt de Eeuwige der heerscharen, of Ik dan niet voor u de vensters van de hemel zal openen en zegen in overvloed over u uitgieten .  Dan zal Ik, u ten goede, de afvreter dreigen, opdat hij de vrucht van uw land niet verderve en opdat de wijnstok op het veld voor u niet zonder vrucht zij, zegt de Eeuwige der heerscharen. En alle volken zullen u gelukkig prijzen , omdat gij een land van welbehagen zijt, zegt de Eeuwige der heerscharen. Vermetel zijn uw woorden over Mij, zegt de Eeuwige. En dan zegt gij: Wat hebben wij dan onder elkander over U gesproken? Gij zegt: Nutteloos is het Gíd te dienen ; wat gewin geeft het, dat wij zijn geboden onderhouden en dat wij in rouw gaan voor het aangezicht van de Eeuwige der heerscharen? En nu, wij prijzen de overmoedigen gelukkig ; niet alleen worden zij gebouwd, terwijl zij goddeloosheid bedrijven, maar ook verzoeken zij Gíd, en ontkomen. Dan spreken zij die de Eeuwige vrezen,  onder elkander, ieder tot zijn naaste: de Eeuwige bemerkte het toch en hoorde het en er werd een gedenkboek voor zijn aangezicht geschreven, ten goede van hen die de Eeuwige vrezen en zijn naam in ere houden. Zij zullen Mij ten eigendom zijn, zegt de Eeuwige der heerscharen, op de dag die Ik bereiden zal. En Ik zal hen sparen , zoals iemand zijn zoon spaart, die hem dient. Dan zult gij tot inkeer komen en het onderscheid zien tussen de rechtvaardige en de goddeloze; tussen wie Gíd dient, en wie Hem niet dient. 4:1- Want zie, de dag komt, brandend als een oven! Dan zullen alle overmoedigen en allen die goddeloosheid bedrijven,  zijn als stoppels, en de dag die komt , zal hen in brand steken (zegt de Eeuwige der heerscharen) welke hun wortel noch tak zal overlaten. Maar voor u, die mijn naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder haar vleugelen; gij zult uitgaan en springen als kalveren uit de stal.  Gij zult de goddelozen vertreden, want tot stof zullen zij zijn onder uw voetzolen op de dag die Ik bereiden zal,  zegt de Eeuwige der heerscharen. 4 Gedenkt de wet van Mozes, mijn knecht , die Ik hem op Horeb geboden heb voor gans IsraŽl, inzettingen en verordeningen. 5  Zie, Ik zend u de profeet Elia, voordat de grote en geduchte dag van de Eeuwige komt (Dag van Bazuin: zie Joel 2 en 3, gaat dus over de toekomst, dus ook vers 4). Hij zal het hart der vaderen terugvoeren tot de kinderen en het hart der kinderen tot hun vaderen, opdat Ik niet kome en het land treffe met de ban. 

 

Ook de dienst aan Gíd, compleet met de (in de Thora) voorgeschreven offers, zal weer hersteld worden

Jer. 33:14-21 - 14  Zie, de dagen komen, luidt het woord van de Eeuwige, dat Ik het goede woord in vervulling zal doen gaan, dat Ik over het huis van IsraŽl en het huis van Juda gesproken heb. 15  In die dagen en te dien tijde zal Ik aan David een Spruit der gerechtigheid doen ontspruiten, die naar recht en gerechtigheid in het land zal handelen. 16  In die dagen zal Juda verlost worden en Jeruzalem veilig wonen, en zo zal men het noemen: De Eeuwige is onze gerechtigheid. 17 Want zo zegt de Eeuwige: Nimmer zal het David ontbreken aan een man, die op de troon van het huis Israels gezeten is; 18  en de levitische priesters zal het nimmer ontbreken voor mijn aangezicht aan een man die brandoffers offert, spijsoffers ontsteekt en slachtoffers brengt al de dagen. 19  Het woord van de Eeuwige kwam tot Jeremia: 20  Zo zegt de Eeuwige: Indien gij mijn verbond aangaande de dag en de nacht kunt verbreken, zodat er geen dag en nacht meer zou zijn op hun tijd, 21  dan zal ook mijn verbond met mijn knecht David verbroken worden, dat hij geen zoon meer hebben zal, die koning is op zijn troon, en met de Levieten, de priesters, mijn dienaren.

 Mal. 3: 4  Dan zal het offer van Juda en van Jeruzalem de Eeuwige aangenaam zijn als in de dagen van ouds en als in vroegere jaren.

Jes. 56: 7 hen zal Ik brengen naar mijn heilige berg en Ik zal hun vreugde bereiden in mijn bedehuis; hun brandoffers en hun slachtoffers zullen welgevallig zijn op mijn altaar, want mijn huis zal een bedehuis heten voor alle volken.

Ezech 43:20-27 - 20  en gij zult van zijn bloed iets nemen en het strijken aan de vier horens en aan de vier hoeken van de omloop en aan de opstaande rand rondom; zo zult gij het ontzondigen en er verzoening over doen. 21  Vervolgens zult gij de stier van het zondoffer nemen en men zal hem verbranden op de daartoe bestemde plaats van het huis, buiten het heiligdom. 22  Op de tweede dag zult gij een gave geitebok tot een zondoffer brengen en men zal het altaar ontzondigen, zoals men het met de stier ontzondigd heeft. 23  Wanneer gij de ontzondiging voleindigd hebt, dan zult gij een gave jonge stier en een gave ram uit het kleinvee brengen. 24  Gij zult ze voor het aangezicht van de Eeuwige brengen, en de priesters zullen zout op hen strooien en ze offeren als een brandoffer voor de Eeuwige. 25  Zeven dagen zult gij dagelijks een bok als zondoffer bereiden; ook zal men een jonge stier en een ram uit het kleinvee, beide gaaf, bereiden. 26  Zeven dagen zal men over het altaar verzoening doen en het reinigen en wijden. 27  En wanneer men die dagen voleindigd heeft, dan zullen de priesters op de achtste dag en daarna, op het altaar uw brandoffers en uw vredeoffers bereiden, en Ik zal een behagen in u hebben, luidt het woord van Adonai de Eeuwige.

Ezech. 45:21-24 21  In de eerste maand, op de veertiende dag der maand, zult gij het Pascha vieren; gedurende het feest van zeven dagen zullen ongezuurde broden gegeten worden.22  Op die dag zal de vorst voor zichzelf en voor al het volk des lands een stier als zondoffer bereiden.23  En gedurende de zeven dagen van het feest zal hij zeven dagen lang dagelijks als brandoffer voor de Eeuwige zeven stieren en zeven rammen bereiden, alle gaaf, en als zondoffer dagelijks een geitebok; 24  als spijsoffer zal hij een efa bij elke stier en een efa bij elke ram bereiden en een hin olie bij elke efa.

Zacharia 14:21  ja, alle potten in Jeruzalem en in Juda zullen de eeuwige der heerscharen heilig zijn, zodat alle offeraars kunnen komen en die gebruiken om daarin te koken. En er zal te dien dage geen Kanašniet meer zijn in het huis van de Eeuwige der heerscharen.

 

 

Psalm 102:12-28  Maar Gij, O de Eeuwige, troont voor eeuwig , uw naam blijft van geslacht tot geslacht.  Gij zult opstaan, U over Sion erbarmen , want het is tijd haar genadig te zijn , want de bepaalde tijd is gekomen; want uw knechten hebben behagen in haar stenen, zij hebben deernis met haar puin. Dan zullen de volkeren de naam van de Eeuwige vrezen, alle koningen der aarde uw heerlijkheid, wanneer de Eeuwige Sion heeft gebouwd , en verschenen is in zijn heerlijkheid,  Zich heeft gewend tot het gebed van de berooid en hun gebed niet heeft veracht. Dit worde opgeschreven voor een volgend geslacht, en het volk dat geschapen zal worden , zal de Eeuwige loven; want Hij heeft uit zijn heilige hoogte neergezien, de Eeuwige heeft uit de hemel op aarde geschouwd, om het zuchten der gevangenen te horen,  om de ten dode gedoemden te bevrijden; opdat men de naam van de Eeuwige in Sion vertelle, en zijn lof in Jeruzalem, wanneer de volken altegader en de koninkrijken zich zullen verzamelen om de Eeuwige te dienen. Hij heeft op de weg mijn kracht gebroken , mijn dagen verkort.  Ik zeg: Mijn Gíd, neem mij niet weg op de helft mijner dagen, Gij, wiens jaren duren door alle geslachten heen. Gij hebt voormaals de aarde gegrondvest , en de hemel is het werk uwer handen;  die zullen vergaan, maar Gij houdt stand , zij alle zullen verslijten als een kleed, Gij verwisselt ze als een gewaad, en zij verdwijnen; maar Gij blijft dezelfde, aan uw jaren komt geen einde. De kinderen uwer knechten zullen veilig wonen , hun nageslacht zal voor uw aangezicht blijven bestaan. 

 

 

       

 

 

 

 

 

  

 

Start ] [ Inhoud ]

Voor vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan
webmaster@shalom-center.org
Laatst bijgewerkt: 13 augustus 2013