Nr32 - Be-Hukkotai

  UP-DATE'S -- Hier vindt U de recente wijzigingen, toevoegingen en actuele publicaties

 

 

 

 

 

Start
Omhoog
English
עברית
EspaŮol
Wie zijn wij?
Activiteiten
Shabbath in Susya
Thora
Tenach
Emuna
Mitswot
Het Joodse vragertje
Messias
Beth HaMikdash
Joods denken
Jodendom
Kabbalah
ISRAEL
Zionisme
Aliyah
Gebeden
Zmirot
Citaten
Links
Noachidisch
Lectuur

 

 

 

Thora-gedeelte Be-Hukkotai

Be-Hukkotai, Lev 26:3-27:34, Haftarah: Jer 16:19-17:14

 

Be-Hukkotai Lev 26:3-27:34  3  Indien gij in mijn inzettingen wandelt en mijn geboden nauwgezet in acht neemt,   4  dan zal Ik u te rechter tijd uw regens geven , zodat het land zijn opbrengst geeft en het geboomte des velds zijn vrucht draagt;  5  de dorstijd zal bij u duren tot de wijnoogst , en de wijnoogst tot de zaaitijd; gij zult uw brood eten tot verzadiging en veilig in uw land wonen.  6  En Ik zal vrede in het land geven, zodat gij nederliggen zult, zonder dat iemand u opschrikt; Ik zal de wilde dieren uit het land uitroeien, en het zwaard zal uw land niet teisteren.  7  En gij zult uw vijanden vervolgen, en zij zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen.  8  Vijf van u zullen honderd achtervolgen , en honderd van u zullen tienduizend achtervolgen, en uw vijanden zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen.  9  En Ik zal Mij tot u wenden, u vruchtbaar doen zijn en u talrijk maken, en Ik zal mijn verbond met u bevestigen.  10  En gij zult het overjarige, dat overgebleven is , eten, en het overjarige zult gij voor het nieuwe moeten wegdoen.  11  En Ik zal mijn tabernakel in uw midden zetten , en Ik zal geen afkeer van u hebben,  12  maar Ik zal in uw midden wandelen en u tot een God zijn en gij zult Mij tot een volk zijn.  13  Ik ben de Eeuwige, uw God, die u uit het land Egypte heb geleid, opdat gij hun niet meer tot slaven zoudt zijn; Ik heb de stangen van uw juk verbroken en u rechtop doen gaan.  14 Maar indien gij naar Mij niet luistert en al deze geboden niet doet,  15  indien gij mijn inzettingen versmaadt en van mijn verordeningen een afkeer hebt,  zodat gij geen van mijn geboden doet en mijn verbond verbreekt,  16  dan zal Ik ook aldus met u doen en met verschrikking u bezoeken: tering en koorts , die de ogen verteren en het leven doen verkwijnen; dan zult gij tevergeefs uw zaad zaaien, want uw vijanden zullen het eten .  17  Ik zal mijn aangezicht tegen u keren, zodat gij voor uw vijanden geslagen zult worden , en die u haten, zullen over u heersen , en gij zult vluchten, zonder dat iemand u vervolgt.  18  En indien gij desniettegenstaande niet naar Mij luistert, dan zal Ik u blijven tuchtigen wegens uw zonden, tot zevenmaal toe,  19  en uw trotse macht zal Ik breken en uw hemel maken als ijzer en uw land als koper.  20  Dan zal uw kracht tevergeefs verbruikt worden ; uw land zal zijn opbrengst niet geven en het geboomte des lands zal zijn vrucht niet dragen.  21  Indien gij u tegen Mij verzet en naar Mij niet wilt luisteren, dan zal Ik u nog zevenmaal harder slaan, naar uw zonden ;  22  Ik zal het wild gedierte op u loslaten,  dat u van kinderen beroven en uw vee uitroeien zal en uw aantal zo zal verminderen, dat uw wegen verlaten zullen zijn.  23  Indien gij u door deze tuchtiging nog niet tot Mij keert en u tegen Mij blijft verzetten,  24  dan zal ook Ik Mij tegen u verzetten en dan zal Ik u ook zevenmaal slaan wegens uw zonden,  25  en over u een zwaard brengen, dat wraak neemt over het verbond; wanneer gij dan in uw steden bijeenkomt, dan zal Ik de pest onder u zenden en gij zult aan de vijand overgeleverd worden.  26  Als Ik u de staf des broods verbreek,  dan zullen tien vrouwen uw brood in een oven bakken en zij zullen uw brood afgewogen teruggeven, en gij zult eten, maar niet verzadigd worden.  27  En indien gij desondanks niet naar Mij luistert en u tegen Mij blijft verzetten,  28  dan zal Ik Mij met grimmigheid tegen u verzetten en Ik, ja Ik, zal u zevenmaal tuchtigen over uw zonden,  29  en gij zult het vlees uwer zonen eten en het vlees uwer dochters zult gij eten.  30  En uw hoogten zal Ik verwoesten en uw wierookaltaren uitroeien; Ik zal uw lijken werpen op de lijken uwer afgoden en Ik zal een afkeer van u hebben.  31  Uw steden zal Ik tot een puinhoop maken en uw heiligdommen verwoesten en Ik wil niet meer uw liefelijke reuk ruiken.  32  Ik zelf zal het land verwoesten, zodat uw vijanden, die daarin wonen, zich daarover zullen ontzetten.  33  Maar u zal Ik onder de volken verstrooien en Ik zal achter u het zwaard trekken, en uw land zal een woestenij zijn en uw steden een puinhoop.  34  Dan zal het land zijn sabbatsjaren vergoed krijgen, al de dagen dat het woest ligt en gij in het land uwer vijanden zijt; dan zal het land rusten en zijn sabbatsjaren vergoeden.  35  Al de tijd der verwoesting zal het rusten, de rust die het niet gehad heeft gedurende uw sabbatsjaren, toen gij daarin woondet.  36  En Ik zal vrees brengen in de harten van hen die van u zijn overgebleven, in de landen hunner vijanden, zodat het geluid van een opgewaaid blad hen opjaagt, en zij zullen vluchten, zoals men vlucht voor het zwaard , en vallen, zonder dat er een vervolger is.  37  En de een zal over de ander struikelen als voor het zwaard, zonder dat er een vervolger is, en gij zult voor uw vijanden geen stand kunnen houden.  38  En gij zult onder de volken te gronde gaan, en het land uwer vijanden zal u verteren.  39  En wie van u overgebleven zijn, zullen in de landen hunner vijanden wegkwijnen vanwege hun ongerechtigheid en ook vanwege de ongerechtigheden hunner vaderen zullen zij, evenals dezen, wegkwijnen.  40 Maar belijden zij hun ongerechtigheid en die hunner vaderen, in de ontrouw waarmede zij tegen Mij ontrouw zijn geweest, en ook dat zij zich tegen Mij verzet hebben,  41  (ook Ik verzette Mij tegen hen en bracht hen in het land hunner vijanden)  of vernedert zich dan hun onbesneden hart en boeten zij dan hun ongerechtigheid,  42  dan zal Ik mijn verbond met Jakob gedenken ; ook mijn verbond met Isaak en ook mijn verbond met Abraham zal Ik gedenken, en Ik zal het land gedenken.  43  Maar het land zal door hen verlaten worden en het zal zijn sabbatsjaren vergoed krijgen , terwijl het verwoest ligt zonder hen,  en zij zullen hun ongerechtigheid boeten,  omdat, ja, omdat zij mijn verordeningen versmaadden en van mijn inzettingen een afkeer hadden.  44  Maar ook zelfs, wanneer zij in het land hunner vijanden zijn, versmaad Ik hen niet en heb Ik geen afkeer van hen, zodat Ik hen zou vernietigen en mijn verbond met hen verbreken: want Ik ben de Eeuwige, hun God.  45  Maar Ik zal hun ten goede gedenken het verbond met hun voorvaderen, die Ik voor de ogen der volken uit het land Egypte heb geleid , om hun tot een God te zijn. Ik ben de Eeuwige.  46  Dit zijn de inzettingen en verordeningen en wetten, die de Eeuwige gegeven heeft tussen Zich en de IsraŽlieten op de berg Sinai , door de dienst van Mozes. 27:1 de Eeuwige sprak tot Mozes:  2  Spreek tot de IsraŽlieten en zeg tot hen: Wanneer iemand een gelofte aflegt, naar uw schatting van personen voor de Eeuwige,  3  dan zal uw schatting zijn voor iemand van het mannelijk geslacht van twintig tot zestig jaar; uw schatting zal zijn vijftig sikkels zilver, naar de heilige sikkel;  4  maar indien het iemand van het vrouwelijk geslacht is, dan zal uw schatting dertig sikkels zijn .  5  Indien het iemand is van vijf tot twintig jaar, dan zal uw schatting zijn voor iemand van het mannelijk geslacht twintig sikkels en voor iemand van het vrouwelijk geslacht tien sikkels.  6  Indien het een kind is van een maand tot vijf jaar, dan zal uw schatting zijn voor een van het mannelijk geslacht vijf sikkels zilver en voor een van het vrouwelijk geslacht drie sikkels zilver.  7  Indien het iemand is van zestig jaar of daarboven, indien het iemand van het mannelijk geslacht is, dan zal uw schatting zijn vijftien sikkels, en voor iemand van het vrouwelijk geslacht tien sikkels.  8  Maar indien hij te arm is om uw schatting te betalen, dan zal men hem voor de priester stellen , en de priester zal hem schatten;  overeenkomstig het vermogen van hem die de gelofte deed, zal de priester hem schatten .  9  En indien het vee is, waarvan men de Eeuwige een offergave brengt, dan zal alles wat men daarvan de Eeuwige geeft, heilig zijn.  10  Men zal het niet verwisselen noch verruilen, goed voor slecht of slecht voor goed. Maar indien men toch een stuk vee voor een ander verruilt, dan zal dit zowel als het daarvoor verruilde heilig zijn.  11  Indien het enig stuk onrein vee is,  waarvan men de Eeuwige geen offergave mag brengen, dan zal men dat dier voor de priester stellen,  12  en de priester zal het schatten naar dat het goed of slecht is; zoals de priester het schat, zal het zijn.  13  En indien men het toch wil lossen,  dan zal men een vijfde deel bij de geschatte waarde voegen.  14 Wanneer iemand zijn huis heiligt als iets heiligs voor de Eeuwige, dan zal de priester het schatten, naar dat het goed of slecht is; zoals de priester het schat,  zo zal het vaststaan.  15  Maar indien hij, die geheiligd heeft, zijn huis wil lossen, zal hij een vijfde deel van het geld van de geschatte waarde daarbij voegen ; dan zal het van hem zijn.  16  Indien iemand een deel van zijn grondbezit de Eeuwige heiligt, dan zal uw schatting zijn overeenkomstig het daarin gezaaide: een homer zaaisel van gerst op vijftig sikkels zilver. 17  Indien hij van het jubeljaar af zijn akker heiligt, zal het op de geschatte waarde blijven staan.  18  Maar indien hij na het jubeljaar zijn akker heiligt, zal de priester hem het geld berekenen overeenkomstig de jaren die nog overblijven tot het jubeljaar, en het zal van de geschatte waarde afgetrokken worden.  19  En indien hij, die de akker geheiligd heeft , erop staat die te lossen, dan zal hij een vijfde deel van het geld van de geschatte waarde daar bijvoegen, en die akker zal de zijne blijven.  20  Maar indien hij de akker niet lost,  of indien hij de akker aan iemand anders verkocht heeft, dan kan die niet meer gelost worden,  21  maar de akker zal, wanneer die in het jubeljaar vrijkomt, de Eeuwige heilig zijn,  gelijk een akker, die onder de ban ligt; de priester zal hem in bezit hebben.  22  En indien hij een akker, die hij gekocht heeft , die niet tot zijn grondbezit behoorde,  de Eeuwige heiligt,  23  zal de priester hem het bedrag van de geschatte waarde tot het jubeljaar berekenen , en hij zal deze geschatte waarde op die dag geven, als iets heiligs voor de Eeuwige. 24  In het jubeljaar komt die akker terug aan hem van wie hij hem gekocht heeft , aan hem die het land oorspronkelijk in bezit had.  25  En al de geschatte waarde zal naar de heilige sikkel zijn: twintig gera zal die sikkel zijn.  26 Het eerstgeborene echter, dat als eerstgeborene de Eeuwige toebehoort onder het vee , zal niemand heiligen, hetzij een rund, hetzij een stuk kleinvee, het is van de Eeuwige.  27  Maar indien het van een stuk onrein vee is,  dan zal men het naar de geschatte waarde loskopen en het vijfde deel daarvan erbij voegen, en indien het niet gelost wordt, dan zal het verkocht worden naar de geschatte waarde.  28  Niets echter van hetgeen iemand de Eeuwige door de ban wijdt, uit al wat hij bezit, van mens of vee, of zijn grondbezit, zal verkocht worden of gelost: alles wat onder de ban ligt, dat is allerheiligst voor de Eeuwige.  29  Niets, dat met de ban geslagen is, dat door de ban getroffen is onder de mensen, kan losgekocht worden; het zal zeker ter dood gebracht worden.  30  Ook is alle tiende van het land, van het zaad des lands, van de vrucht van het geboomte, van de Eeuwige; het is de Eeuwige heilig.  31  Maar indien iemand toch van zijn tiende zal willen lossen, dan zal hij het vijfde deel daarvan erbij voegen.  32  En alle tienden van runderen of kleinvee , al wat onder de staf doorgaat , het tiende daarvan zal de Eeuwige heilig zijn.  33  Men zal niet onderzoeken, of het goed of slecht is, en men zal het niet verruilen; indien men het toch verruilt,  dan zal dit zowel als het verruilde de Eeuwige heilig zijn; het zal niet gelost worden.  34  Dit zijn de geboden, die de Eeuwige Mozes gegeven heeft voor de IsraŽlieten op de berg Sinai. 

 

 

Jer 16:19-17:14  19  de Eeuwige, mijn sterkte en mijn burcht, mijn toevlucht ten dage der benauwdheid, tot U zullen volken komen van de einden der aarde en zeggen: Enkel leugen hebben onze vaderen bezeten, nietigheid, waaronder niet een , die baat kon brengen.  20  Zou een mens zich goden maken? Maar dat zijn geen goden!  21  Daarom zie, Ik laat hen ditmaal gewaarworden, Ik laat hen gewaarworden mijn hand en mijn kracht, en zij zullen weten,  dat mijn naam is: de Eeuwige.  17:1 De zonde van Juda staat geschreven met ijzeren stift, gegrift met diamanten spits in de tafel van hun hart en in de hoornen van hun altaren,  2  als een gedenkteken tegen hen in hun gewijde palen onder elke groene boom en op de hoge heuvels,  3  de bergen in het veld. Uw vermogen, al uw schatten zal Ik ten buit geven zonder prijs , om de zonde in uw gehele gebied,  4  en gij zult uw hand moeten losmaken van het erfdeel dat Ik u gegeven had, en Ik zal u uw vijanden doen dienen in een land dat gij niet kent, want gij hebt een vuur ontstoken in mijn toorn, dat aldoor zal branden.  5 Zo zegt de Eeuwige: Vervloekt is de man die op een mens vertrouwt en vlees tot zijn arm stelt, wiens hart van de Eeuwige wijkt;  6  hij toch zal zijn als een kale struik in de steppe, die het niet merkt, als er iets goeds komt, maar staat in dorre oorden in de woestijn, een ziltachtig, onbewoond land.  7  Gezegend is de man die op de Eeuwige vertrouwt, wiens betrouwen de Eeuwige is ;  8  hij toch zal zijn als een boom, aan het water geplant, die zijn wortels tot aan een beek uitslaat, en het niet merkt , als er hitte komt, maar welks loof groen blijft, die in een jaar van droogte geen zorg heeft en niet nalaat vrucht te dragen.  9  Arglistig is het hart boven alles, ja,  verderfelijk is het; wie kan het kennen ?  10  Ik, de Eeuwige, doorgrond het hart en toets de nieren, en dat, om aan een ieder te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner daden.  11  Een veldhoen, dat eieren uitbroedt, die het niet gelegd heeft, zo is wie zich rijkdom verwerft, maar op onrechtmatige wijze; op de helft zijner dagen zal hij die moeten achterlaten , en bij zijn einde zal hij een dwaas zijn.  12 Troon der heerlijkheid, van ouds verheven, plaats van ons heiligdom,  13  hope IsraŽls, de Eeuwige, allen die U verlaten, zullen beschaamd worden; wie afwijken, zullen in de aarde geschreven worden, omdat zij de bron van levend water, de Eeuwige, verlieten.  14  Genees mij, de Eeuwige, dan zal ik genezen zijn ; help mij, dan zal ik geholpen zijn , want Gij zijt mijn lof. 

 

 

 

 

Een paar gedachten

> Indien gij in mijn inzettingen wandelt en mijn geboden nauwgezet in acht neemt,  dan zal Ik u te rechter tijd uw regens geven, zodat het land zijn opbrengst geeft en het geboomte des velds zijn vrucht draagt;  de dorstijd zal bij u duren tot de wijnoogst, en de wijnoogst tot de zaaitijd; gij zult uw brood eten tot verzadiging en veilig in uw land wonen. En Ik zal vrede in het land geven, zodat gij nederliggen zult, zonder dat iemand u opschrikt; Ik zal de wilde dieren uit het land uitroeien, en het zwaard zal uw land niet teisteren. (26:3-6) De Thora is een paraplu die Gíd het volk IsraŽl heeft gegeven. Ze kunnen hem zelf boven zich houden door de Thora te onderhouden. Het is een geestelijke wet; Als ze de Thora onderhouden gaat het goed met ze.

 

> En Ik zal mijn tabernakel in uw midden zetten, en Ik zal geen afkeer van u hebben,  maar Ik zal in uw midden wandelen en u tot een God zijn en gij zult Mij tot een volk zijn. (26:11,12) Daar waar de Thora wordt onderhouden woont Gíd.

 

> En indien gij desniettegenstaande niet naar Mij luistert, dan zal Ik u blijven tuchtigen wegens uw zonden, tot zevenmaal toe, en uw trotse macht zal Ik breken en uw hemel maken als ijzer en uw land als koper.  Dan zal uw kracht tevergeefs verbruikt worden ; uw land zal zijn opbrengst niet geven en het geboomte des lands zal zijn vrucht niet dragen.  Indien gij u tegen Mij verzet en naar Mij niet wilt luisteren, dan zal Ik u nog zevenmaal harder slaan, naar uw zonden; (26:18-21) Tuchtiging heeft een helend en heiligend doel.

 

> Ik zal mijn aangezicht tegen u keren, zodat gij voor uw vijanden geslagen zult worden, en die u haten, zullen over u heersen, en gij zult vluchten, zonder dat iemand u vervolgt (26:17) Het afwijken van God resulteert er voor IsraŽl uiteindelijk in dat ze gedreven kunnen worden door angst.

 

> Maar belijden zij hun ongerechtigheid en die hunner vaderen, in de ontrouw waarmede zij tegen Mij ontrouw zijn geweest, en ook dat zij zich tegen Mij verzet hebben,  (ook Ik verzette Mij tegen hen en bracht hen in het land hunner vijanden)  of vernedert zich dan hun onbesneden hart en boeten zij dan hun ongerechtigheid, dan zal Ik mijn verbond met Yaíakov gedenken; ook mijn verbond met Itschak en ook mijn verbond met Avraham zal Ik gedenken, en Ik zal het land gedenken. (26:40-42). Herstel met Gíd (en vergeving door Gíd) kom na bekering.

 

> Dan zal Ik mijn verbond met Yaíakov gedenken; ook mijn verbond met Itschak en ook mijn verbond met Avraham zal Ik gedenken, en Ik zal het land gedenken.(26:42)  De verdiensten van deze voorvaderen staan er Ďgarantí voor dat Gíd Zijn beloften niet zal vergeten. De verdiensten van Avraham waren het grootst. Hij kon nl. niet van zijn voorvader(s) leren zoals Itschak en Yaíakov.

 

> Maar het land zal door hen verlaten worden en het zal zijn sabbatsjaren vergoed krijgen, terwijl het verwoest ligt zonder hen,  en zij zullen hun ongerechtigheid boeten,  omdat, ja, omdat zij mijn verordeningen versmaadden en van mijn inzettingen een afkeer hadden. (26:43).   

 

> Gezegend ben je als je, je vertrouwen volkomen op God stelt (Jer. 17:7)

 

 

 

Links voor bestudering van het  Thoragedeelte:

 

Nederlands:

http://www.joodsleven.nl/

http://www.nik.nl (onder Over Jodendom, Parasje van de week)

http://bethhamidrash.org/online/parashat-hashavua/

 

Engels:

http://ravkooktorah.org/

http://www.machonmeir.net/

http://www.torah.org/learning/torahportion.php3

http://www.chabad.org/parshah/default.asp

http://www.shemayisrael.co.il/parsha/eylevine/Archives.htm

http://israelvisit.co.il/top/previous.shtml

 

 

 

 

Start ] Omhoog ] [ Inhoud ]

Voor vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan
webmaster@shalom-center.org
Laatst bijgewerkt: 29 november 2021