Nr49 - Va-yelekh

  UP-DATE'S -- Hier vindt U de recente wijzigingen, toevoegingen en actuele publicaties

 

 

 

 

 

Start
Omhoog
English
עברית
EspaŮol
Wie zijn wij?
Activiteiten
Shabbath in Susya
Thora
Tenach
Emuna
Mitswot
Het Joodse vragertje
Messias
Beth HaMikdash
Joods denken
Jodendom
Kabbalah
ISRAEL
Zionisme
Aliyah
Gebeden
Zmirot
Citaten
Links
Noachidisch
Lectuur

 

 

 

Thora-gedeelte Va-yelekh (en hij ging)

 

Va-Yelekh (en hij ging), Deut 31:1-30, Haftara: Jes. 61:10-63:9

 

31:1 Toen is MoshŤ deze woorden tot geheel IsraŽl gaan spreken;  2  hij zeide tot hen: Ik ben nu honderd en twintig jaar oud; ik kan niet meer uitgaan of ingaan, en de Eeuwige heeft tot mij gezegd: De Jordaan hier zult gij niet overtrekken.  3  de Eeuwige, uw God, zelf zal voor u uit overtrekken; Hij zelf zal die volken voor u verdrijven en verdelgen, zodat gij hun land in bezit kunt nemen; Jozua zal voor u uit overtrekken, zoals de Eeuwige geboden heeft.  4  En de Eeuwige zal met hen doen, zoals Hij gedaan heeft met Sichon en Og, de koningen der Amorieten, die Hij heeft verdelgd; en met hun land.  5  de Eeuwige zal hen aan u overleveren, en gij zult met hen doen geheel overeenkomstig het gebod, dat ik u gegeven heb.  6  Weest sterk en moedig, vreest niet en siddert niet voor hen, want de Eeuwige, uw God, zelf gaat met u;  Hij zal u niet begeven en u niet verlaten .  7  Toen riep MoshŤ Jozua en zeide tot hem in tegenwoordigheid van geheel IsraŽl : Wees sterk en moedig, want gij zult met dit volk komen in het land , waarvan de Eeuwige hun vaderen gezworen heeft , dat Hij het hun geven zou, en gij zult het hen doen beŽrven.  8  Want de Eeuwige zelf zal voor u uit trekken , Hij zelf zal met u zijn, Hij zal u niet begeven en u niet verlaten;  vrees niet en word niet verschrikt.  9 Toen MoshŤ deze wet opgeschreven had , gaf hij ze aan de priesters, de zonen van Levi, die de ark van het verbond van de Eeuwige droegen, en aan al de oudsten van IsraŽl.  10  En MoshŤ gebood hun: Na verloop van zeven jaar, op de bepaalde tijd van het jaar der kwijtschelding, namelijk het Loofhuttenfeest,  11  wanneer geheel IsraŽl opgaat om voor het aangezicht van de Eeuwige, uw God, te verschijnen , op de plaats die Hij verkiezen zal,  zult gij deze wet ten aanhoren van geheel IsraŽl voorlezen.  12  Roep het volk tezamen, mannen,  vrouwen en kinderen, ook de vreemdeling, die in uw steden woont, opdat zij ernaar horen en de Eeuwige, uw God, leren vrezen en al de woorden dezer wet naarstig onderhouden,  13  en opdat hun kinderen, die er niet van weten , het horen en de Eeuwige, uw God,  leren vrezen, al de tijd, dat gij leeft in het land, dat gij na het overtrekken van de Jordaan in bezit zult nemen.  14 de Eeuwige nu zeide tot MoshŤ: Zie , de tijd nadert, dat gij sterven zult; roep dan Jozua en ga met hem in de tent der samenkomst staan, opdat Ik hem bevelen geve . Toen gingen MoshŤ en Jozua in de tent der samenkomst staan.  15  En de Eeuwige verscheen in de tent in een wolkkolom, en de wolkkolom stond aan de ingang der tent.  16  de Eeuwige zeide tot MoshŤ: Zie,  gij gaat bij uw vaderen te ruste en dit volk zal overspelig de vreemde goden gaan nalopen van het land, waarin het komt ; zij zullen Mij verlaten en mijn verbond verbreken, dat Ik met hen gesloten heb.  17  Te dien dage zal mijn toorn tegen hen ontbranden, Ik zal hen verlaten en mijn aangezicht voor hen verbergen, zodat zij verteerd worden en vele rampen en benauwdheden hen treffen. Dan zullen zij te dien dage zeggen: Hebben die rampen ons niet daarom getroffen, omdat onze God niet in ons midden is?  18  Doch Ik zal te dien dage mijn aangezicht volkomen verbergen vanwege al het kwaad, dat zij gedaan hebben: dat zij zich tot andere goden hebben gewend.  19  Nu dan, schrijf dit lied op en leer het de IsraŽlieten, leg het hun op de lippen, opdat dit lied Mij tot getuige zij tegen de IsraŽlieten.  20  Want Ik zal hen naar het land brengen , dat Ik hun vaderen onder ede beloofd heb , vloeiende van melk en honig; zij zullen eten en verzadigd en vet worden , maar zij zullen zich tot andere goden wenden en die dienen; Mij echter zullen zij versmaden en mijn verbond verbreken.  21  Wanneer dan vele rampen en benauwdheden hen treffen, dan zal dit lied tegen hen getuigenis afleggen, want het zal in de mond van hun nageslacht niet verstommen. Immers, Ik ken de gezindheid die zij heden koesteren,  voordat Ik hen breng naar het land, dat Ik hun onder ede beloofd heb.  22 Toen schreef MoshŤ dit lied op en leerde het de IsraŽlieten.  23  En Hij gebood Jozua, de zoon van Nun : Wees sterk en moedig, want gij zult de IsraŽlieten brengen in het land, dat Ik hun onder ede beloofd heb , en Ik zal met u zijn.  24  Toen MoshŤ gereed was met de woorden dezer wet volledig in een boek op te schrijven,  25  gebood hij de Levieten, die de ark van het verbond van de Eeuwige droegen:  26  Neemt dit wetboek en legt het naast de ark des verbonds van de Eeuwige, uw God opdat het daar tot getuige tegen u zij.  27  Want ik ken uw weerspannigheid en hardnekkigheid. Wanneer gij, terwijl ik thans nog levend bij u ben, tegen de Eeuwige weerspannig zijt geweest, hoeveel te meer dan na mijn dood!  28  Roept alle oudsten uwer stammen en uw opzieners bij mij samen, opdat ik te hunnen aanhoren de volgende woorden spreke en tegen hen de hemel en de aarde tot getuige aanroepe.  29  Want ik weet, dat gij na mijn dood zeer verderfelijk handelen zult en afwijken van de weg, die ik u geboden heb; daarom zal na verloop van tijd het onheil over u komen, wanneer gij doet wat kwaad is in de ogen van de Eeuwige en Hem krenkt door het maaksel uwer handen.  30  Toen sprak MoshŤ ten aanhoren van de gehele gemeente van IsraŽl de woorden van dit lied ten einde toe. 

 

Jesaja 61:10 Ik verblijd mij zeer in de Eeuwige, mijn ziel juicht in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, met de mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omhuld, gelijk een bruidegom, die zich als een priester het hoofdsieraad ombindt, en gelijk een bruid, die zich met haar versierselen tooit. 11  Want zoals de aarde haar gewas voortbrengt en een hof zijn zaaisel doet uitspruiten, zo zal de Here Here gerechtigheid en lof doen uitspruiten voor het oog van alle volken. 62:1 Om Sions wil zal ik niet zwijgen en om Jeruzalems wil zal ik niet rusten, totdat zijn heil opgaat als een lichtglans en zijn verlossing als een brandende fakkel. 2  Volken zullen uw heil zien, alle koningen uw heerlijkheid en men zal u noemen met een nieuwe naam, die de mond van de Eeuwige zal bepalen; 3  gij zult een sierlijke kroon in de hand van de Eeuwige zijn, een koninklijke tulband in de hand van uw God. 4  Men zal u niet meer noemen: Verlatene, en men zal uw land niet meer noemen: Woestenij; maar gij zult genoemd worden: Mijn Welgevallen, en uw land: Gehuwde. Want de Eeuwige heeft een welgevallen aan u, en uw land wordt ten huwelijk genomen. 5  Want zoals een jongeling een maagd huwt, zullen uw zonen u huwen, en zoals de bruidegom zich over de bruid verblijdt, zal uw God Zich over u verblijden. 6 Op uw muren, o Jeruzalem, heb Ik wachters aangesteld, die de ganse dag en de ganse nacht nimmer zullen zwijgen. Gij, die de Eeuwige indachtig maakt, gunt u geen rust. 7  En laat Hem geen rust, totdat Hij Jeruzalem grondvest en het stelt tot een lof op aarde. 8  de Eeuwige heeft gezworen bij zijn rechterhand en bij zijn sterke arm: Nooit zal Ik uw koren meer aan uw vijanden tot spijze geven en nooit zullen vreemdelingen meer de most drinken, waarvoor gij gezwoegd hebt; 9  maar zij die het oogsten, zullen het eten en de Eeuwige loven, en zij die hem inzamelen, zullen hem drinken in de voorhoven van mijn heiligdom. 10 Trekt, trekt door de poorten, bereidt de weg voor het volk, baant, baant de weg, zuivert hem van stenen, heft een banier omhoog boven de volken. 11  Want de Eeuwige doet het horen tot het einde der aarde: Zegt tot de dochter Sions: zie, uw heil komt; zie, zijn loon is bij Hem en zijn vergelding gaat voor Hem uit. En men zal hen noemen: 12  Het heilige Volk, De Verlosten van de Eeuwige; en gij zult genoemd worden: Begeerde, Niet verlaten Stad. 63:1 Wie is het, die van Edom komt, in helrode klederen van Bosra, die daar praalt in zijn gewaad, fier voortschrijdt in zijn grote kracht? Ik ben het, die in gerechtigheid spreek, machtig om te verlossen. 2  Waarom is dat rood aan uw gewaad, en zijn uw klederen als die van iemand die de wijnpers treedt? 3  Ik heb de pers alleen getreden en van de volken was niemand bij Mij, Ik trad hen in mijn toorn en vertrad hen in mijn grimmigheid; toen spatte hun bloed op mijn klederen en ik bezoedelde mijn ganse gewaad. 4  Want een dag van wraak had Ik in de zin en het jaar van mijn verlossing was gekomen. 5  En Ik zag rond, maar er was geen helper; Ik ontzette Mij, maar niemand bood steun. Toen verschafte mijn arm Mij hulp en mijn grimmigheid ondersteunde Mij. 6  En Ik vertrapte volken in mijn toorn, maakte hen dronken in mijn grimmigheid en deed hun bloed ter aarde stromen. 7 Ik zal de gunstbewijzen van de Eeuwige vermelden, de roemrijke daden van de Eeuwige, naar alles wat de Eeuwige ons heeft gedaan en naar de grote goedheid jegens het huis IsraŽls, welke Hij het betoond heeft naar zijn barmhartigheid en naar zijn vele gunstbewijzen. 8  Hij zeide: Zij zijn toch mijn volk, kinderen, die niet trouweloos worden, en Hij werd hun tot een Verlosser. 9  In al hun benauwdheid was ook Hij benauwd, en de Engel zijns aangezichts heeft hen gered. In zijn liefde en in zijn mededogen heeft Hij zelf hen verlost en Hij hief hen op en droeg hen al de dagen van ouds.

 

 

>

 

 

 

 

 

Links voor bestudering van het  Thoragedeelte:

 

Nederlands:

http://www.joodsleven.nl/

http://www.nik.nl (onder Over Jodendom, Parasje van de week)

http://bethhamidrash.org/online/parashat-hashavua/

 

Engels:

http://ravkooktorah.org/

http://www.machonmeir.net/

http://www.torah.org/learning/torahportion.php3

http://www.chabad.org/parshah/default.asp

http://www.shemayisrael.co.il/parsha/eylevine/Archives.htm

http://israelvisit.co.il/top/previous.shtml

 

 

 

 

 

Start ] Omhoog ] Nr51 - Ha'azinu ] [ Inhoud ]

Voor vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan
webmaster@shalom-center.org
Laatst bijgewerkt: 29 november 2021